Goede doelen
| Volgende |
8 maart 2011 »
Pim Milo sprak tijdens de Donkere Kamer #3 op maandag 7 maart 2011 een column uit waarin hij fotografen aanraadt niet langer hun foto’s ter beschikking te stellen voor veilingen ten behoeve van goede doelen. Hieronder volgt de integrale tekst.
Reageren kan door het formulier onderaan deze bijdrage te bruiken.
Heb je een langere bijdrage die een nieuw licht op dit thema werpt? Mail PhotoQ
Reactie Marrigje de Maar: Boemerang in het achterhoofd
Discussie is ook opgepikt door Conscientious van Joerg Colberg: Pim Milo on charity auctions
Verslag van de Donkere Kamer #3:Drie minuten zweten; verslag De Donkere kamer #3
Goedenavond.
Ik heb niets tegen fotoveilingen.
Ik heb niets tegen goede doelen.
Ik heb alles tegen fotoveilingen voor goede doelen.
Ik zal uitleggen waarom.
Eens in de zoveel tijd wordt gevraagd of fotografen afdrukken voor een benefietveiling beschikbaar willen stellen.
De gedachte erachter is, dat fotografie een eindeloos reproduceerbaar medium is. Dat het de fotograaf niets kost en dat die zo weer een nieuwe druk kan maken. Alsof hij bovenop een geldpers zit.
Dat is een misvatting.
Ja, het gefotografeerde beeld is in principe eindeloos te verveelvoudigen. Maar het object niet. En het vervelende is, dat een fotoafdruk een object ís. De waarde zit niet in het beeld, maar in de druk en in het verhaal achter die druk.
En het is ook niet waar dat het de fotograaf niks of nauwelijks iets kost om een nieuwe druk te maken. Het kost hem materiaal, tijd en mogelijk ook omzet.
Als het - zoals nu - minder gaat in de branche, moet de fotograaf op zoek naar secundaire markten. Zo’n markt zou die van de collectable prints kunnen zijn. Die weg blokkeer je als je foto’s gratis weggeeft. Dan ga je immers de concurrentie aan met jezelf.
Wat dat betreft kunnen we een lesje van Heineken leren. Of het waar is, weet ik niet, maar het klinkt geloofwaardig.
Heineken wordt regelmatig benaderd om gratis bier. Onder meer voor goede doelen. Het antwoord is steevast “Nee”. Want, is de verklaring, wij bestaan van ons bier. Dat kunnen we niet weggeven. Maar geef ons uw rekeningnummer en wij maken een donatie over.
Zo doe je dat.
Offer je broodwinning niet aan goede doelen. Geef in plaats daarvan geld. Er staan bij de Nederlandse Kamers van Koophandel ruim tienduizend fotografen ingeschreven. Wanneer ieder 50 eurocent per maand overmaakt - bijvoorbeeld naar een speciaal hiervoor te openen rekening bij de Fotografenfederatie - zijn al die fotografen met elkaar goed voor 120 duizend euro per twee jaar. Me dunkt dat goede doelen daar heel blij mee zijn.
Waarom moeten die foto’s trouwens van fotografen komen? Vraag aan gerenommeerde verzamelaars of díe wat voor het goede doel over hebben. Vraag Joop van Caldenborgh, Martijn of Pieter Sanders, Otto Schaap, Michiel Josephus Jitta, Henri van der Tol of Hans Kemna of die geen fotootje hebben waar ze niet al te zeer aan gehecht zijn.
Dan sla je twee vliegen in één klap. Je ontziet de armlastige kunstenaar en je brengt werk naar de veiling dat een betrouwbare, solide herkomst heeft. “Provenance”, heet dat in de kunstwereld.
Verzamelaars kopen namelijk niet met hun ogen, maar met hun oren. “Uit de collectie van Hans Kemna” klinkt beter en is vertrouwder dan “Uit het magazijn van Hans Samsom”. Wat de ene Hans ter veiling brengt heeft mogelijk collector’s value, wat de andere Hans aanbiedt voelt als een winkeldochter, als iets uit een onverkoopbare partij. Je ziet dat terug in het hoogste bod.
