dinsdag 22 mei 2012 De verbindende schakel in fotografie
Dutch Doc
Vorige Volgende
17 juni 2011 »
door Bianca Stigter

In de discussie over documentaire fotografie naar aanleiding van de Dutch Doc Award volgt hierbij een essay dat jurylid Bianca Stigter schreef over de nominaties. Zo komt er meer helderherid in de gedachten die een rol speelden bj de jury. Stigter: ‘Het maken van een goede foto blijft moeilijk, is misschien zelfs moeilijker geworden nu het maken van foto’s zo makkelijk is geworden.’

Dutch Doc Award 2011
 
Naast schilderende olifanten en apen bestaan er tegenwoordig ook fotograferende katten. De Amerikaanse kat Cooper heeft net een boek gepubliceerd, hij heeft een facebookpagina en een YouTubechannel. Wat fotografeert een kat?
 
Wat schildert een olifant? Schilderijen van olifanten zijn waarschijnlijk pas als zodanig acceptabel geworden na de uitvinding van de abstracte kunst. Een olifant kan alleen een abstract schilderij maken, geen figuratief. Een olifant schilderen is voor een olifant te moeilijk.
 
Een kat zou een olifant kunnen fotograferen. Het hanteren van een camera is steeds makkelijk geworden, nog makkelijker dan het maken van een abstract schilderij. Zelfs een kat kan foto´s maken, al si het niet zijn pootje dat de knop indrukt. Dat blijft iemand anders regelen. En die iemand anders kiest ook de foto’s uit die gepubliceerd worden.
 
Het maken van een goede foto blijft moeilijk, is misschien zelfs moeilijker geworden nu het maken van foto’s zo makkelijk is geworden. Een fotograaf hoeft ze niet eens meer zelf te nemen. En wie drukt nog zelf zijn foto’s af?
 
De zes genomineerden voor de Dutch Doc Award zijn geen katten maar mensen. Toch hebben zij meer gemeen met een kat als Cooper dan fotografen van een generatie geleden. De kwaliteit van de foto’s geeft niet langer de doorslag. Er moet iets meer aan de hand zijn. Ook documentaire fotografen beginnen meer op kunstenaars te lijken: de zelfgemaakte foto of de foto tout court is slechts een van de middelen waarmee ze zeggen wat ze willen zeggen. Bij het project van Willem Popelier … en Willem draait het bijvoorbeeld om afwezigheid, om foto’s die niet gemaakt of niet gebruikt mogen worden. Popelier wilde een boek maken over zijn familie, maar sommige familieleden gaven geen toestemming om hun beeltenis te gebruiken. Het is dus een boek met lege pagina’s, met oningevulde gezichten. Dat is nog gekker omdat het boek vooral draait om Wilem en zijn eeneiige tweelingboer, van wie je kunt vermoeden dat hij erg op Willem lijkt. Maar hoe erg? In … en Willem kunnen we er niet achter komen, en juist die ontbrekende beelden maken het boek schrijnend.
 
Het Sochi Project van Rob Hornstra en Arnold van Bruggen biedt juist een overstelpende hoeveelheid informatie, te veel bijna om te lezen en te bekijken. En er komt nog meer. Hornstra en Van Bruggen begonnen in 2009 met het in kaart brengen van de omgeving van Sochi, het Russische dorp in de Kaukasus waar in 214 de Olympische Winterspelen worden gehouden en ze gaan tot in 2014 door. The Sochi Project bestaat zeker niet alleen uit foto’s; volgens de makers is het ´een atlas van documentaire fotografie, film en reportage over een wereld in verandering`. Het interessante van het project zit juist in die hoeveelheid materiaal; het doet beseffen dat we de wereld meestal in hapklare brokken krijgen opgediend. Er is over alles veel meer te weten. Ook dit project is daarom schrijnend. Vernieuwend is dat het publiek mee kan werken aan het mogelijk maken van Sochi; het project is ‘crowdfunded’. ,,Wij vinden het belangrijk dat er onafhankelijke, documentaire journalistiek blijft bestaan. Daarom doen wij het zelf”, zeggen Hornstra en Van Bruggen.
 
De afwezigheid in het project van Raoul Kramer bevindt zich niet in de fotografie maar in de werkelijkheid. Er bestaan nog foto’s van de aanleg van de Birma spoorlijn, maar in het landschap zelf is de spoorweg bijna verdwenen. De rails zijn niet meer in gebruik over grote delen van het traject. Kramer legde met zijn camera de sporen van de spoorweg vast; die tijdens de Tweede Wereldoorlog door krijgsgevangenen en dwangarbeiders is aangelegd en het leven koste aan 100.000 mensen. Van de spoorlijn is ontluisterend weinig overgebleven; vooral dat maken de foto’s duidelijk. In het schitterende, ingetogen boek Lost Track dat Kramer van zijn project maakte, laten de nieuwe foto’s vooral de waarde van de oude zien. Geschiedenis en hoe je die vastlegt, het verleden en hoe je dat terug kunt halen; Kramer laat zien wat mogelijk is en wat niet mogelijk is. Iedereen die geschiedenis studeert, zou dit boek moeten zien. Iedereen zou dit boek moeten zien.
 
In Kramers boek lijkt het de tijd die het werk doet en het verleden langzaam laat verdwijnen. In het project Toppled van Florian Göttke gaat het snel en zijn het duidelijk mensen die de geschiedenis maken. Göttke documenteert het omverhalen van standbeelden van Saddam Hoessein in Irak na de val van zijn regime. Hij nam zelf geen foto’s, de beelden haalden hij uit kranten en tijdschriften en van het internet. Het omverhalen van een standbeeld is een symbolische daad bekend van andere oorlogen en revoluties; Göttke laat die daad in zijn boek inflateren: het gebeurt zo vaak en is zo vaak vastgelegd dat het nietszeggend lijkt. Of is die herhaling juist een teken van de kracht van het gebaar? Of van het feit dat een gebeurtenis tegenwoordig pas een gebeurtenis is als er een foto van wordt gemaakt? Hoe zal die stroom van beelden de geschiedenis beïnvloeden? Göttke gaat verder dan het tonen van de omvergeworpen beelden, hij volgt ze naar hun nieuwe verblijfplaats.
Daarvan zijn veel minder foto’s.
 
Thijs groot Wassink en Ruben Lundgren spelen met een gouden kalf uit de fotografie, het beslissende moment, dat sinds het de Engelse titel was van een fotoboek van Henri Cartier-Bresson uit 1952 aan een zegetocht begon door de fotografische wereld. In de inleiding schreef Cartier-Bresson: Fotografie is tegelijkertijd en in een fractie van een seconde het belang van een gebeurtenis zien en de rigoureuze ordening van visueel ervaren vormen die deze gebeurtenis uitdrukken en betekenis geven. Groot Wassink en Lundgren laten zien dat er in ieder geval twee beslissende momenten per gebeurtenis kunnen zijn. Of is de een toch beslissender dan de ander? In hun boek Tokyo Tokyo zijn foto’s twee-eiige tweelingen. In Japan is iets van dit idee al in taal vastgelegd: het meervoud is daar soms een herhaling: ware betekent ik, wareware betekent wij. Eigenlijk zou drie mensen dan warewareware moeten zijn, om van elk mens aan te geven dat het niet gelijk is aan een ander mens. De omslachtigheid daarvan geeft aan dat de theorie van het beslissende moment in ieder geval een economische theorie is; een foto per gebeurtenis volstaat. Het is ook een theorie die steeds haakser begint te staan op de dagelijkse praktijk. Van elke gebeurtenis bestaan zoveel foto’s dat er wel warewarewareware gezegd lijkt te worden. Herhaald tot in het absurde; de nederlandse bevolking is vijftien miljoen maal ware. Groot Wassink en Lundgren houden het bij wareware, het kleinste meervoud.
 
