vrijdag 12 maart 2010 De verbindende schakel in fotografie
Zonder direct artistiek doel
18 mei 2009 »
door Bert Sissingh

Voor Off the Record, de tentoonstelling tijdens Art Amsterdam met voorstellen voor nieuwe aankopen door het Stedelijk Museum in Amsterdam nodigde Aarsman kunstenaars uit werk in te zenden dat gemaakt is ‘vanuit de behoefte om iets vast te leggen, zonder direct een artistiek doel voor ogen, waarbij de begrippen toeval en ontdekking centraal staan.’ Bert Sissingh werd niet blij bij het zien van de selectie: ‘Enigszins onthutst keerde ik huiswaarts. Wij hadden de komende weken weer heel wat voor de klas uit te leggen.’

 

Koop het boek!
 
De tentoonstelling Off the Record was maar kort te zien. Gelukkig is er een bijzonder vormgegeven catalogus, nu te koop (17,64 euro inclusief verzending) in de PhotoQ Webshop.

 
Nieuws op PhotoQ:
 
Rommert Boonstra in zijn column Oog in Oog:
 
Reactie van Van Tuyl:
 
Hans Aarsman in zijn column Koekerd:
 
Reacties van anderen:
 
Reactie van Aarsman, met name op Boonstra en Van Duyvendijk:
 
Gelijk daar achteraan weer van Bert Sissingh:
 
En een reactie van de hoofdredacteur:
 
Boonstra:
 
Een doordenkertje van Don Sars:
 
Theo Baart:
 
Hans Rooseboom:
 
Theo Niekus:
 
Oproep van Fleur Roos Rosa de Carvalho:
 

Banaal, banaler, banaalst
 
Je had het kunnen zien aankomen.

Wàs ik vorige week tijdig op de jaarlijkse KunstRAI aanwezig om een vintage printje van de  collega Van der Kraan voor de neus van Hare Majesteit weg te kapen. Kon ik het betreffende kraampje natuurlijk niet vinden. Raakte ik al dwalend in de ban van de dit jaar wegens de gebeurtenissen rondom de Vorstin opzettelijk sober en ingetogen gehouden expositie. Werd  ik plotsklaps ruw gestoord in mijn esthetische dérive. Want bevond ik mij middenin de wat groot uitgevallen beursstand nummer 63 tussen wanden met een bonte verzameling fotowerken, waarvan mij de raison d’être in eerste instantie niet helemaal duidelijk werd.

Mijn eerste indruk was dat het hier een door nog in leven zijnde volgelingen van de betreurde ex-provo Grootveld georganiseerde ludieke aksie betrof, met als voornaamste doel het kunstpubliek in het algemeen en ons Koningshuis in het bijzonder te schofferen.
Het geheel zag eruit alsof een geblinddoekte chimpansee was gevraagd een paar dozen met fotografie leeg te kieperen en vervolgens op de tast een selectie te maken voor een fototentoonstelling. Nu blijken die beesten het op andere beursvloeren vaak verrassend goed te doen en regelmatig de index te verslaan, dus iemand zal gedacht hebben dat mutatis mutandis een dergelijke methodiek ook op kunstzinnig terrein iets zou kunnen opleveren.

Van de schrik bekomen leerde navraag bij de fors uitgevallen en goed bemande informatiebalie mij dat het hier handelde om een onder auspiciën van wijlen het Stedelijk Museum Amsterdam geinitieerde manifestatie van hedendaagse fotografiepraktijken. Langzaam begon mij iets te dagen. Sinds dat museum definitief haar stoffelijk omhulsel heeft verlaten bereiken ons regelmatig berichten van gene zijde, die meestal een zekere onheilstijding met zich dragen. Nu wisten wij uit eigen ervaring dat men om de aandacht van de media op zich te richten af en toe de grenzen van de overdrijving op moet zoeken. Met zulk een communicatiestrategie kan men op die manier in ieder geval verhinderen dat men in deze snelle tijden al spoedig in de vergetelheid zal geraken. Medium ergo sum.
En toegegeven, de laatste tijd hoorden wij vaker van dit museum dan ooit tevoren. Niet alles was overigens kommer en kwel. De berichten over de datum van wederopstanding, die steevast en al jarenlang met de omschrijving volgend jaar werd aangeduid kon niemand meer helemaal serieus nemen, maar het bericht dat de toekomstige museumbezoeker wegens schromelijke onderschatting van de te verwachten stookkosten voortaan de jas zal moeten aanhouden werd bij ons goedkeurend ontvangen. Wij hebben nu eenmaal een aangeboren weerstand dit kledingstuk in vreemde handen te geven en aan het uitdelen van fooien hebben wij nog nooit een goed gevoel overgehouden.

[weet u het nog mevrouw, de garderobe, voor de trap rechtsaf, voorbij het publieke telefoontoestel, de blijde verwachting van wat komen gaat…..].

Het baliepersoneel intussen had het mij haarfijn uit weiten te leggen. Wat hier aan de muur hing was een zogenaamde longlist van fotowerken waaruit een deskundige jury naderhand een zogenaamde shortlist zou samenstellen. En na een avond zorgvuldig opgevoerde spanning in een als chique bestempeld hotel en uiteraard  in bijzijn van de minister zou de deskundige jury uit de shortlist dan weer een winnend werk kiezen, dat in aanmerking zou komen om in het geheel vernieuwde museum middelpunt te zijn van de feestelijke heropeningstentoonstelling. Het enige criterium waar de voor deze competitie in te zenden fotografie aan had moeten voldoen was dat de maker ervan bij de conceptie niet aan kunst had gedacht.

Dat laatste leek op het eerste gezicht redelijk gelukt. Met name de opgehangen werken die als fotografische vondst werden aangeduid hadden het wat dat betreft vrij makkelijk. Hier hingen wat fotootjes uit een familiealbum, daar wat plaatjes uit de krant en ook van het internet waren ijverig allerlei afbeeldingen gedownload, waarvan de maker onmogelijk van artistieke bijgedachten beschuldigd zou kunnen worden. En om iedere mogelijke verwondering of gecharmeerdheid bij het zien van het gevonden materiaal bij voorbaat uit te sluiten waren deze vondsten ook nog eens niet in de originele staat uitgestald, maar bij het allergoedkoopste fotolaboratorium gekopieerd en op het allergoedkoopste fotopapier tot overdreven proporties uitvergroot en op volstrekt liefdeloze wijze met pixels en al op de witte muren geplakt. Er hing zelfs werk tussen van een oud-student van ons. Daar doe je dan vier jaar pedagogisch je best voor. Was op de academie al te lui om te branden. Had voor de gelegenheid het fotoalbum van Pa maar weer eens geplunderd. Goede kans om op de shortlist te komen met al die schattige jaren zeventig automerken en haarmode.

De deelnemers die zelf de camera hadden gehanteerd hadden overduidelijk een handicap. Zo hing er werk van een aantal mij bekende  kunstdocenten die hun jarenlange omgang met de beeldende kunst verrieden door een overdreven hang naar vorm en/of betekenisgeving. Ik las later dat zij de shortlist dan ook niet hebben gehaald.

Veel van het werk kon bij nader inzien toch vrij makkelijk gerelateerd worden aan in de vorige eeuw gangbare kunstpraktijken, waarbij het banale fotografische kiekje als uitgangspunt diende voor soms humoristische, soms ontroerende, soms ironische, maar altijd zinvolle kunstwerken, waarbij in tegenstelling tot de hier getoonde banaliteiten door subtiele transformaties wel degelijk een nieuwe, onverwachte lading aan het gebruikte materiaal was toegevoegd. Werken van lang vergeten meesters als Marcel Broodthaers, Bas-Jan Ader, Robert Smithson, Barbara Kruger en andere grootheden verschenen voor mijn geestesoog en transformeerde de prangende vraag die mij maar niet losliet in een bijna ondraaglijke geestelijke kwelling.

