Werf
| Vorige | Volgende |
27 november 2011 »
Vandaag een nieuwe commerciële kunstgalerie beginnen is moedig en nobel. Net op een ogenblik dat we dagelijks in onze media lezen dat in ons koninkrijk (reeds virtueel verdampt) de banken, de verzekeringsmaatschappijen en de aandelen op de beurs in vrije val zijn en de roep naar eigen munt veld wint. Een besparingsronde à la Grecque is op komst en in afwachting beschouwen de onderhandelende partijen de maatregelen van Europa slechts als adviezen. En de sterkste politieke partij in Vlaanderen heeft men aan de kant geduwd. Ons koninkrijk ontstond na de opvoering van de opera De Stomme van Portici in 1830. De proletarische onlusten indertijd in Brussel hebben vandaag plaats gemaakt voor de indignados. Een nieuwe opera dringt zich op en is een realistisch scenario.
De galerie Mandarins is gevestigd in het Antwerpse stadsdeel op de linkeroever van de Schelde. Ver weg van de artistieke scène van het Zuid in Antwerpen. Naar Mandarins gaan is een uitstap maken. De galerist is de sinoloog Chris Van Peteghem die al meer dan 15 jaar gespecialiseerd is in de Chinese cultuur en kunst en die zich wil richten op de Chinese hedendaagse kunst, inclusief fotografie. De openingstentoonstelling van de jonge fotograa Yan Kai is een voltreffer.
De titel van de tentoonstelling is ‘Callus- Temporary Paradise’. Callus is ‘eelt’, ‘deel van’ maar weldra verwijderd van het lichaam. Eelt behoort nog tot het lichaam, maar wordt snel afvallig. Dit is ook zo voor de ‘urban villages’ in Hunan. Deze worden snel opgeslorpt door de stad Changsha. De foto’s werden genomen rond Changsha, de provinciale hoofdstad van Hunan. Changsha is de plaats waar Mao Zedong zijn politieke carrière is begonnen. De grootstad leeft niet in de organische betekenis zoals een plant of een dier, maar in een steeds veranderende beweging. De mensen doen de stad veranderen, niet omdat ze er zelf in bewegen als factoren van leegte en drukte, maar omdat ze operatoren zijn van destructie en constructie van hun eigen materiële cultuur die de stad zelf is. Het dynamisme van afbraak en opbouw maakt de geschiedenis van een stad, waarbij de jeugd van de nieuwbouw even aantrekkelijk is als het antieke van het overgebleven erfgoed. Slechts in weinige steden - allicht in geen enkele - werkt deze cultuurwet volgens een organisch ritme, maar wordt afbraak en opbouw gedetermineerd volgens de normen van de bouwpromotoren. Verkrotte gebouwen en werven zijn dan ook al lang geen onschuldige oorden meer.
Yan Kai is een fotograaf die de fotografische paradox goed begrepen heeft. Zijn leidraad is een persoonlijk onderzoek naar het thema van de identiteit. Het is een onderwerp dat de discussie over het mens-zijn verrijkt en de nadruk legt op zijn eenzaamheid in de vervreemde woonomgeving. De menselijke aanwezigheid is op de foto telkens aandoenlijk. Werkende, denkende, rustende of spelende lichamen worden gepoëtiseerd. De fotografische collages die Yan Kai maakt zijn revelaties die de traditionele limieten van een samengesteld beeld overschrijden, vastgelegd in tijd en plaats, door het dicht te benaderen van hoe wij zien. In zijn werk komt elk beeld overeen met een discrete oogbeweging, die een aantal beeldende gegevens bevatten die moeten bewaard worden in ons geheugen en gesynthetiseerd door onze hersenen. Zoals we alleen maar essentiële informatie verwerken, zo zijn er ook tekorten in de matrix van het beeld. We kijken gefragmenteerd en komen blik per blik tot de essentie van het beeld. Het uiteindelijke resultaat van de collage is een meesterwerk van design. De scene lijkt eigenaardig genoeg strak horizontaal naar ons toe te komen. In het waarnemingsproces maakt Yan Kai de ruimte en tijd niet lineair, maar beweeglijk. Yan Kai helpt ons te realiseren dat visie minder een zaak is van naar buiten te kijken, maar wel een egocentrische daad die de toeschouwers een visuele relatie met de wereld schenkt. Het beeld is expressief en overvloedig, er is veel te zien. Zijn benadering toont zelfbewustzijn. Het verenigt de gefragmenteerde beelden van Picasso en de dynamische energie van Popova. Zijn werk is hedendaags omdat het zo focust op het illusionistische van het ‘realisme’. Yan Kai exploreert de implicaties eigen aan de fotocollages, zoals het doorlopend verhalende. Yan Kai heeft een stukje China in beeld gebracht. Het geheel is geen panorama (een alles-zicht, dus overzicht) dat representatief is voor China. Het zijn fragmentaire gezichten die het klimaat van de stad oproepen, zonder overzichtsbedoelingen. Het is een reflectie op het stad-zijn. In die zin staat zijn fotografie dichter bij de filosofie dan bij de image-building van een stad.
Een fotograaf kan met zijn apparaat tegen dat ideologisch apparaat van het kapitalistisch systeem allicht weinig beginnen. Maar hij heeft toch een rol te spelen. Hij is in relatief neutrale zin het geheugen van de mens van zijn tijd en zijn fotoarchief de mummificatie voor de nakomelingen. De fotograaf maakt een stad. Hij maakt ze anders dan ze is, want een stad “is“ niet. De stad “is“ de som van hoe ze door alle bewoners en bezoekers gezien wordt. De fotograaf, als ziener bij uitstek, maakt een stad door te tonen hoe hij haar ziet. Daardoor existeert die stad.
Plaatsen/Stemmen op:
















Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.