Henk Wildschut is van de zes genomineerden de meest klassieke documentaire fotograaf. Ze bestaan dus nog. Misschien zullen ze wel altijd bestaan, zo’n kracht gaat er van dit werk uit. Zoals er ook nog altijd getekend en geschilderd wordt, zo zal er ook altijd documentair worden gefotografeerd. Al voegde Wildschut aan zijn project ook nog een korte film toe, het zijn de foto’s die Shelter opzienbarend maken. Wildschut koos een maatschappelijk relevant onderwerp en brengt dat op zo’n manier in beeld dat vorm en inhoud met elkaar in balans zijn, maar niet helemaal; er blijft iets ongemakkelijk. In dit geval gaat het om de ‘jungle’, een braakliggend terrein in de buurt van de haven van Calais. Hier wachten mensen uit Irak, Afghanistan, Pakistan, Eritrea, Somalië, Soedan of Nigeria op een kans om naar Engeland over te steken. Maar mensen staan er niet in dit boek. Wildschut koos voor een verrassender perspectief. Omdat ze soms lang moeten wachten op hun kans om verstopt in een vrachtwagen of op een schip de overkant van het kanaal te bereiken, bouwen de vluchtelingen hutten van materiaal dat in de omgeving voorhanden is en het zijn deze provisoire onderkomens die het onderwerp zijn van Shelter. Wildschut fotografeerde ook shelters in andere jungles, onder meer op Malta en in Patras, Griekenland.
 
De bouwsels zijn gemaakt van slaapzakken, plastic zakken, vuilniszakken, van dekens, landbouwplastic, karton, kratten, soms zie je een oude deur weer dienst doen als deur. De bouwsels lijken gemaakt zonder esthetische bedoelingen, ze zijn praktisch; het is moeilijk voor te stellen dat ze met het oog op schoonheid zijn gebouwd. Toch vind ik ze mooi, en het is de vraag of dat een onbedoeld bijproduct is of door de manier van fotograferen van Henk Wildschut wordt veroorzaakt. Wildschut is geen kat; hij weet wat hij doet; hij drukt zelf op de knoppen; hij kiest zelf zijn beelden, van tevoren en achteraf. De fotograaf had in ieder geval meer keuze dan de bouwers.
De foto’s staan daarom tot op zekere hoogte in contrast met het onderwerp; het is misschien alsof restjes worden geserveerd op duur servies; alsof afval keurig geschilderd is; boer daar ligt een kip in het water wordt gespeeld door een symfonieorkest. Zo, dankzij de klassieke wetten van licht en compositie, worden deze bouwsels op deze foto’s paleizen. Provisoir oogt stevig, tijdelijk is eeuwig.
 
Bianca Stigter
Jurylid Dutch Doc Award 2011, redacteur NRC Handelsblad. Vorige maand verscheen haar boek Per ongeluk expres, bij Uitgeverij Contact.
 
 
 
Plaatsen/Stemmen op:  

Reacties (2)

1. Taco Hidde Bakker op Vrijdag 17 juni 2011 14.52
Is dit een essay? 'Inflateren' we hier het begrip van wat een essay is en kan zijn? Dit stuk leest als een oppervlakkige recensie, laat staan als een doorwrocht juryrapport. Ik bespeur geen overtuigende argumenten die de keuze voor de 'winnaar' legitimeren. De jury denkt in dogma's en klassieke dichotomieën. Ik hoef ze niet eens aan te wijzen; iedere scherpe lezer plukt ze er zo uit. Als dit het niveau van jureren en schrijven over fotografie is in Nederland, dan wens ik Halbe de Sloper alle succes toe met het afknijpen van de geldstromen naar het Fonds B-KVB.

2. Taco Hidde Bakker op Zaterdag 18 juni 2011 20.47
Laat ik Sean O'Hagan van The Guardian ook een duit in het zakje doen: "If the health of a medium corresponds to the number of gongs, contemporary photography would seem to be in fine fettle. It is, of course, not that simple. Prizes are not just a barometer of excellence, but of changing taste and, perhaps more importantly, curatorial values." http://www.guardian.co.uk/artanddesign/2009/nov/16/conceptual-photography-prizes

Plaats een reactie

Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.

 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies