dinsdag 22 mei 2012 De verbindende schakel in fotografie
Werf
Vorige Volgende
7 november 2011 »
door Johan Swinnen

Het blijft onmogelijk fotografen met het predikaat Made in Belgium in een categorie te stoppen omdat ze immers bij geen enkele familie horen. Toch probeert men dit vaak te doen met het oeuvre van Frank Philippi (1921-2010) die nu een schitterende expositie krijgt in het FoMU.
 

Een fotograaf zoals Philippi kon zich alleen waarmaken door zijn eigenzinnig talent. België heeft internationaal de reputatie verworven van enerzijds een ‘Europese culturele smeltkroes’ en anderzijds ‘een land in verdamping’. Bepaalde aspecten van de communautaire problematiek in België worden bemoeilijkt door evoluties inzake natievorming en identiteit, en door de mythes daaromtrent. Belgische mythes moeten kritisch bekeken worden en deze expo met het veelzijdig oeuvre van Philippi dat de periode bestrijkt van 1948 tot 1970 geeft daar alle kans toe. Thema’s als mode, de auto, het koningshuis, de 8mm-camera, congé payé, filmaffiches, de Citroën Traction Avant, de Jukebox, de eerste warenhuizen en Expo ’58 komen vaak terug in zijn werk. Tijdens het kijken naar de expo stel je voortdurend de vraag: ‘Bestaat deze hier afgebeelde Belgische natie vandaag nog?’ Immers, het natiebesef wordt in een belangrijke mate bepaald door de aanwezigheid van gemeenschappelijke communicatiemiddelen. In de eerste plaats speelt de taal daarin een rol, maar daarnaast ook kranten, tijdschriften, radio- en TV, fotografie en film en momenteel ook het internet. In België zijn al deze media grotendeels exclusief ofwel Vlaams, ofwel Belgisch-francofoon. Tussen deze beide culturele groepen is er vrijwel geen overlapping meer. Niet alleen verandert daardoor onvermijdelijk het ‘natie-gevoel’, maar vooral zijn er twee openbare opinies ontstaan die bovendien geregeld in hun duidelijk verschillend stemgedrag tot uiting komen. Dat heeft als belangrijk gevolg dat de kans op ideologisch wisselende meerderheden - bijvoorbeeld een ‘alternance‘ van rechts en links - op het federale vlak nagenoeg onbestaande is. Een grotere politieke autonomie met echte responsabilisering voor de deelstaten zou het welslagen of mislukken van een specifiek beleid duidelijker laten spelen. Deze autonomie is in het belang van iedereen, zolang men met wederzijdse solidariteit rekening houdt. In ons land moet men dus op het vlak van kunst en cultuur bij elke zinvolle bespreking van de communautaire problemen rekening houden met de afwezigheid van een gemeenschappelijke publieke opinie. En dat speelt ook een rol in de fotografiescène in ons land. Een overzichtstentoonstelling als deze van Philippi brengt ons in contact met zijn creatieve beelden, die het Belgisch gezicht van enkele decennia fotografie hebben bepaald.
 
 
Wanneer men het werk van Philippi overschouwt stel je de vraag wie het eerst was: het ei of de fotograaf? Het antwoord ligt voor de hand want de eieren van Philippi zijn wel degelijk deze van een fotograaf, eerder dan van een kip. Uiteraard is er een kip aan te pas gekomen. In de logica van het leven is het ei wel zeer bijzonder. Als vorm is het zo functioneel dat de Bauhaus-designers betreurden het zelf niet uitgevonden te hebben. Als concept is het ook buitengewoon. De gedachte om een schaal te hebben als bescherming bij het verlaten van het moederlichaam, om dan, te allen tijde uit de schelp te breken, is een prachtig vrijheidssymbool.
 
Philippi is een estheet. De zorg voor zijn artistieke snor loog er niet om en hij was een gentleman in zijn studio met zijn kristallen Val Saint Lambert-glas gevuld met JB-whisky. Deze estheet probeerde niet het mooie onder de aandacht te brengen maar wel het gewone ‘buiten-gewoon’ te maken met het verlangen om alles mooi, en als het kon erotisch te zien. Doorheen de fotografie van het ei liet hij ons toe te reflecteren over de gehele kosmos en het ontstaan ervan. In het begin was er niet het woord, maar het ei. Philippi was ook de charmante man die zijn modellen zich vrouw liet voelen, vertelde hij me in 1993.
 
Philippi is niet alleen een humanistische estheet, hij had er ook zijn beroep van gemaakt. Hij behoort immers tot de na-WO II-pioniers die als eerste onder hen in de sierlijkheid van de fotografie ook entrepreneurschap gezien had. Hij was een koploper van de publiciteitsfotografie. Dit soort fotografie beoogde niet meer de authentieke Schoonheid maar koos bewust voor de publicitaire fotografie. Met als maatstaf een Schoonheid volgens het principe van de verborgen verleider en waarbij het verkoopcijfer van het product centraal stond.
 
Het is aan de kijker om uit te maken welke foto’s de meest kosmische en ‘gouden jaren’-gevoelens opwekken in deze rijke tentoonstelling. En doorblader bij thuiskomst ‘Mythologies’ van Roland Barthes en je hebt samen met de mooie catalogus op je schoot een fijne herfstavond anno 1958.
 
 
 
 
 
 
Plaatsen/Stemmen op:  
 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies