Toentertijd
| Vorige | Volgende |
6 april 2009 »
Volgens de wat oudere heer in een uniform met de naam Constancio boven zijn rechter borstzak was ik op het juiste adres. Ik was nog niet zo overtuigd. Was dit het hoofdkwartier van een doodseskader ? Op het bord boven de ingang stond dat het hier ging om de aanhangers van Commander Lahi, de “National Chairman Anti-Communist Party of the Philippines”.
Al dagen probeerde ik de zogenaamde Tadtad beweging op het spoor te komen. Tadtad stond voor “chop chop”; de leden van de sekte brachten hun vijanden het liefst om met een kapmes. Slachtoffers werden soms zonder hoofd of ledematen gevonden.
Ik was in Davao, de hoofdstad van het grote zuidelijke Filippijnse eiland Mindanao. Die stad was eind jaren tachtig de meest gewelddadige stad van het land. De euforie na de val van dictator Marcos was van korte duur geweest. De nieuwe president Aquino, die twee jaar eerder met overweldigende publieke steun aan de macht was gekomen (zie ook de Laatste Dag van President Marcos), had aan dit geweld geen einde kunnen maken.
Naast de elkaar beconcurrerende Islamitische verzetsbewegingen herbergde Mindanao ook de communistische guerrillastrijders van de New People’s Army. Deze NPA’s bevonden zich juist in de gebieden rondom Davao. De stad is enorm uitgestrekt en midden jaren tachtig raakten grote delen onder de invloed van de NPA. Deze stadsguerillastrijders werden Sparrows, (mussen) genoemd. Zij specialiseerden zich in het liquideren van hun zogenaamde klassevijanden zoals corrupte politieagenten en landeigenaren.
Niet iedereen was hier blij mee en zeker het Filippijnse leger en de politie niet. Zij organiseerden anti-communistische militia, vaak Alsa Masa (Rising Masses) genoemd en al snel werd de stad zelf het slagveld.
De Tadtad was zo’n militie maar ook een cult; anti-communistisch en gevreesd. Veel van de leden waren lumads, leden van de oorspronkelijke bevolking van Mindanao, van voor de immigratie van moslims uit Maleisië en christenen uit het noorden van de Filippijnen. De inheemse bevolking was een minderheid in hun eigen land geworden, cultureel gediscrimineerd en achtergesteld. Veel lumads raakten het spoor bijster en voelden zich aangetrokken door sektes en bizarre religieuze bewegingen.
Commander Lahi was zo’n sekte begonnen. Hij beweerde miljoenen leden over heel de Filippijnen te hebben en hield zijn eigen speciale kerkdiensten. Hij verdiende geld als water door de verkoop van allerlei heilige foto’s van hemzelf en vooral heilige, door hem gezegende, olie. Als je de olie tot je nam, kon je niet meer door kogels worden gedood. Vandaar dat de bolo, het kapmes, de machete, zo’n symbool van de Tadtad werd. Ze hadden geen geweren meer nodig.
Commander Lahi was zo’n sekte begonnen. Hij beweerde miljoenen leden over heel de Filippijnen te hebben en hield zijn eigen speciale kerkdiensten. Hij verdiende geld als water door de verkoop van allerlei heilige foto’s van hemzelf en vooral heilige, door hem gezegende, olie. Als je de olie tot je nam, kon je niet meer door kogels worden gedood. Vandaar dat de bolo, het kapmes, de machete, zo’n symbool van de Tadtad werd. Ze hadden geen geweren meer nodig.
Na een paar dagen aandringen mocht ik zo’n kerkdienst bijwonen. Lahi zelf was er niet, maar als vervanger stond er een heel oude man op het toneel die na de oorlog naar de VS was geëmigreerd en nu was teruggekomen om zijn land te redden. Ik begreep weinig van zijn oratie hoewel hij het in het Amerikaans deed. Veel over God, democratie en dood aan de communisten. Aan het einde werden de sekteleden gezegend met de heilige olie die ze zelf eerst achterin moesten kopen.
