dinsdag 22 mei 2012 De verbindende schakel in fotografie
Dutch Doc
Vorige Volgende
30 mei 2011 »
door Jan Banning

De Dutch Doc Award is een prijs voor documentaire fotografie. Maar wat is dat eigenlijk, documentaire fotografie? En is het werk van de zes genomineerden op de short list wel te typeren als documentaire fotografie. Fotograaf Jan Banning is duidelijk een andere mening toegedaan dan de organisatoren van de prijs.

 
 
Op 11 juni wordt de Dutch Doc Award, de prijs voor het beste documentaire fotoproject van 2010, uitgereikt. Hij is ingesteld in 2008, nadat was vastgesteld dat de documentaire fotografie het moeilijk heeft: dag- en weekbladen hebben, zeker in Nederland, niet meer de financiële middelen om diepgravende fotoprojecten te ondersteunen, en alternatieve opdrachtgevers zijn er amper. Dutch Doc zou aan de versterking van deze tak van fotografie moeten bijdragen.
De procedure is aldus: eerst maakt een groep (dit jaar een vijftiental) ‘poortwachters’ een voorselectie; daaruit kiest de jury een shortlist van 6 projecten, waaronder de uiteindelijke winnaar, die het ook naar internationale maatstaven imposante bedrag van 20.000 euro ontvangt.
 
Wellicht omdat het om zo’n fors prijzengeld gaat, werden de grenzen van het begrip ‘documentair’ al snel opgerekt. Aangezien Dutch Doc zelf geen duidelijke definitie gaf, ontstond de ruimte daarvoor vanzelf. In de brochure van 2011 komen de zakelijke leiders Eric Wie en Bob Witman niet veel verder dan: ‘Documentaire fotografie is langzaam en precies.’ Merel Bem schreef daarover (VK 27-5) ‘dat we die (…) manier van werken tot een modieuze kwalificatie van het werk hebben gemaakt, in plaats van haar te zien als vanzelfsprekend element of zelfs vereiste van dat werk.’
Het enige dat Dutch Doc’s foldertje verder biedt aan aanknopingspunten is: ‘Geen onderwerp is te klein of te groot om aan te pakken’, en men spreekt van ‘verhalen (..) die deze tijd nodig heeft.’ Niet bepaald een inhoudelijk stevige afbakening.
Impliciet heeft Dutch Doc natuurlijk wel fors gestuurd, namelijk door de selectie van de groep poortwachters en de jury. De criteria daarvoor blijven in het duister.
 
Natuurlijk is er al veel langer en vaker nagedacht over wat documentaire fotografie dan wel zou zijn. Wikipedia heeft het over ‘a popular form of photography used to chronicle significant and historical events.’ Als voorbeelden noemt men Jacob Riis en Lewis Hine, wat later de fotografen van de FSA. In de na-oorlogse jaren gelden mensen als Robert Frank en W. Eugene Smith als voorbeelden. Na de roerige jaren 60 poogden Allan Sekula en consorten tot een herdefiniëring van het begrip te komen, waarbij de objectiviteit van de fotograaf ter discussie werd gesteld. Mij dunkt dat we de in april in Libië omgekomen Tim Hetherington, die succesvol experimenteerde met combinaties van stilstaand en bewogen beeld en geluid, als een hedendaags voorbeeld mogen beschouwen. En in de Nederlandse context iemand als Ad van Denderen (bestuurslid van Dutch Doc). Wat al deze fotografen ook onderscheidde, één ding hadden ze gemeen: ze richtten hun camera op de ‘grote wereld’, en poogden onderliggende structuren, die van groot maatschappelijk belang waren, voor het voetlicht te brengen. Of, zoals het Nederlandse Fotodok (nauw betrokken bij de totstandkoming van Dutch Doc) stelt: ‘Documentaire fotografie leent zich bij uitstek om mensen een spiegel voor te houden, om (achtergrond)verhalen te vertellen, wereldproblemen aan de orde te stellen en controversiële onderwerpen onder de aandacht te brengen.’
 
