Werf
| Vorige | Volgende |
19 april 2010 »
Dirk Vermeirre toont in een boek en in een tentoonstelling een selectie van zijn foto’s die hij maakte van Fred Bervoets, beeldend kunstenaar. We zien de kunstenaar in zijn atelier, op straat en met zijn vrienden-boogschutters.
Een ‘beste selectie’ was eigenlijk onbegonnen werk daar Dirk Vermeirre enorm veel foto’s van hem heeft gemaakt. Ook Bervoets is bij hem zelf een dag komen zitten en heeft gedurende acht uren foto’s zitten bekijken en kwam tot het besluit ‘Ik vind ze allemaal bijzonder en zou nooit kunnen kiezen.’ Ook Christoph Ruys (voormalige directeur van het FotoMuseum en nu uitgever bij Ludion) kwam kijken (Vermeirre had eerst een preselectie gemaakt) en ook hij had problemen bij het selecteren. Uiteindelijk hebben ze een groter aantal geselecteerd en de vormgeefster heeft daaruit dan weer een nieuwe selectie gemaakt.
Creatief is het een wonderlijke reeks om te bekijken. Je wandelt een nieuwe wereld in die fascineert, maar dit is tevens een wereld waarin de schilder Fred Bervoets zich heeft teruggetrokken. Het zijn de details van het object, van de lijnen, van het licht en dus ook die van de artistieke context die de spanning van het foto-essay uitmaken. In die zin is het fotografisch beeld het meest zuivere, omdat het tijd noch beweging simuleert. Een beeld creëren bestaat erin alle dimensies van het object één voor één weg te nemen. Het is ten koste van die vervreemding van de realiteit, van die bezwering, dat het beeld aan fascinatie, aan intensiteit wint, dat het een medium wordt dat er een subtiele bekoring laat van uitgaan.
In de fotografie hangen de dingen samen door een technisch procedé dat overeenkomt met de samenhang van hun banaliteit: duizeling van het altijddurende detail en magische grilligheid van het detail. Ter informatie (omdat blijkbaar veel mensen denken dat er Photoshopbewerkingen of montages gebeurd zijn) wil Dirk Vermeirre toch benadrukken dat er buiten contrast-of levelcorrecties en indien nodig ‘dodging’ and ‘burning’ (het vroegere doordrukken en tegenhouden in de donkere kamer) geen Photoshop bewerkingen plaatsvonden. Dat maakt de foto’s ook ‘analoog echt’. Er zitten wel enkele beelden tussen die gebaseerd zijn op een foto. Zo heeft hij een foto afgedrukt op 50x70cm en dan in verschillende situaties opnieuw gefotografeerd. Hij heeft ze in de zee geworpen (op Neeltje Jans in Nederland), laten aanspoelen op een golf, ze zijn onder het zand bedolven geraakt enz, enz.. Hij is nog zinnens om er één te versnipperen en te laten wegwaaien, een andere in brand te steken bij nacht enz..
Die foto’s vormen de aanzet tot een aparte reeks die hij aan het maken is met als titel ‘Voyage d’une image’. Omdat Bervoets in al zijn werken zelf voorkomt en alles rond hemzelf en zijn wereld draait - en hij hem dan weer fotografeerde in zijn echte wereld - waarbij het weer over hemzelf gaat, vond Vermeirre het wel boeiend om aansluitend één van die beelden op reis te laten gaan en in situaties te brengen die niets meer met zijn realiteit te maken hebben. Bervoets heeft nooit een auto gehad of met de auto gereden maar via zo’n foto heeft Vermeirre hem toch als chauffeur kunnen laten fungeren.
Bij andere beelden daarvan heeft hij schelpen die toevallig mee aanspoelden en naast het beeld lagen aan de zijkant van Bervoets’ hoofd en ogen geplaatst. Hij heeft ook Bervoets gefotografeerd terwijl hij zelf die foto voor zich houdt. Een foto in een foto, boeiend. Adriaan Van Raemdonck, zijn galeriehouder die op allerlei manieren aan Bervoets verbonden is, houdt ook hetzelfde beeld voor zich. Bervoets heeft intussen ook diezelfde afdruk beschilderd in twee versies (dat is een project voor later, want hij wil nog menige foto’s van Vermeirre gaan beschilderen) en die heeft hij intussen opnieuw gefotografeerd en varianten op gemaakt. Vermeirre vindt het erg boeiend om rond een beeld van alles te blijven bedenken. Mij doet het denken aan zetten en stellingen in het schaakspel. Een eindeloos variëren en mooie stellingen nastreven.
De kunstcriticus Bert Popelier vertelde op de vernissage van de expositie dat ‘Boogschieten een koninklijke kunst is, omdat er beslist wordt over leven en dood, omdat de pijl die niet treft een mens bescheiden maakt, en daardoor groot. Het gebaar van boogschieten is hetzelfde gebaar als dat van onze verre voorouders. Het betekent innige verbondenheid.’ De tentoonstelling laten plaatsvinden in het intimistisch kader van de leefkamers van het huis van de schrijver Herman Teirlinck, die zelf boogschutter was geeft een extra dimensie aan deze reeks foto’s. Immers Herman Teirlinck schreef ooit: ‘Niets is zo familiaal als een handboog. En het gebeurt heden ten dage dat ik nog eens mijn kansen waag. Doch nooit rek ik de pees, en richt de pijl, en staar plots de hoge oneindigheid in, of mijn hele wezen wordt één met het knaapje dat ik was, en dat ik over de tijd heen als het ware identiek ben gebleven.’ De foto’s hebben een naam gekregen: De witte panter.
–
Te koop via bol.com:
Er is een tentoonstelling in het Herman Teirlinckhuis in Beersel bij Brussel. Tot 16 mei 2010.
Plaatsen/Stemmen op:
















Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.