dinsdag 22 mei 2012 De verbindende schakel in fotografie
Werf
Vorige Volgende
7 november 2011 »
door Johan Swinnen

1.
In 1982 ontmoette ik de Nederlandse fotohistoricus Jan Coppens naar aanleiding van zijn boek ‘De bewogen camera, protest en propaganda door middel van foto’s.’ Dit standaardwerk was voor mij een eye-opener over de geschiedenis van de sociaal-kritische fotografie. Een wereld ging open van o.m. John Thompson, Jacob Riis, communistische propaganda uit de Sovjetunie, arbeiders-fotografie in België en het verhaal van W. Eugene Smith in Minamata. Ik nodigde Coppens meermaals uit voor lezingen in Vlaanderen. Geanimeerd trok hij de aandacht op het fragiele gebruik van fotografie als historische bron. Coppens maakte de journalistieke fotografen én de kunsthistorici wakker met sprekende voorbeelden waarom het nodig was om zorgvuldig om te gaan met historische foto’s. Politiek waren de discussies die na deze lezingen volgden vaak dogmatisch. Zo werd in die jaren midden 1980 dikwijls gesteld dat in oorlogstijd andere normen en waarden van belang zijn en dat dit manipulatief gedrag van (politieke) fotoredacties kon verantwoorden.
 

2.
Vorige week ontmoette ik in het Fotomuseum te Antwerpen de ethicus en historicus Gie van de Berghe op de boekvoorstelling Kijken zonder zien. Omgaan met historische foto’s. Dit mooi vormgegeven boek stelt vijftien historische – vaak uit de Tweede Wereldoorlog – foto’s voor. Omdat tekst en context in hoge mate bepalen wat wordt gezien, kan de lezer eerst zelf kijken en zien, een eigen mening vormen. Vervolgens worden de foto’s op de lichtbak van deze onderzoeker gelegd. Wordings- en receptiegeschiedenis, vormvarianten en wisselende betekenissen worden doorgelicht en in hun bredere historische en fotografische context geplaatst. Resultaat van een Sisyfusarbeid.
 
3.
De beste manieren om een historisch fotobeeld te waarderen kan samengevat worden als volgt: het observeren, erover nadenken en erover praten en dat door een rondgang door het werk van fotografen van alle documentaire disciplines. Ga dan uit van de diverse functies die de fotografie op dat ogenblik in de samenleving vervulde: bijvoorbeeld politiek, esthetisch, economisch, educatief, journalistiek, creatief medium, fotografie als sociologisch document of in de wetenschappen en fotografie in reclame, publiciteit en propaganda. Foto’s hebben zo’n enorme bewijskracht (‘de camera liegt niet’) en zijn tegelijk zo meerduidig dat ze de leugen mogelijk maken. Het boek Kijken zonder zien, behandelt naast bewuste beeldmanipulatie ook een volkomen onderbelichte praktijk, met name de niet-bewuste bewerkingen die historische foto’s ondergaan bij het vertonen én bekijken. Soms echter verwijst een foto alleen naar zichzelf.
 
4.
Zijn nieuwste project gaat over het onderzoek naar zeer uiteenlopende aspecten van fotografie. Aanstoot en irritatie over de slordige omgang met historische fotobeelden, inspireerde van den Berghe tot dit boek. Vooroordelen over beeldmanipulatie zijn echter moeilijk uit te roeien. Het bijzondere werk dat reeds door een Coppens en een van den Berghe werd verricht in verband met de geschiedschrijving van fotografie, verklaart waarom: het gaat om tegenstand en succes. Gegevens vinden we vooral in collecties in musea, galeries, media en private collecties zowel over het koloniale tijdperk als over de naoorlogse fotografie. De foto’s wekken meteen belangstelling op over wat de betekenis is van wat getoond wordt. Naast de emotionele en esthetische waarde van deze foto’s, vormen ze op de eerste plaats een goudmijn voor het onderzoek naar het verleden. Het is een bron die kan leiden tot inspirerend en intensief onderzoek.
 
5.
Ik stelde Gie van den Berghe voor deze Werf enkele vragen.
Eerste vraag: ‘Beschouw jij fotografie in de eerste plaats als een discipline met maatschappij-kritische mogelijkheden, eerder dan fotografie als autonoom medium?’
Antwoord van Gie van den Berghe: ‘Als ik het voor het zeggen had (maar dat heb ik niet) dan zou fotografie (en alle kunst) maatschappijkritisch moeten zijn, iets in de verf zetten, duidelijk maken, aan het licht brengen, onderstrepen waardoor mensen anders/kritischer naar het in beeld (of toon) gebrachte gaan kijken, luisteren. Etcetera. Maar dat is dus mijn visie, mijn verlangen, mijn waardering. Daarnaast mag het vertoonde/getoonde ook nog esthetisch verantwoord of verrassend zijn (wat niet hetzelfde is, zoals je weet, als ‘mooi’).’
 