Als we nu kijken naar wat dan de bij Dutch Doc genomineerde, blijkbaar zo broodnodige verhalen zoal zijn, vinden we enkele binnen deze definitie vallende voorbeelden: ‘The Sochi Project’ van Rob Hornstra en journalist Arnold Verbruggen, over het gebied van de Olympische Winterspelen 2014; ‘Lost Track’ van Raoul Kramer, over de fysieke sporen van de Birma-spoorweg – of het gebrek daaraan; en Henk Wildschuts ‘Shelter’ over de illegale immigranten rond Calais (dat trouwens vorig jaar ook al voor de Dutch Doc Award werd ingeleverd).
 
Maar daarnaast ook drie heel andere nominaties. ‘- en Willem’ van Willem Popelier, een verslag van een uiteengeslagen gezin: ontroerend, al kun je je afvragen of het binnen de definitie valt. Veel dubieuzer is dat bij het ‘TokyoTokyo’ van het fotografenduo WassinkLundgren. Frits Gierstberg ziet hierin een kritische houding ten opzichte van het dogma van ‘The Decisive Moment’. Maar hoezo ‘dogma’? Wikipedia: ‘Een dogma is een fundamenteel concept ter onderbouwing van een gedachtegoed, daarom wordt de aanhanger van dit gedachtegoed geacht er niet van af te wijken en het nooit te betwisten of te betwijfelen.’ Maar zien we niet al jarenlang documentaire fotografie, waarbij het in 1952 geformuleerde ‘Decisive Moment’, dat ene ogenblik waarin het thema van de fotograaf zich visueel optimaal presenteert, helemaal geen rol meer speelt? Welke revolutionaire doorbraak van een paradigma wordt hier geapprecieerd?
 
Dutch Doc over ‘TokyoTokyo’, in genoemde brochure: Het geeft ‘een terloopse blik op de stad, haar structuur en bewoners (en) commentaar op het medium fotografie.’ Arno Haijtema (VK 19-5): Het ‘geeft (…) het begrip stereofotografie nieuwe inhoud (en) de werkwijze ontregelt de gefotografeerde, omdat die, hooguit gewend te reageren op de aanwezigheid van één fotograaf, onder het geweld van twee camera’s meestal even niet meer weet waar hij kijken moet (…). Ook het gegeven dat uitsluitend in de Japanse buitenlucht is gefotografeerd, voegt zindering toe aan het avontuur dat WassinkLundgren ons laat meebeleven.’ En verderop: ‘Dat de foto’s (…) zelf zo bijzonder niet zijn, doet aan het plezier van het project niets af.’ Merel Bem schrijft over ‘een onderzoek naar wat er gebeurt wanneer eenzelfde onderwerp op praktisch hetzelfde moment vanuit twee verschillende standpunten wordt gefotografeerd.’ Hierbij zou ‘de waarheid van de foto aan de kaak gesteld’ worden, ‘iets wat gerust een onderliggend documentair onderwerp genoemd mag worden.’
 
Maar wat is dan het grote maatschappelijke verhaal, het ‘wereldprobleem’ dat hier wordt behandeld? Draagt het werk bij aan ons inzicht in de wereld buiten ons directe blikveld? Aan het blootleggen van dieper liggende maatschappelijke structuren? Is het niet wat aan de late kant voor het ter discussie stellen van de objectiviteit van fotografie? Is dat nu vernieuwend en onthullend? Zoals gezegd gebeurde dat al in de jaren 70 en 80, door mensen als Allan Sekula. De Arabische wereld staat in brand, de tegenstelling tussen het Westen en de islamitische landen neemt toe, in veel Europese landen groeit de haat tegen migranten, het nieuwe dogma (hier wel!) van marktwerking ondergraaft het oude sociaaldemocratische principe van de solidariteit in Europa, er is sprake van een dreigende milieucatastrofe - en de fine fleur van de Nederlandse documentaire fotografie wil een naar verluid ‘terloops’ en ‘plezierig’ maar niet bijzonder goed en zonder uitgekiende timing in beeld gebracht fotografisch verslag van hoe in de buitenlucht van Tokio vertoevende Japanners door de aanwezigheid van twee camera’s in verwarring gebracht worden, voor een documentaire fotoprijs in aanmerking laten komen.
 