Toch was het moeilijk voor mij om de Tadtad serieus te nemen. Het voelde allemaal zo onzinnig, amateuristisch en bijna komisch. Ik wist dat het soms moordenaars waren, maar dat was moeilijk aan te voelen op het hoofdkwartier.
Toch was het moeilijk voor mij om de Tadtad serieus te nemen. Het voelde allemaal zo onzinnig, amateuristisch en bijna komisch. Ik wist dat het soms moordenaars waren, maar dat was moeilijk aan te voelen op het hoofdkwartier.
Daarvoor moest ik naar de Davao City Police. Ik wist dat de vorming van de Alsa Masa erg was gestimuleerd door een zekere Colonel Calida die in dat jaar ook nog door President Cory Aquino was uitgeroepen tot agent van het jaar.
Calida kreeg ik niet te spreken, maar majoor Mamalinta wilde wel uitleggen hoe hij vond dat de communisten moesten worden aangepakt. Hij sprak over het terugpakken van de macht in de stad met hulp van de Alsa Masa en de Tadtad. Achter hem hing een serieus portret van President Aquino en hij gebruikte een handgranaat als papiergewicht.
Toen ik door het raam naar buiten keek en schrok toen ik twee lijken op het netjes gemaaide gras zag liggen, reageerde hij grinnikend.
“That is how we deal with our enemies”
Toen ik door het raam naar buiten keek en schrok toen ik twee lijken op het netjes gemaaide gras zag liggen, reageerde hij grinnikend.
“That is how we deal with our enemies”
Ik vroeg wie dat waren en hij beweerde dat het communisten waren van de NPA. Hij wilde niet zeggen hoe ze om het leven gebracht waren. Later op het grasveld zag ik dat de gedode mannen flinke hakwonden vertoonden. Bij één was de keel doorgesneden. De Tadtad zou dit zeker gedaan kunnen hebben.
De Alsa Masa militia werden niet alleen door de politie en militairen gesteund. Jun Pala, een zeer populaire radiogastheer prees ze dagelijks de hemel in.
Hij was een voormalige NPA guerillastrijder die het sinds een paar jaar op zijn voormalige kameraden had gemunt. Elke ochtend had hij een drie uur durend radioprogramma waarin hij allerlei mensen ervan beschuldigde communist te zijn en het opnam voor de militia. Vaak vluchtten mensen dan de buurt uit, anderen werden door de Tadtad vermoord.
De Alsa Masa militia werden niet alleen door de politie en militairen gesteund. Jun Pala, een zeer populaire radiogastheer prees ze dagelijks de hemel in.
Hij was een voormalige NPA guerillastrijder die het sinds een paar jaar op zijn voormalige kameraden had gemunt. Elke ochtend had hij een drie uur durend radioprogramma waarin hij allerlei mensen ervan beschuldigde communist te zijn en het opnam voor de militia. Vaak vluchtten mensen dan de buurt uit, anderen werden door de Tadtad vermoord.
In de tijd dat ik in Davao was probeerde hij zijn image wat te matigen. Hij beweerde een huplorganisatie te hebben opgericht, de Contra Force Helping Hands Foundation, die projecten onder de armen sponsorde.
Ik bezocht zijn radiostation na de lunch. Het was er doodstil, een paar bodyguards lagen te doezelen. Jun lag uit te rusten van zijn ochtendshow, zeiden ze, en of ik even kon wachten. Geen probleem en even later lag ik ook onder een boom.
Toen de radiojock eindelijk voor de dag kwam viel het me op hoe klein hij was. Zelfs voor lokale begrippen was hij erg kort. Hij zag er ook veel jonger uit dan ik dacht, helemaal niet gestressed of zo. Moeilijk voor te stellen dat deze jongen iedere ochtend de heilige oorlog tegen het communisme uitschreeuwde.
Hij stelde voor zijn hulporganisatie te bezoeken, de Contra Force, want beweerde hij, we roepen niet alleen, we doen ook goede dingen voor de mensen.
We stapten een lokale taxi in. Ik achterin naast Jun en ik voelde me helemaal niet veilig toen we lang voor een stoplicht stilstonden. Ideale plek voor een ambush door zijn voormalige Sparrow kameraden. Gelukkig kwamen we heelhuids aan bij een huis met allerlei dames achter tafels volgestapeld met papier. De Contra Force verkocht lootjes om aan geld te komen en dit was de administratie. Het bleef onduidelijk wat er met het geld gebeurde.
Hij stelde voor zijn hulporganisatie te bezoeken, de Contra Force, want beweerde hij, we roepen niet alleen, we doen ook goede dingen voor de mensen.
We stapten een lokale taxi in. Ik achterin naast Jun en ik voelde me helemaal niet veilig toen we lang voor een stoplicht stilstonden. Ideale plek voor een ambush door zijn voormalige Sparrow kameraden. Gelukkig kwamen we heelhuids aan bij een huis met allerlei dames achter tafels volgestapeld met papier. De Contra Force verkocht lootjes om aan geld te komen en dit was de administratie. Het bleef onduidelijk wat er met het geld gebeurde.
Ik moest natuurlijk een foto van Jun Pala met de Contra Force leden maken. Eén daarvan had een jasje aan met op de rug: “Better Dead than Red” gedrukt en de gastheer zelf kon het niet laten een M16 geweer in zijn hand te nemen.
De volgende ochtend in het Mount Apo View Hotel kwam plotseling Jun Pala met zijn bodyguards de coffeeshop binnenlopen. Even was ik bang dat ze voor mij kwamen en mijn film wilde hebben of zoiets. Maar nee hoor, hij kwam hier wel vaker zei hij, hij had ook constant een suite in het hotel tot zijn beschikking.
Hij had een afspraak en nodigde me uit aan te schuiven voor een koffie. Zijn afspraak bleek een wat oudere Amerikaanse man te zijn en toen hij er bij kwam zitten veranderde Jun’s gedrag totaal.
Hij had een afspraak en nodigde me uit aan te schuiven voor een koffie. Zijn afspraak bleek een wat oudere Amerikaanse man te zijn en toen hij er bij kwam zitten veranderde Jun’s gedrag totaal.
Meneer Schwartz stelde zich voor als een medewerker van de USIS, de nu niet meer bestaande United States Information Service, een overheidspropaganda orgaan wat in Davao een kantoortje had met een bibliotheek.
Hij vond het helemaal niet prettig dat ik er bij zat en liet dat merken ook. Hij beschuldigde me er zo’n beetje persoonlijk van dat ik de Juma Sison, de oprichter van de Filippijnse Communistische Partij, onderdak in Utrecht had gegeven.
Hij vond het helemaal niet prettig dat ik er bij zat en liet dat merken ook. Hij beschuldigde me er zo’n beetje persoonlijk van dat ik de Juma Sison, de oprichter van de Filippijnse Communistische Partij, onderdak in Utrecht had gegeven.
Hij sprak met de radiocommentator over Jun’s komende bezoek aan Manila. Het bleek dat meneer Schwartz de baas was hier, de “controller” van Jun Pala. Jun zat er als een bedeesd schooljongetje bij en zei niet veel. Weg was de stoerdoenerij en schouderklopperij.
Plotseling vroeg Schwartz of ik foto’s van Jun met een wapen had gemaakt.
Plotseling vroeg Schwartz of ik foto’s van Jun met een wapen had gemaakt.
“Only one…” fluisterde Jun en Schwartz liep rood aan: “Wat hadden we nu afgesproken, geen wapens meer in beeld.”
Het was duidelijk dat Jun Pala maar moeilijk afstand kon nemen van zijn stoere imago.
Veel jaren later, in 2003, werd Jun Pala zelf doodgeschoten.
Plaatsen/Stemmen op:











Reacties (2)
Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.