Tweede vraag: Welke zijn je criteria voor de uitgekozen case-studies geweest? En waarom geen enkel voorbeeld uit ons land of Vlaanderen?
Antwoord van GvdB: ‘De criteria voor de keuze van mijn foto’s zijn ongeveer de volgende. Foto’s van gebeurtenissen waarvan ik de achtergrond grondig ken – dus veel foto’s die verband houden met de nazi’s, WO-II en 6 andere. Doorgedreven kennis is nodig om de niet-bewuste manipulatie/behandeling/bewerking van die en andere foto’s te zien, te achterhalen, te verklaren. Aanvankelijk wou ik veel meer foto’s en veel meer gebeurtenissen belichten, maar als auteur van een fotoboek ben je ook afhankelijk (en in niet geringe mater) van de medewerking die je al dan niet krijgt van een (of jouw) uitgever. Geen sinecure, ook niet voor die uitgever. Het kostte overigens heel wat moeite en tijd om een uitgever te vinden die bereid was samen met mij de foto-agentschappen op te sporen waar de foto’s bij berustten en de copyrights te betalen. Hierdoor zijn veel foto’s (die ik nog in mijn PC zitten heb) uit de boot gevallen. Gewoon omdat de bron niet te achterhalen viel, omdat ze te recent waren en er te weinig over geweten was of niet betaalbaar. Het voorbeeld van de foto’s van de Parijse commune mag voor zich spreken. Onvoorstelbaar wat ik allemaal heb moeten uithalen, hoe ik heb moeten volharden om aan de weet te komen dat men het eigenlijk nog altijd niet weet…’
 
Derde vraag: Wat is jouw persoonlijke stellingname vanuit de actuele discussie over nut en functie van de sociale fotografie? Ik denk aan expo’s als ‘In de marge’, ‘Beyond Documents’ en boeken als van Bieke Depoorter.
Antwoord van GvdB: ‘Ik ben tot mijn spijt niet thuis in de wereld van de sociale fotografie. Wie me daar wil binnen leiden is van harte welkom. Ik heb dus geen persoonlijke stellingname over de actuele discussie waarnaar je verwijst maar die ik, in beslag genomen door mijn werk en leven, niet heb gevolgd. Of ik aan traditionele geschiedschrijving doe? Niet wat men daar gewoonlijk onder verstaat. Ik ben ethicus én historicus (geen fotograaf, geen fotospecialist) en maatschappelijk sterk bewogen. Mijn geschiedkundig onderzoek (zie mijn website: http://www.serendib.be) en mijn ander onderzoek kun je samenvatten met begrippen als: dwarsdenken, in tegenstroom etc… Wat de foto’s betreft die ik in mijn boek behandel spreekt het, vind ik, een beetje vanzelf dat ik natuurlijk OOK aangesproken wordt door de kracht van het beeldmateriaal.’
 
6.
Historicus Gie van den Berghe is gefascineerd door fotografie, zoveel is duidelijk. Hij wil met alle geweld weten wat de fotografie eigenlijk is en hoe het verschilt met andere beelden. ln Kijken zonder zien gaat van den Berghe op zoek naar de identiteit van de foto ais uitdrukking van de (on-)waarheid. Hij ontdekt het surplus in het wezen van de foto, dat bijna niet te definiëren is: de bewijskracht (‘de camera liegt niet’). Dit is de eigenschap van de foto die de tijd letterlijk doet terugkeren. Zijn aanpak verraadt de vooraanstaande rol die van den Berghe heeft betekend in de studie van WO II in ons land. Er is een tentoonspreiden van zijn denken vanuit degelijk bronnenonderzoek. Hij tracht immers aan de hand van de 15 foto’s te onderzoeken hoe de intensieve relatie tussen subject en object ontstaat en hoe de fotograaf deze beïnvloedt. De fotograaf is de maker, de regisseur van zijn tableau dat hij maakt in de studio of op straat maar steeds in de waarneembare realiteit die van den Berghe ter discussie stelt.
 
7.
Coppens ging het gevecht aan met het medium fotografie in haar overdrachtelijke, symbolische betekenis die mede werd bepaald door de sociale context en teksten (onderschriften, titels, …) waarin ze gepubliceerd werden. Hij probeerde er op een duidelijke manier een geordendheid in te brengen. Zijn verdienste is dat hij de problematiek op de kaart zette en verschillende fotohistorici stimuleerde om zijn onderzoek verder te zetten.
Van den Berghe worstelt - na dertig jaar verdere evolutie van de fotowetenschap - met dezelfde veelarmige spoken om dat redelijk eigenzinnig en wild medium te doorgronden om in zijn academisch keurslijf van de historische tradities mee te lopen. Hij gaat dit gevecht aan met klasse en stijl. De enige kritiek op Kijken zonder zien is dat diepte-gesprekken met professionele persfotografen van den Berghe nog net dat extra inzicht zou hebben gegeven om zijn ‘studiemateriaal’ volgens een brede fotohistorische en methode te analyseren, maar dit is een kritiek in de marge.
 
8.
Van den Berghe leert ons dat we gewoonlijk slechts een schema zien van de werkelijkheid. Door zijn relevante voorbeeldfoto’s in Kijken zonder zien leren wij de wereld in alle nuances te zien. De werkelijkheidszingeving wordt maar mogelijk door het geheim, door datgene wat nooit volledig begrepen kan worden door de menselijke subjectiviteit. De wereld lost zich niet op in een chaos van korrels, ruis of pixels in duisternis maar komt juist tot leven in de journalistiek. Dit boek is een relevante bijdrage over het gebruik en het denken over fotografie. De digitale beeldbronnen bij het boek kunnen bekeken worden op www.pelckmans.be/kijkenzonderzien. Klik op een titel van een hoofdstuk en open filmpjes, websites en enkele foto’s uit het boek die hier met een digitaal vergrootglas kunnen worden bekeken. Aanbevolen.
 
Noot: O ja, merkwaardig dat niemand van de staf van het Fotomuseum aanwezig was bij de boekvoorstelling dat bovendien erudiet ingeleid werd door de historicus Bruno De Wever (Universiteit Gent). ‘Mensen zijn toch kijkdieren’, dus ‘eerst zien en dan geloven’, leerden we die avond. De afwezigen hadden ongelijk.
 
Gie van den Berghe: ‘Kijken zonder zien. Omgaan met historische foto’s’
uitgeverij Pelckmans
Omvang: 208 blz.
34,50 euro
NUR: 653/680, ISBN: 978 90 289 6252 1
 
 
 
 
 
Plaatsen/Stemmen op:  
 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies