Toentertijd
| Vorige |
8 augustus 2009 »
Bij mijn aankomst zag het rebellenkamp er nogal uitgestorven uit. Een anti-climax. We waren weken bezig geweest om de communistische verzetsstrijders van de New Peoples Army (NPA) in actie te zien. Gelukkig was het gewoon lunchtijd en zaten de meesten binnen of in de schaduw.
Het kamp lag hoog in de bergen, als een adelaarsnest neerkijkend op de beroemde rijstterrassen van Banaue. Die terrasssen trekken veel toeristen en staan sinds 1995 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
Ik had ook wel zin in een bordje rijst maar eerst moesten we de commandant zien. Hij lag in zijn hut een boek te lezen. “Lenin’s views on Agriculture” stond er op de kaft.
Ik kon me niet aan de indruk ontrekken dat hij dat boek speciaal voor mij uit de kast had getrokken. Het bracht me helemaal terug naar mijn studententijd en scholingsweekenden over bevrijdingsbewegingen en de Derde Wereld.
Ik kon me niet aan de indruk ontrekken dat hij dat boek speciaal voor mij uit de kast had getrokken. Het bracht me helemaal terug naar mijn studententijd en scholingsweekenden over bevrijdingsbewegingen en de Derde Wereld.
Hier was het in het echt. De NPAs liepen met automatische geweren rond en de Filippijnen was de Derde Wereld.
Misschien wilde de commandant testen of ik goed in de leer was. Ik had van mijn vriendin in Amsterdam gehoord dat een contactpersoon van “de beweging” was langsgeweest om te na te gaan of ik wel bestond en betrouwbaar was.
Misschien wilde de commandant testen of ik goed in de leer was. Ik had van mijn vriendin in Amsterdam gehoord dat een contactpersoon van “de beweging” was langsgeweest om te na te gaan of ik wel bestond en betrouwbaar was.
Ik wilde al een paar jaar de bergen in om een NPA basis te bezoeken. In Manila had ik in 1986 Jose Maria Sison, de oprichter en leider van de Communistische Partij, gefotografeerd. Hij was vlak daarvoor vrijgelaten uit de gevangenis door de nieuwe president Cory Aquino.
Oorspronkelijk zou ik met een journalist de bergen ingaan, hij had het voorbereid met zijn NPA-contacten in Nederland.
Volgens het plan zou een zwangere of zwanger-uitziende vrouw langskomen in ons hotel in Manila. Zij zou ons dan verder brengen naar een kamp in de bergen.
Blijkbaar ging er toen iets fout in de partijbureaucratie want er kwam van alles langs, maar geen zwangere vrouw.
Volgens het plan zou een zwangere of zwanger-uitziende vrouw langskomen in ons hotel in Manila. Zij zou ons dan verder brengen naar een kamp in de bergen.
Blijkbaar ging er toen iets fout in de partijbureaucratie want er kwam van alles langs, maar geen zwangere vrouw.
Uiteindelijk spraken we over onze problemen met een kennis in Manila van wie we wisten dat ze de juiste contacten had en zij regelde het bezoek in een paar weken. Helaas was het al te laat voor de schrijver. Hij moest terug naar huis.
Ik ging ‘vermomd’ als rugzaktoerist naar Banaue. De bus van Manila, die er zo’n tien uur over deed, zat vol met vooral Israëlische jeugdtoeristen. De Filippijnen was in die tijd zo’n beetje het enige redelijk bereikbare land waar ze zonder moeilijkheden en visa naar toe konden.
In een goedkoop hotelletje trof ik inderdaad mijn contact, een lokale jonge dame. Blijkbaar werkte de intelligence deze keer wel.
We babbelden wat over koetjes en kalfjes, dronken een cola, de Filippijnse nationale drank, en namen daarna een lokale bus. Deze keer geen toeristen, maar gewone burgers van wie sommigen met tribale tatoeages.
We babbelden wat over koetjes en kalfjes, dronken een cola, de Filippijnse nationale drank, en namen daarna een lokale bus. Deze keer geen toeristen, maar gewone burgers van wie sommigen met tribale tatoeages.
Alles verliep doodnormaal zoals dat op het Filippijnse platteland gaat. Af en toe een wegversperring met een slaperige soldaat. Op een gegeven moment stapte de burgemeester in. Een man in een hagelwit overhemd. We spraken wat over het groeiende toerisme in de buurt en ik vroeg hem of de lokale stammen nog aan koppensnellen deden zoals vroeger. Alleen heel oude mannen konden zich volgens hem die tijd nog herinneren.
Bij de volgende wegversperring waren de soldaten vervangen door jonge NPA’s op flip-flops (teensandalen) met M16 automatische geweren. De burgemeester keek er niet van op.
Een paar kilometer verderop stapten we uit en liepen naar een bamboehut met golfplaten dak. Volgens mijn revolutionaire reisleidster moest ik daar overnachten en de volgende ochtend zou er iemand komen om me naar het basiskamp te brengen.
Een paar kilometer verderop stapten we uit en liepen naar een bamboehut met golfplaten dak. Volgens mijn revolutionaire reisleidster moest ik daar overnachten en de volgende ochtend zou er iemand komen om me naar het basiskamp te brengen.
Ik werd voorgesteld aan de bewoners, een middelbaar echtpaar dat mijn verblijf waarschijnlijk niet kon weigeren. Ze spraken weinig Engels maar deden hun best om het me naar de zin te maken. Rijst met een vleessausje en weer een cola. Het was doodstil die nacht, ik sliep als een blok.
Die ochtend kwam er inderdaad een jonge man om me verderop te helpen. We klommen nu langzaam langs de rijstterrassen omhoog. Over smalle glibberige dijkjes waarop ik met moeite mijn evenwicht kon bewaren. We stopten bij een hutje voor een instant koffie en daarna ging het weer verder omhoog. Uit het niets kwamen een paar gewapende jongens opdagen die zich bij ons aansloten. Eindelijk rond het midden van de dag kwamen we bij het kamp aan. Mijn gids verdween en ik werd voorgesteld aan de Lenin lezende commandant.
Na de lunch, gaf hij me een briefing. Het kamp lag er erg safe bij volgens hem. De naburige dorpen steunden de revolutie en allerlei revolutionaire maatregelen werden stap voor stap ingevoerd. Natuurlijk moest dat geleidelijk gebeuren. De lokale stammen waren nog maar net de 20e eeuw binnengestapt. Om wat voor maatregelen ging dat dan vroeg ik hem en hij noemde de stichting van landbouwcooperaties en de gelijkstelling van vrouwen.
Ik kreeg een soort helper lijfwacht toegewezen. Yoli was een voormalige student uit Baguio, de grootste stad in het Noorden en niet ver van Banaue.
Hij was een jaar eerder in het kamp aangekomen samen met een vriend van school en had zich uit idealistische overwegingen bij de partij aangesloten. Hij geloofde niet dat president Cory Aquino, de opvolger van dictator Ferdinand Marcos, de problemen van het land kon oplossen. Volgens hem kon dat alleen door een revolutie.
Hij was een jaar eerder in het kamp aangekomen samen met een vriend van school en had zich uit idealistische overwegingen bij de partij aangesloten. Hij geloofde niet dat president Cory Aquino, de opvolger van dictator Ferdinand Marcos, de problemen van het land kon oplossen. Volgens hem kon dat alleen door een revolutie.
Een paar maanden later waren Yoli en zijn maat per ongeluk in een vuurgevecht terechtgekomen met drie regeringssoldaten die de weg waren kwijtgeraakt. Daarbij was zijn vriend omgekomen. Yoli vond dat verschrikkelijk en ik had het gevoel dat zijn revolutionair vuur wat was gedoofd .
Hij liet me de omgeving van de basis zien. Prachtige bijna lichtgevende felgroene rijstterrassen en in plaats van toeristen af en toe een loslopende NPA-strijder. We groetten elkaar en ik zou ze met het avondeten weer zien.
Hij liet me de omgeving van de basis zien. Prachtige bijna lichtgevende felgroene rijstterrassen en in plaats van toeristen af en toe een loslopende NPA-strijder. We groetten elkaar en ik zou ze met het avondeten weer zien.
Terug in het kamp waren de voorbereidingen daarvoor druk bezig. Ik maakte weer een praatje met de commandant.
Sinds 1972 zat hij bij het verzet, in dat jaar had Marcos de noodtoestand uitgeroepen en veel studenten en activisten werden gearresteerd. Al die tijd had hij ondergronds gezeten. Ik vroeg hem hoe hij zo lang het revolutionaire vuur had kunnen behouden. Geen probleem beweerde hij zo lang je maar in de uiteindelijke overwinning geloofde.
Sinds 1972 zat hij bij het verzet, in dat jaar had Marcos de noodtoestand uitgeroepen en veel studenten en activisten werden gearresteerd. Al die tijd had hij ondergronds gezeten. Ik vroeg hem hoe hij zo lang het revolutionaire vuur had kunnen behouden. Geen probleem beweerde hij zo lang je maar in de uiteindelijke overwinning geloofde.
De volgende ochtend werd er speciaal voor mij extra hard gedrild. Ik kon daardoor veel foto’s in het ochtendlicht maken. Het viel me op hoeveel jonge vrouwen meededen.
Daarna begon het heel hard te regenen en het kamp zag er al snel uit als een Nederlandse camping in een slechte zomer. Alles doorweekt en overal modder, alleen de kippen hadden pret.
Een dag later scheen de zon weer en ik ging mee met een echte patrouille in de bergen. Dat betekende uren met een stel fluitende NPAs over smalle dijkjes en paden wandelen. Zij op rubber slippers, ik op grote schoenen met hoogtevrees en trillende benen.
Daarna begon het heel hard te regenen en het kamp zag er al snel uit als een Nederlandse camping in een slechte zomer. Alles doorweekt en overal modder, alleen de kippen hadden pret.
Een dag later scheen de zon weer en ik ging mee met een echte patrouille in de bergen. Dat betekende uren met een stel fluitende NPAs over smalle dijkjes en paden wandelen. Zij op rubber slippers, ik op grote schoenen met hoogtevrees en trillende benen.
Er gebeurde verder niets. Geen schietpartijen of onverwachte ontmoetingen. Af en toe een bejaarde dorpeling. Mijn lijfwacht vertelde me dat ze ook wel eens verdwaalde toeristen tegenkwamen. Die werden dan vriendelijk de weg gewezen en hadden de ervaring van hun leven.
Natuurlijk moest ik ook een scholingsbijeenkomst bijwonen. Op een schoolbord had een partijkader een aantal punten opgeschreven in het Engels en de lokale taal Tagalog en legde het een en ander uit. Het zag er uitermate ongeïnspireerd uit.
Het leek erg voor mij in scène gezet.
Het leek erg voor mij in scène gezet.
Op de laatste avond had ik een lang gesprek met een stel dat samen had gestudeerd in Manila. Ze spraken als echte revolutionairen en geloofden in de zaak. In het kamp mochten ze niet bij elkaar slapen, maar dat hadden ze er wel voor over.
Ze nodigden me uit om bij de bevrijding van Manila aanwezig te zijn. Dat zou volgens hen voor 1990 gebeuren.
Dat is volgend jaar 20 jaar geleden.
Dat is volgend jaar 20 jaar geleden.
Veel later, in 2005, fotografeerde ik Jose Maria Sison nog een keer, tijdens een interview in Utrecht, waar hij in 1987 al naar toe was uitgeweken. De Nederlandse overheid had hem nooit als vluchteling geaccepteerd maar stuurde hem niet terug omdat hij zijn leven in de Filippijnen niet zeker zou zijn.
Veel oorspronkelijke partijgenoten hadden zich van hem afgekeerd en hem verantwoordelijk gesteld voor de gruwelijke interne zuiveringen in de partij in de jaren tachtig en negentig waarbij waarschijnlijk duizenden doden vielen.
Plaatsen/Stemmen op:













Reacties (1)
Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.