Maar ik begrijp het wel. Dat verzoek om een foto af te staan voor een veiling, appelleert aan jullie ijdelheid. Ik herinner me een veiling voor een goed doel, enkele jaren geleden in Foam, waarbij de zaal zo vol fotografen zat die allemaal gratis werk hadden afgestaan, dat er voor kopers geen plek meer was. Die stonden buiten, op de stoep. De fotografen die wel een stoel in de veilingzaal bemachtigd hadden, hoopten ongetwijfeld dat hun foto het Guinness Book of Records zou halen.
Ik heb de cijfers er even bijgehaald. De gemiddelde opbrengst per foto bedroeg die avond € 319,60. Zeg maar: de drukkosten. Ondanks dat veilingmeester Pieter Glerum een pauze inlaste om de veilingkoorts wat aan te laten wakkeren.
En ik had het kunnen voorspellen.
Een galerie is markt vormend, een veiling is markt bevestigend. Foto’s moeten eerst in het galeriecircuit of op het internet te koop zijn, voor je mag verwachten dat ze op een veiling iets doen. Iets waar geen handel in is, daar is op een veiling ook geen handel in.
Ja, wat de gek ervoor geeft. Maar daarmee degenereer je je werk tot een kermisartikel.
Laat veilingen aan anderen over. Aan collectioneurs en galeries, aan partijen voor wie de kunsthandel een broodwinning is. En aan mogelijke kopers. Die kunnen op een veiling werk bemachtigen dat via de reguliere kanalen niet meer te krijgen is. Foto’s waarvan de edities uitverkocht zijn. En laten we goede-doelen-veilingen pas omarmen en steunen, als er eerst regelmatig échte fotoveilingen worden gehouden. Ik betreur het dat ons land op dit moment geen serieuze, reguliere fotoveilingen bij gerenommeerde veilinghuizen kent.
Meedoen aan een benefietveiling heeft trouwens alleen zin als resultaten bekend worden gemaakt. Niet de totale veilingopbrengst, maar het hoogste bod per foto. Klinkende veilingprijzen stimuleren de kunstaankoop. Als goede-doelen-veilingen de opbrengst per foto niet publiceren, is het wel heel erg ideëel om mee te doen.
Die enthousiaste deelname aan goede-doelen-veilingen vertelt me een paar dingen: dat je de waarde van je werk niet kent, dat de organisatie naïef is en de fotografen buitengewoon sociaal, genereus en filantropisch.
Daarom tot besluit een anekdote. Die werd me verteld door reclameman John Hegarty. Ik heb hem al eerder verteld en ook al eens gepubliceerd, dus wie deze geschiedenis kent moet maar even iets voor zichzelf gaan doen.
Richard Avedon ligt op een zondag op het strand. Laten we zeggen op Long Beach, New York. Op een gegeven moment komt er een vrouw naar hem toe die vraagt: “Bent u Richard Avedon?”
Avedon knikt bevestigend.
Dat komt geweldig goed uit, zegt de mevrouw. Ziet u, ik ben mevrouw Ford, en ik lig met mijn familie een eindje verderop. En, uniek, voor het eerst in ik weet niet hoeveel jaar is de hele familie compleet. En u ligt hier. Dat kán geen toeval zijn.
Wilt u een foto van ons maken?
Dat wil Avedon niet. Het is zondag, hij is vrij, hij ligt voor zijn rust op het strand.
Maar mevrouw Ford is iemand who doesn’t take no for an answer en ze dringt net zolang aan tot Avedon opstaat en met haar meeloopt.
Als hij het groepsportret gemaakt heeft, vraagt mevrouw Ford of Avedon een fotoafdruk wil sturen naar het adres op het visitekaartje dat ze hem geeft.
Dat doet Avedon. Samen met een factuur voor 95 duizend dollar.
Dat bedoel ik. Het gaat allemaal over eigenwaarde.
Als jij je eigen werk niet serieus neemt, hoe kan je dan verlangen dat een ander dat doet?
Hoe kan je dat dan aan een veiling voor goede doelen overlaten?
Dank je wel.
© Pim Milo, 2011
Ik heb niets tegen fotoveilingen.
Ik heb niets tegen goede doelen.
Ik heb alles tegen fotoveilingen voor goede doelen.
Ik zal uitleggen waarom.
Eens in de zoveel tijd wordt gevraagd of fotografen afdrukken voor een benefietveiling beschikbaar willen stellen.
De gedachte erachter is, dat fotografie een eindeloos reproduceerbaar medium is. Dat het de fotograaf niets kost en dat die zo weer een nieuwe druk kan maken. Alsof hij bovenop een geldpers zit.
Dat is een misvatting.
Ja, het gefotografeerde beeld is in principe eindeloos te verveelvoudigen. Maar het object niet. En het vervelende is, dat een fotoafdruk een object ís. De waarde zit niet in het beeld, maar in de druk en in het verhaal achter die druk.
En het is ook niet waar dat het de fotograaf niks of nauwelijks iets kost om een nieuwe druk te maken. Het kost hem materiaal, tijd en mogelijk ook omzet.
Als het - zoals nu - minder gaat in de branche, moet de fotograaf op zoek naar secundaire markten. Zo’n markt zou die van de collectable prints kunnen zijn. Die weg blokkeer je als je foto’s gratis weggeeft. Dan ga je immers de concurrentie aan met jezelf.
Wat dat betreft kunnen we een lesje van Heineken leren. Of het waar is, weet ik niet, maar het klinkt geloofwaardig.
Heineken wordt regelmatig benaderd om gratis bier. Onder meer voor goede doelen. Het antwoord is steevast “Nee”. Want, is de verklaring, wij bestaan van ons bier. Dat kunnen we niet weggeven. Maar geef ons uw rekeningnummer en wij maken een donatie over.
Zo doe je dat.
Offer je broodwinning niet aan goede doelen. Geef in plaats daarvan geld. Er staan bij de Nederlandse Kamers van Koophandel ruim tienduizend fotografen ingeschreven. Wanneer ieder 50 eurocent per maand overmaakt - bijvoorbeeld naar een speciaal hiervoor te openen rekening bij de Fotografenfederatie - zijn al die fotografen met elkaar goed voor 120 duizend euro per twee jaar. Me dunkt dat goede doelen daar heel blij mee zijn.
Waarom moeten die foto’s trouwens van fotografen komen? Vraag aan gerenommeerde verzamelaars of díe wat voor het goede doel over hebben. Vraag Joop van Caldenborgh, Martijn of Pieter Sanders, Otto Schaap, Michiel Josephus Jitta, Henri van der Tol of Hans Kemna of die geen fotootje hebben waar ze niet al te zeer aan gehecht zijn.
Dan sla je twee vliegen in één klap. Je ontziet de armlastige kunstenaar en je brengt werk naar de veiling dat een betrouwbare, solide herkomst heeft. “Provenance”, heet dat in de kunstwereld.
Verzamelaars kopen namelijk niet met hun ogen, maar met hun oren. “Uit de collectie van Hans Kemna” klinkt beter en is vertrouwder dan “Uit het magazijn van Hans Samsom”. Wat de ene Hans ter veiling brengt heeft mogelijk collector’s value, wat de andere Hans aanbiedt voelt als een winkeldochter, als iets uit een onverkoopbare partij. Je ziet dat terug in het hoogste bod.
Maar ik begrijp het wel. Dat verzoek om een foto af te staan voor een veiling, appelleert aan jullie ijdelheid. Ik herinner me een veiling voor een goed doel, enkele jaren geleden in Foam, waarbij de zaal zo vol fotografen zat die allemaal gratis werk hadden afgestaan, dat er voor kopers geen plek meer was. Die stonden buiten, op de stoep. De fotografen die wel een stoel in de veilingzaal bemachtigd hadden, hoopten ongetwijfeld dat hun foto het Guinness Book of Records zou halen.
Ik heb de cijfers er even bijgehaald. De gemiddelde opbrengst per foto bedroeg die avond € 319,60. Zeg maar: de drukkosten. Ondanks dat veilingmeester Pieter Glerum een pauze inlaste om de veilingkoorts wat aan te laten wakkeren.
En ik had het kunnen voorspellen.
Een galerie is markt vormend, een veiling is markt bevestigend. Foto’s moeten eerst in het galeriecircuit of op het internet te koop zijn, voor je mag verwachten dat ze op een veiling iets doen. Iets waar geen handel in is, daar is op een veiling ook geen handel in.
Ja, wat de gek ervoor geeft. Maar daarmee degenereer je je werk tot een kermisartikel.
Laat veilingen aan anderen over. Aan collectioneurs en galeries, aan partijen voor wie de kunsthandel een broodwinning is. En aan mogelijke kopers. Die kunnen op een veiling werk bemachtigen dat via de reguliere kanalen niet meer te krijgen is. Foto’s waarvan de edities uitverkocht zijn. En laten we goede-doelen-veilingen pas omarmen en steunen, als er eerst regelmatig échte fotoveilingen worden gehouden. Ik betreur het dat ons land op dit moment geen serieuze, reguliere fotoveilingen bij gerenommeerde veilinghuizen kent.
Meedoen aan een benefietveiling heeft trouwens alleen zin als resultaten bekend worden gemaakt. Niet de totale veilingopbrengst, maar het hoogste bod per foto. Klinkende veilingprijzen stimuleren de kunstaankoop. Als goede-doelen-veilingen de opbrengst per foto niet publiceren, is het wel heel erg ideëel om mee te doen.
Die enthousiaste deelname aan goede-doelen-veilingen vertelt me een paar dingen: dat je de waarde van je werk niet kent, dat de organisatie naïef is en de fotografen buitengewoon sociaal, genereus en filantropisch.
Daarom tot besluit een anekdote. Die werd me verteld door reclameman John Hegarty. Ik heb hem al eerder verteld en ook al eens gepubliceerd, dus wie deze geschiedenis kent moet maar even iets voor zichzelf gaan doen.
Richard Avedon ligt op een zondag op het strand. Laten we zeggen op Long Beach, New York. Op een gegeven moment komt er een vrouw naar hem toe die vraagt: “Bent u Richard Avedon?”
Avedon knikt bevestigend.
Dat komt geweldig goed uit, zegt de mevrouw. Ziet u, ik ben mevrouw Ford, en ik lig met mijn familie een eindje verderop. En, uniek, voor het eerst in ik weet niet hoeveel jaar is de hele familie compleet. En u ligt hier. Dat kán geen toeval zijn.
Wilt u een foto van ons maken?
Dat wil Avedon niet. Het is zondag, hij is vrij, hij ligt voor zijn rust op het strand.
Maar mevrouw Ford is iemand who doesn’t take no for an answer en ze dringt net zolang aan tot Avedon opstaat en met haar meeloopt.
Als hij het groepsportret gemaakt heeft, vraagt mevrouw Ford of Avedon een fotoafdruk wil sturen naar het adres op het visitekaartje dat ze hem geeft.
Dat doet Avedon. Samen met een factuur voor 95 duizend dollar.
Dat bedoel ik. Het gaat allemaal over eigenwaarde.
Als jij je eigen werk niet serieus neemt, hoe kan je dan verlangen dat een ander dat doet?
Hoe kan je dat dan aan een veiling voor goede doelen overlaten?
Dank je wel.
© Pim Milo, 2011
Plaatsen/Stemmen op:














Reacties (11)
Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.