Een andere genomineerde is Florian Göttke’s ‘Toppled’: een intelligente verzameling van op internet gevonden foto’s van omgetrokken beelden van Saddam Hoessein. Merel Bem vraagt zich af: ‘Als Göttke niet de maker is, moet het geld dan wel naar hem gaan?’ De vraag stellen is die beantwoorden, zeker ‘wanneer je je bedenkt dat de 20.000 euro oorspronkelijk bedoeld was om documentaire fotografen die hun podium steeds verder zagen slinken, financieel bij te staan’ (zegt Bem). Een bedrag van 20.000 euro voor het zoeken en bij elkaar brengen van foto’s van het internet? Hoe verhoudt zich dat tot het werk van fotografen die met forse kosten aan tickets, verblijf, fixers en materiaal, en soms met grote risico’s, maandenlang in verre gebieden opereren? Tijdens de eerste bijeenkomst van een stuurgroep documentaire fotografie, enkele jaren geleden, werd vastgesteld dat er een kloof gaapt tussen academici/theoretici en de praktijkbeoefenaars: de professionele fotografen. Deze nominering suggereert, dat er net zo’n kloof is tussen Dutch Doc en zijn poortwachters en jury enerzijds, en de werkelijkheid van de documentaire fotografen anderzijds.
 
Voor alle duidelijkheid: ik wil hier niet betogen dat er iets mis is met deze genomineerde fotografische projecten als zodanig. Maar het lijkt me hoog tijd voor Dutch Doc om in de eigen begripsvervaging in te grijpen en een goede inhoudelijke definitie van het begrip ‘documentaire fotografie’ te formuleren. En om poortwachters en juryleden te zoeken, die zich met die formulering kunnen verenigen. In de definitie zou de maatschappelijke gerichtheid van deze fotografie verdisconteerd moeten worden, en worden teruggegrepen op de werkelijke betekenis van de term: met visuele middelen, met diepgang en met een eigen ‘stem’ het algemene publiek stimuleren om over essentiële kwesties in de wereld na te denken. Zulke fotografie vereist intelligentie – meer dan simpelweg tijd, of dan de boerenslimheid die vereist is voor het door Dutch Doc gewaardeerde modieuze foto-ondernemerschap – bij het beoordelen van ontwikkelingen in de wereld en bij de visuele benadering daarvan; en het misschien minder modieuze engagement, idealisme, de drang om bij te dragen aan verandering of op zijn minst onderkenning van wezenlijke wereldproblemen. Laat Dutch Doc dát ondersteunen. Echte documentaire fotografen zijn hun podium bij de dag- en weekbladen al nagenoeg kwijtgeraakt, o.a. door de groeiende aandacht voor escapistische lifestyle-thema’s; nu dreigt dankzij Dutch Doc en zijn prijs het begrip ‘documentaire fotografie’ zelf uitgehold te worden.
 
 
Jan Banning is documentair fotograaf en was vorig jaar jurylid van de Dutch Doc Award. Zijn ‘Bureaucratics’ werd tentoongesteld in een vijftiental landen en zijn ‘Troostmeisjes/Comfort Women’ werd door het Amerikaanse fotoblad PDN opgenomen in de lijst van 25 beste fotoboeken van 2010.
 
 
Plaatsen/Stemmen op:  

Reacties (8)

1. Ton Hendriks op Maandag 30 mei 2011 23.12
Het verhaal van Jan Banning is dermate goed en uitgebreid verwoord, dat ik er weinig aan toe te voegen heb. Ik heb absoluut dezelfde verbazing over de keuze van de fotoprojecten en de 'verruiming' van het begrip documentaire fotografie. Je kunt met postzegels verzamelen dus ook geld binnenhalen, zo lijkt het nu. En fotografen die echte reizen maken kunnen op een houtje bijten.

2. hester keijser op Dinsdag 31 mei 2011 0.45
Helder stuk en een gedegen bijdrage van een zeer gewaardeerde fotograaf aan een discussie die steeds opnieuw gevoerd moet worden. Drie overwegingen die ik wil brengen: 1. Laten we niet vergeten door wie de prijs is ingesteld: niet door de fotojournalistieke instellingen, maar door het Fonds voor Beeldende Kunst. Dat is op zich al een indicatie van de richting waarin Dutch Doc zich beweegt. 2. As we de logica van Jan Banning volgen m.b.t. het project van Göttke, zou dan niet Michael Wolf maar het concern Google een World Press Photo Award hebben verdiend? Dezelfde vraag is al uitvoerig binnenstebuiten gekeerd op buitenlandse blogs als bijv. de British Journal of Photography. 3. Door te referen aan "forse kosten aan tickets, verblijf, fixers en materiaal, en soms met grote risico’s" wordt - onbedoeld - de suggestie gewekt dat documentaire fotografen met name in verre gebieden werken. Maar kunnen onderbelichte en evenzeer belangrijke onderwerpen niet net zo goed voor de huisdeur gevonden worden? En brengt dat niet evenzo hoge kosten met zich mee?

3. hester keijser op Dinsdag 31 mei 2011 3.21
Na een nachtelijke wandeling bedenk ik me, dat twijfels over het documentaire gehalte van Goettke's Toppled ook raken aan Bagdad Calling van Geert van Kesteren. Van Kesteren heeft ook geen enkele foto zelf gemaakt, maar zou dezelfde vraag over zijn werk gesteld worden? Voor mij is Toppled iets heel anders dan "een intelligente verzameling van op internet gevonden foto’s van omgetrokken beelden van Saddam Hoessein", en stelt het juist scherpe vragen aan de toekomst van de documentaire fotografie als aan de beeldproductie door en via moderne media, of zoals jij formuleert aan het "beoordelen van ontwikkelingen in de wereld en bij de visuele benadering daarvan". Enfin, die discussie kan altijd nog gevoerd worden, en moet misschien ook gevoerd worden naar aanleiding van de nominatie. We zien je graag aan tafel bij mrs.deane's live desk tijdens het festivalweekend!

4. jasper g op Dinsdag 31 mei 2011 21.50
@Hester: Michael Wolf presenteert zich nadrukkelijk niet als journalistiek cq documentair fotograaf. zijn werk is eerder een reflectie op dergelijke fotografie in tijden van internet. Bagdad Calling van Van Kesteren bevat wel degelijk (veel) eigen foto's, die gecombineerd worden met de (mobieltjes-)foto's van anderen. overigens ben ik het geheel eens met Jan Banning. en de winnaar wordt dan ook gewoon The Sochi Project van Hornstra en Verbruggen :-)

5. Frans Soeterbroek op Dinsdag 31 mei 2011 22.27
Dit bewijst maar weer eens dat juist in de fotografie twee motieven om prijzen in te stellen op gespannen voet met elkaar staan. enerzijds op zoek gaan naar de vernieuwing aan de randen van de gangbare praktijk en anderzijds het stimuleren van de mensen die het aloude vakmanschap met een te bescheiden inkomen en te weinig bekendheid gehonoreerd zien. Juist in de fotografie is geen enkele wet of norm heilig en is er de permanent zucht naar vernieuwing. Maar evenzogoed is de documentaire fotografie zoals Banning die definieert te waardevol en te kwetsbaar om zijn beoefenaars toe te roepen: 'ach het is maar een bepaald hokje van de documentaire fotografie waar jullie in zitten daarnaast zijn er zoveel andere definities mogelijk'. De discussie doet me denken aan het rumoer rond de aankoop door het stedelijk museum van de schiettentfoto's van Ria van Dijck aangedragen door Erik Kessels en Hans Aarsman. Ook daar een poging om de grenzen van wat waarde heeft en vernieuwend is in de fotografie vergaand op te rekken. En ook daar de begrijpelijke verontwaardiging van de professionele fotografen over zoveel postmodern relativisme van het vak. Het wordt tijd om eens twee zaken uit elkaar te houden. Dat geen enkele grens of norm in de fotografie heilig kan en mag zijn ontslaat de mensen die prijzen instellen en toekennen niet van de dure plicht zelf wel grenzen te hanteren. Anders vervallen ze inderdaad in een vorm van nihilisme: als het maar verrast en afwijkt van het gangbare heeft het een streepje voor. Op z'n minst moet men zich bewust zijn van (en transparant zijn over) de spanning tussen vernieuwing en waardering van 'ouderwets' vakmanschap.