Hoe was het in godsnaam mogelijk dat wijlen het Stedelijk Museum zich hiermee zo te kijk liet zetten?

Net nu voormalige protégés als Rineke Dijkstra en Aernout Mik door hard werken en voortdurend aan kunst te denken met hun creaties triomfen vierden in de internationale museumwereld overwoog het museum de schaarse middelen die er zijn aan te wenden om het soort fotografie te stimuleren dat net zo goed en net zo uitbundig zonder enige bemoeienis vanuit de kunstwereld tot stand zou blijven komen en waarvan de verschijningsvorm onder normale omstandigheden op geen enkele wijze aanleiding zou geven het als werk te doen opnemen in de collectie van een kunstmuseum.

Net nu al die half-begrepen slogans uit het post-moderne idioom van de late 20e-eeuwse kunstgeschiedenis als the death of the author, anything goes en the medium is the message inmiddels door iedereen waren vergeten, besloot wijlen het Stedelijk Museum nog maar eens de post-avantgardistische kont tegen de post-nihilistische krib te gooien. Ik begon inmiddels wel een bruin vermoeden te krijgen wie de kwade genius achter deze publicitaire opzet was, maar ik heb de redactie beloofd geen namen te noemen. Deze informatie is trouwens eenvoudig via diverse betrouwbare open bronnen te achterhalen.

In een de expositie begeleidend schrijven werd iets van een frase geformuleerd over de fotografie als democratisch medium, een definitie die ongeveer net zoveel betekenis in zich draagt als de bewering dat een schroevendraaier een democratisch stuk gereedschap is en bij het lezen waarvan bij mij een visioen werd opgeroepen van de voortvluchtige oplichteres Jomanda, die haar gaven zonder aanzien des persoons tegenwoordig vanuit het verre Canada gratis en voor niks aan de gehele mensheid cadeau doet.

Het toegestroomde publiek liet het gebeuren enigszins gelaten over zich heen komen. Het bleef bij een enkel wegwerpgebaar en wat gemompelde kreten als kan mijn kleine zusje ook en weg ermee. En als hier en daar de emoties wat hoog dreigden op te lopen was er altijd iemand van het baliepersoneel om de boel sussend bij elkaar te houden. Enkele niet door enige kunsthistorische kennis gehinderde op rellen beluste jongelui gaven onder het slaken van kreten als vet en koel overigens te kennen de zelfondermijnende activiteit van het museum wel te kunnen waarderen.

Enigszins onthutst keerde ik huiswaarts. Wij hadden de komende weken weer heel wat voor de klas uit te leggen.

Rest ons eigenlijk alleen nog een voorspelling te doen over het winnende werk. Heel lang zal de deskundige jury daarover niet hoeven te beraadslagen. Die eer zal ongetwijfeld te beurt vallen aan mevrouw R. van Dijk, plaatselijk ook wel bekend als Schietende Ria, die in haar lange leven op jaarmarkten en kermissen in diverse schiettenten een heel fotografisch oeuvre bij elkaar heeft weten te mikken. Van alle deelnemers is Ria van Dijk zondermeer degene die zich op de meest consequente wijze aan de mededingingseisen van de deskundige jury heeft gehouden. Voorzover je iemand vanaf een foto kunt beoordelen heeft het er alle schijn van dat dit montere kruideniersvrouwtje in heel haar ongetwijfeld nuttig bestede arbeidzame leven nooit enige gedachte heeft gewijd aan zoiets als kunst, laat staan dat zij zich op het beslissende moment van het overhalen van de trekker zou laten afleiden door dergelijke overpeinzingen. Onbevestigde geruchten gaan dat de firma Endemol al met Ria onderhandelt over de opname van een tiendelige televisieserie. Ria schiet zich een weg naar het MoMA.

[wordt u ook zo moe van deze cultuur mevrouw, sms ja sms nee sms weet niet en maak kans op een gratis volgendjaarkaart voor het toekomstig Stedelijk Museum Amsterdam…..].

Er bestaat dus een kans dat volgend jaar bij de feestelijke heropening een guitige museumconservator, aap of geen aap, Ria’s originele fotowerken op zaal een dialoogje zal laten aangaan met geestverwanten en generatiegenoten als On Kawara en Roman Opalka.
Waarschijnlijker echter zal, als dat feestelijke moment eindelijk daar is, Koningin Amalia in de veilige beschutting van haar paleis kunnen blijven vertoeven, omdat immers reeds het kabinet Wilders-I definitief een einde heeft kunnen maken aan alle linkse hobbysubsidies die Nederland nu nog rijk is en de stoffelijke resten van wat eens Stedelijk Museum heette voor eeuwig zullen rusten in een voormalige metrobouwput nabij de Weteringschans.

Met een profetische blik is het hoofd Financiën van de moeder aller Nederlandse kunstfondsen, het Fonds met de vierdubbele achternaam, onder medeneming van ettelijke miljoenen aan kunstsubsidiegelden twee maanden geleden vast naar Canada vertrokken. Het hoofd heeft sindsdien niet meer van zich laten horen. De directie van dit democratisch instituut zal binnenkort in aanwezigheid van de Majesteit publiekelijk verantwoording moeten afleggen over deze gang van zaken. Alom wordt gevreesd dat dit nog maar het topje van de ijsberg is en wij aan het begin staan van een ontluisterend demasqué, dat ons land als geheel en de kunstwereld in het bijzonder voorgoed een ander aanzien zal geven. O tempora, o mores!
Wij hopen met u dat wij de kracht zullen vinden deze woelige tijden te doorstaan.


Bert Sissingh
Rotterdam
 
Plaatsen/Stemmen op:  

Reacties (5)

1. michiel op Maandag 18 mei 2009 16.16
wees maar niet zo boos meneer, alles komt wel goed

2. Kees de Graaff op Dinsdag 19 mei 2009 10.56
Kop op Bert. In het land der blinden is éénoog koning. En de blinden kunnen niet zien dat de kwebbelende éénoog zelf ook stekeblind is. Trouwens; het gaat niet om het subsidiëren van kunst, het is de Kunst van het Subsidiëren. Niks an het handje Bert. Kees de Graaff

3. Tim Mintiens op Woensdag 20 mei 2009 9.03
Ach Bert, wat kan ik toch zo genieten van jou scherpe pen. In sierlijke bogen beschrijft hij met scherpe steken de potsierlijke toestanden in de arbeidsmarkt van dit tranendal. Maar wat verwacht je? De geschiedenis leert ons op verschillende tijden en plaatsen dat alleen een (semi)zelfregulerend systeem een kans van slagen heeft. De kunst van het subsidieren heeft er in Nederland toe geleid dat er welliswaar meer ruimte voor kunst is, vooral voor een enorme middenmoot matigekwaliteitskunst (wat een mooi woord is dat). Subsidieren is geen zelfreguleren systeem, het is een abstractie die grote bedragen geld via kunstmatig operende commissies in subjectieve smaken (of persoonlijke favorieten) steekt. En dat is er nu dus aan de gang. Maar lach, beste Bert, er zit wel wat humor in. Het is allemaal niet zo - serieus - En de mensen kunnen best een lachje gebruiken, in deze tijd van crisis...

4. Chota op Vrijdag 22 mei 2009 0.07
LOL LOL LOL !!!

5. Jacco op Maandag 25 mei 2009 2.05
Ik vind het heel eng dat de kiekjes van Ria nu met dezelfde aandacht en kosten worden beschreven,gearchiveerd en opgeslagen in de kelders van een voorheen interessant museum als de foto's van Rineke Dijkstra of Charlotte Dumas (want daar heeft het SM natuurlijk al een paar mooie series van toch ?) Of is het geld nu op? Als het sm zo doorgaat doemt een gruwelbeeld zich bij mij op: Binnenkort sponsort het frisdrankmerk Raak een zaal binnen het dan eindelijk verbouwde sm en moeten de foto's van Ria daar dan natuurlijk hangen.

Plaats een reactie

Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.

 
Archief
© 2008 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies