Dutch Doc
| Vorige | Volgende |
19 juli 2011 »
Als je tien jaar lang op 1 april een foto maakt van je eigen navel is de bundeling daarvan waarschijnlijk documentaire fotografie. Wat hier gezegd wil zijn is: Niet zozeer de definitie van wat documentaire fotografie inhoudt is van belang, maar de kwaliteit van het gebodene.
Daar schort nogal wat aan in ons land. Dat is mede verklaarbaar door het ontbreken van kritisch vermogen bij de beoordelaars. Bij fotografiescribenten en curatoren van fotografiemusea heerst een onbegrijpelijk invoelingsvermogen in de hersenkronkels van zich documentair fotograaf noemende semi-kunstenaars. De eigen verklaring van het werk wordt braaf overgenomen zonder wat voor vraagteken dan ook te plaatsen.
Deze bewering vraagt natuurlijk om voorbeelden.
Voorbeeld 1:
Het duo WassinkLundgren heeft een serie gemaakt die genomineerd werd voor de Dutch Doc Award, geheten: Tokyo Tokyo. Waarom niet Purmerend Purmerend. Over Tokyo kom je namelijk niets te weten. Wat je te zien krijgt is een serie snapshots van lopende mensen. Maar ze zijn niet alleen van rechts gefotografeerd maar door de andere helft van het duo ook van links. Dit levert geen enkele andere informatie op over de gefotografeerde, maar wordt gepresenteerd als een nieuwe en frisse aanpak van het verbeelden van de werkelijkheid. Die werkelijkheid is namelijk niet een ding maar minstens twee. Zelfs het beslissende moment van Cartier Bresson wordt erbij gehaald. Dat zou dus helemaal niet bestaan, bewijzen WL hier toch maar eventjes. Ik zal het nog één keer uitleggen: de theorie van het beslissende moment behelst dat er binnen een bepaald kader op bijna magische manier een aantal visuele elementen op hun plaats kunnen vallen. Als je die compositie herkent en kunt vastleggen heb je een foto gemaakt op een beslissend moment volgens Cartier Bresson. Het beslissende moment is dus niet dat je precies op het goede moment op de goede plaats aanwezig was. Beslissende momenten doen zich elke seconde voor op welke plaats dan ook.
In de volle breedte van publicaties is het duo geprezen om deze serie. Er is niemand die roept: “maar de keizer heeft geen kleren aan”.
Voorbeeld 2:
Guido Benschop en Andreas Terlaak ( ook al een duo) hebben een serie gemaakt van mobiele toiletten in Nederland. De een staat bij een werf de ander aan een dijkje de volgende in een weiland. Bij de toiletten zie je geen mensen. Dat is omdat de toiletten zelf de mensen zijn, vertellen ze in de Volkskrant, die er twee volle pagina’s aan wijdt. De makers vinden het ook humor. Ze willen wel doorgaan tot ze er 365 hebben. Er worden door Nederlandse fotografen veel te veel serieuze onderwerpen aangepakt vinden ze. Leeghoofdigheid verpakt in een onzinverhaal dat zijn weerga niet kent.
Voorbeeld 3:
De Kunsthal exposeert werk van 12 fotografen die in opdracht van lagere overheden (documentair fotografen hebben het moeilijk) de Crisis in Nederland hebben verbeeld. Wederom heeft de Volkskrant er twee pagina’s aan gewijd.
Er staan drie foto’s bij afgedrukt. Een van de foto’s is uit de serie die Henk Wildschut heeft gemaakt en die gaat over de vergadercultuur in Amsterdam Noord.
Op de foto zie je 5 mensen aan een formica tafel zitten . Bijschrift: ‘Medewerkers van Streetcornerwerk overleggen over probleemjongeren.’ Jammer dat je niet kunt zien waar ze het over hebben. Misschien wel over voetbal. Je kunt niet wachten, je wilt die andere vergadertafels ook zien.
Op een van de andere foto’s staat een huis in aanbouw. Sec gefotografeerd zonder context. Het is een beeld uit de serie van Inge Stolwijk. Uit het bijschrift komen we te weten dat het om een huis gaat dat door een Nederlander in Duitsland wordt gebouwd om dat huizen daar goedkoper zijn. Je kunt toch niet met droge ogen beweren dat dit beeld verwijst naar de Crisis. Het bijschrift is voldoende, de foto overbodig.
Er zijn nog veel meer van dit soort voorbeelden, ze liggen voor het opscheppen.
Voorstel: laten we het kaf van het koren scheiden dan gaat het nog goed komen met de documentaire fotografie in Nederland.
Deze bewering vraagt natuurlijk om voorbeelden.
Voorbeeld 1:
Het duo WassinkLundgren heeft een serie gemaakt die genomineerd werd voor de Dutch Doc Award, geheten: Tokyo Tokyo. Waarom niet Purmerend Purmerend. Over Tokyo kom je namelijk niets te weten. Wat je te zien krijgt is een serie snapshots van lopende mensen. Maar ze zijn niet alleen van rechts gefotografeerd maar door de andere helft van het duo ook van links. Dit levert geen enkele andere informatie op over de gefotografeerde, maar wordt gepresenteerd als een nieuwe en frisse aanpak van het verbeelden van de werkelijkheid. Die werkelijkheid is namelijk niet een ding maar minstens twee. Zelfs het beslissende moment van Cartier Bresson wordt erbij gehaald. Dat zou dus helemaal niet bestaan, bewijzen WL hier toch maar eventjes. Ik zal het nog één keer uitleggen: de theorie van het beslissende moment behelst dat er binnen een bepaald kader op bijna magische manier een aantal visuele elementen op hun plaats kunnen vallen. Als je die compositie herkent en kunt vastleggen heb je een foto gemaakt op een beslissend moment volgens Cartier Bresson. Het beslissende moment is dus niet dat je precies op het goede moment op de goede plaats aanwezig was. Beslissende momenten doen zich elke seconde voor op welke plaats dan ook.
In de volle breedte van publicaties is het duo geprezen om deze serie. Er is niemand die roept: “maar de keizer heeft geen kleren aan”.
Voorbeeld 2:
Guido Benschop en Andreas Terlaak ( ook al een duo) hebben een serie gemaakt van mobiele toiletten in Nederland. De een staat bij een werf de ander aan een dijkje de volgende in een weiland. Bij de toiletten zie je geen mensen. Dat is omdat de toiletten zelf de mensen zijn, vertellen ze in de Volkskrant, die er twee volle pagina’s aan wijdt. De makers vinden het ook humor. Ze willen wel doorgaan tot ze er 365 hebben. Er worden door Nederlandse fotografen veel te veel serieuze onderwerpen aangepakt vinden ze. Leeghoofdigheid verpakt in een onzinverhaal dat zijn weerga niet kent.
Voorbeeld 3:
De Kunsthal exposeert werk van 12 fotografen die in opdracht van lagere overheden (documentair fotografen hebben het moeilijk) de Crisis in Nederland hebben verbeeld. Wederom heeft de Volkskrant er twee pagina’s aan gewijd.
Er staan drie foto’s bij afgedrukt. Een van de foto’s is uit de serie die Henk Wildschut heeft gemaakt en die gaat over de vergadercultuur in Amsterdam Noord.
Op de foto zie je 5 mensen aan een formica tafel zitten . Bijschrift: ‘Medewerkers van Streetcornerwerk overleggen over probleemjongeren.’ Jammer dat je niet kunt zien waar ze het over hebben. Misschien wel over voetbal. Je kunt niet wachten, je wilt die andere vergadertafels ook zien.
Op een van de andere foto’s staat een huis in aanbouw. Sec gefotografeerd zonder context. Het is een beeld uit de serie van Inge Stolwijk. Uit het bijschrift komen we te weten dat het om een huis gaat dat door een Nederlander in Duitsland wordt gebouwd om dat huizen daar goedkoper zijn. Je kunt toch niet met droge ogen beweren dat dit beeld verwijst naar de Crisis. Het bijschrift is voldoende, de foto overbodig.
Er zijn nog veel meer van dit soort voorbeelden, ze liggen voor het opscheppen.
Voorstel: laten we het kaf van het koren scheiden dan gaat het nog goed komen met de documentaire fotografie in Nederland.
–
Discussie Dutch Doc:
Frank van der Stok interviewt Jan Dietvorst: Met open vizier kijken
Bert Sissingh: That is not how it goes!
Bianca Stigter: Moeilijker - Dutch Doc Award 2011
Eric Wie en Bob Witman: Wie is er bang voor documentaire fotografie?
Martin Roemers: Documentair dus verhalend
Plaatsen/Stemmen op:
















Reacties (15)
Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.