6. hester keijser op Woensdag 01 juni 2011 0.34
"Op z'n minst moet men zich bewust zijn van (en transparant zijn over) de spanning tussen vernieuwing en waardering van 'ouderwets' vakmanschap." - Het lijkt me dat de jury daar prima in geslaagd is, getuige de discussies die hun nominaties oproept. Het is een veelzijdige selectie die de controversies niet schuwt, maar waarvan je nu ook niet weer kan zeggen dat het taboes doorbreekt of in roekeloze bravoure tegen allerlei heilige huisjes aanschopt.

7. John Lambrichts op Woensdag 01 juni 2011 8.12
Mensen die professioneel werkzaam zijn binnen de fotografie, maar zelf niet (kunnen) fotograferen zijn uit op vondsten, vernieuwing, ontdekking. Hiermee kunnen zij zich profileren en dat is heel begrijpelijk. Alleen is dit naar mijn mening de laatste jaren in Nederland te ver door geslagen. Vraag me dan ook steeds vaker af of het nog wel om de fotografie gaat. Frans Soeterbroek: 'Anders vervallen ze inderdaad in een vorm van nihilisme: als het maar verrast en afwijkt van het gangbare heeft het een streepje voor. Op z'n minst moet men zich bewust zijn van (en transparant zijn over) de spanning tussen vernieuwing en waardering van 'ouderwets' vakmanschap.' Laat anders liever het woord fotografie weg en laat alle vormen van documentaires meedingen.

8. Jos Van Hecke op Zaterdag 02 juli 2011 7.20
Interessant standpunt over visueel registreren, documenteren (informeren/protesteren), over fotografie en prijzen. Voor mij is 'fotografie' per definitie documentair, elke (niet in de optische beeldcomponenten vervalste) foto is een (visueel historisch) document. Edoch is het ene document het andere niet. Het wezenlijke verschil zit hem in de beeldinhoud, in WAT de beeldenmaker in één of meerdere opnames heeft geregistreerd en welke relatief (regionaal/nationaal/mondiaal) cultureel-maatschappelijke BETEKENIS en FUNCTIE (naar maatschappelijke draagwijdte en spankracht) de geregistreerde beeldinhoud heeft of kan hebben. Op basis daarvan moet het m.i. niet zo moeilijk zijn om 'objectief' terecht een prijs voor (documentaire) fotografie toe te kennen. Het spreekt voor zich dat een fotograaf die een verzameling foto's van andere fotografen aan een fotografie jury durft voorleggen geen prijs als verdienstelijke fotograaf kan worden opgespeld en dat een beeld van enkele door een camera opgeschrikte toevallige passanten in Tokio - visueel inhoudelijk bekeken - hoogstens een Tokio straat- of plein gebonden anekdotische 'betekenis' kan dragen. Het fundamenteel hedendaags probleem bij de beoordeling van 'documentaire' fotografie en van het medium fotografie in het algemeen, zit hem juist in de artistiek geïnspireerde trend (manie) om in foto's dingen te gaan 'zien' die er in de feiten niet in te zien zijn. Sommigen noemen dit 'kunst', ik noem dit pure zinsbegoocheling en (psychopathologisch/therapeutisch) zelfbedrog. De kiem van deze trend van dwangmatig illusoir 'zien' ligt in het artistiek fotografenwereldje alom geprezen maar totaal mis begrepen 'fotografie' essay "La Chambre Claire" van Roland Barthes die niet alleen een psychisch verwrongen romantische ziel maar ook een semioloog-sterrenwichelaar was. De charlataneske 'verkunsting' van het medium fotografie heeft diverse nefaste gevolgen maar laat ik hier maar in denkbeeldige schoonheid eindigen op een reëel 'punctum'.

Plaats een reactie

Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.

 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies