Dutch Doc
| Vorige | Volgende |
15 juni 2011 »
Jan Banning bepleit in zijn opiniestuk Dutch Doc en de ondermijning van het begrip ‘documentaire fotografie’ strakkere grenzen voor dit genre. Bert Sissingh laat in een reactie de termen fundamentalisch, pijnlijke zelfoverschatting en ‘imponerende fotoserie Bureaucratics’ vallen om uit te komen bij zijn nominatie voor de Dutch Doc Award van volgend jaar: Paulien Oltheten.
–
De onvergetelijke John Cage woonde ooit een uitvoering bij van muziek van Igor Stravinsky. Het orkest stond onder leiding van niemand minder dan maestro Stravinsky zelf. Op de stoelen achter Cage zaten een vader en zijn zoontje, die zich kennelijk goed op het concert hadden voorbereid door naar een plaatopname van het uit te voeren werk te luisteren. Want, zegt het jongetje in de pauze op verontwaardigde toon tegen zijn vader: That is not how it goes!
Het artikel van Jan Banning over de al of niet terecht genomineerde projecten voor een documentaire fotografieprijs echoot het bozige commentaar uit Cage’s anekdote, als hij op een nogal selectieve wijze aan de hand van historische voorbeelden het begrip ‘documentaire fotografie’ lijkt te willen omgrenzen en terug te voeren tot de usual suspects uit de Amerikaanse sociaal-emancipatorische traditie (Riis, Hine en de FSA fotografen).
Je moet wel in een erg fundamentalistische tak van de linkse kerk zijn opgegroeid wil je anno 2011 de titel ‘documentaire fotografie’ exclusief opeisen voor fotografen met een drang om bij te dragen aan verandering of op zijn minst onderkenning van wezenlijke wereldproblemen. Dat is niet alleen een miskenning van de documentaire traditie zelf, maar ook en vooral een nogal pijnlijke zelfoverschatting van de invloed die ‘de’ fotografie überhaupt nog uitoefent in een übergemediatiseerde wereld bij het oplossen van maatschappelijk leed en andere ongemakken.
Want heeft het niet iets hopeloos anachronistisch en Don Quichotterigs om uitgerekend net rond ‘World Day Against Child Labour’ ook maar te overwegen om aan dat hardnekkige ‘wereldprobleem’ een einde te maken door er een fotograaf op af te sturen? Als je de cijfers leest heb je wel meer dan één Jacob Riis en één Lewis Hine nodig om dat allemaal weer recht te breien.
Wat echter nog het meest opvalt is dat een begaafd fotograaf als Banning zich kennelijk niet helder bewust is in welke traditie hij nu eigenlijk zelf zijn fotografie bedrijft. Hij zou er goed aan doen de notabene door hemzelf aangehaalde Allan Sekula er nog eens op na te lezen, met name diens briljante verhandeling ‘The Body and the Archive’ uit 1986, of toch in ieder geval een aantal conclusies ervan. Want na een diepgravende analyse van (onder veel meer) de einde 19e eeuw door Bertillon ontwikkelde (op fotografie geënte) criminologische (pseudo)wetenschap van de anthropometrie, concludeert Sekula dat het ontstaan van een documentaire fotografie op directe wijze in verband staat met juist die archiverende fotografiepraktijken in de opkomende ‘sociale’ wetenschappen van de vorige vorige eeuw.
In de zelfbewuste toeëigening van dit archiverend ‘paradigma’, door uiteraard de twee aartsvaders van de documentaire traditie, August Sander en Eugène Atget, maar ook nadrukkelijk door de onvergetelijke Walker Evans, wordt volgens Sekula de basis gelegd voor de fotografie als modernistische kunstvorm, wat er (na een lang traject) uiteindelijk toe zal leiden dat op zeker moment in Utrecht een prijs zal worden uitgereikt voor de beste fotografische documentaire, waarbij het prijzengeld integraal beschikbaar is gesteld door een fonds voor de beeldende kunst.
En de verbazing over Bannings miskenning van de eigen genealogie wordt alleen maar groter als we diens imponerende fotoserie Bureaucratics in ogenschouw nemen. Want deze imposante voetnoten bij Sanders Kassierer in einer Sparkasse, 1928 (Gruppe IV/20/9) bekoren ons natuurlijk niet alleen door de briljante typering, kadrering en (vooruit) een snufje exotische couleur locale, maar toch vooral door de dubbel-ironische omkering, waarbij deze ‘poortwachters van de archieven’ op Becheriaanse wijze worden ingeschreven in het grote archief van de Fotografie zelf.
Schril contrast met deze hilarische ‘Let us now praise famous bureaucrats’ benadering vormt daarentegen Banning’s recentere serie Comfort women / Troostmeisjes, waar de fotograaf iedere ironie weer overboord zet en hij, bespookt door zijn ‘mal d’archive’, op verbeten wijze de slachtoffers van toen in een nogal bizarre claustrofobische studiosetting tot slachtoffers voor de eeuwigheid probeert te brandmerken en waarbij het net lijkt of de wrede Japanse bezetter elke nacht nog even langs komt om in de gezichten van de inmiddels bejaarde vrouwen opnieuw het tracé van de inmiddels onvindbare Birmaspoorlijn te kerven.
Dan begrijpen we de opgeheven vinger waarmee Banning plaats neemt achter zijn bureau om de nominaties van de DutchDocAwards te bekritiseren opeens veel beter. En dan met name als hij het project van WassinkLundgren op de korrel neemt door hun genomineerde project te typeren als een ‘terloops’ en ‘plezierig’ maar niet bijzonder goed en zonder uitgekiende timing in beeld gebracht fotografisch verslag van hoe in de buitenlucht van Tokio vertoevende Japanners door de aanwezigheid van twee camera’s in verwarring gebracht worden. Nu ben ik zelf ook niet helemaal overtuigd of WassinkLundgren met hun aanpak het wat versleten genre van de straatfotografie nog van de ondergang zullen redden, maar hun inspanningen hebben zeker onze sympathie, want ondanks het feit dat de jongens iets teveel door het venijn van hun idool Martin Parr lijken te zijn aangeraakt, zijn het toch zeker aardige jongens (ik noem ze in gedachten inmiddels liefkozend de Cartier&Bresson van de Nederlandse fotografie) en ik laat mij toch steeds weer met veel fotografisch genoegen net als die lieve Japanse oudere dame door die overijverige Japanse agent op documentaire wijze het bos in sturen.
Maar wat mij uiteindelijk nog het meest verbaasd heeft rond het hele Dutch Doc Award gedoe is dat nu al voor de tweede keer het werk van Paulien Oltheten schittert door afwezigheid op de shortlist van kanshebbers op de prijs. Want als iemand de documentaire Nederlandse fotografietraditie op originele wijze nieuw leven in heeft geblazen, dan is zij het toch wel en het is moeilijk te bevatten dat de verzamelde poortwachters en juryleden kennelijk blind zijn gebleven voor de kwaliteiten van haar verfrissende benadering.
Het is gelukkig nog niet te laat, want de Grote Bezuinigingen gaan gelukkig pas in 2013 hun slachtoffers eisen, dus nog één keer krijgt DutchDoc de kans dit verzuim goed te maken. Na de nogal van dik-hout-planken-zagende concerned photography van de twee eerste (mannelijke) prijswinnaars maakt Galerie Sissingh bij deze zijn nominatie voor volgend jaar al bekend. Het valt alleen niet te hopen dat Jan Banning voor een tweede maal gevraagd wordt om als poortwachter op te treden. Want zijn reactie op de eveneens in de buitenlucht van Tokio vertoevende Japanners van Oltheten valt niet moeilijk meer te voorspellen:
That is not how it goes!
–
Discussie Dutch Doc:
Frank van der Stok interviewt Jan Dietvorst: Met open vizier kijken
Bert Sissingh: That is not how it goes!
Bianca Stigter: Moeilijker - Dutch Doc Award 2011
Plaatsen/Stemmen op:
















Reacties (6)
Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.