zaterdag 11 februari 2012 De verbindende schakel in fotografie
Toentertijd
Volgende
11 oktober 2008 »
door Kees Metselaar

Jongere collega’s vragen weleens hoe het bestaan als fotojournalist is veranderd door de invoering van de digitale camera, de mobiele telefoon en het gebruik van het internet. Het volgende verhaal over hoe ik bij toeval als één van de eersten bij de verschrikkelijke cycloon van april 1991 in Bangladesh terechtkwam en hoe ik de beelden het land uitkreeg, geeft een mooi voorbeeld van de nieuwsfotografie in het pre-digitale tijdperk.

Tot 1991 was de enige overstroming van enige betekenis waar ik van had gehoord de Zeeuwse watersnoodramp.
 
Begin 1990 was ik voor het eerst in Bangladesh en had er foto’s voor de ontwikkelingsorganisatie Novib gemaakt. Veel dorpen omgeven door water en weinig dijken. Toch had ik geen idee wat er zou gebeuren als er een orkaan over de kust raasde. Dat gebeurde in de vroege ochtend van 30 april, Koninginnedag, 1991. Ik was in de hoofdstad Dhaka, klaar met weer een klus voor de Novib. De zondag daarvoor, de 28e april,  zat ik in de coffeeshop van het Sheraton Hotel een lokale engelstalige krant te lezen. Cyclone is coming, stond er in grote letters.
 
Ik zou de volgende dag terug naar huis naar Hong Kong vliegen en daar keek ik naar uit. Toch knaagde het wat en voor dat ik afreisde ben ik de volgende ochtend eerst bij de lokale persclub langsgegaan om de stemming te peilen. Pavel Rachman, fotograaf voor Associated Press en een goede kennis, vertelde me dat volgens zijn oude tante in Chittagong, in het zuiden van het land, het weer net zo slecht was als in 1970 toen een monster-cycloon een miljoen slachtoffers eiste. Hij dacht eraan om die avond de nachttrein naar Chittagong te nemen om er zo vroeg mogelijk bij te zijn als de storm aan wal kwam. Die trein had nog het voordeel dat het een dieseltrein was, geen elektrische want die zou met een storm toch maar uitvallen. ‘Do you mind if I join you, Pavel?’  Geen probleem, hij wilde me graag meehebben en we waren geen concurrenten. Hij werkte in vaste dienst voor het Amerikaanse persburo en ik freelancete voor een paar bladen in Hong Kong, zoals Asiaweek, helaas nu ter ziele, en had mijn foto’s in het archief van Hollandse Hoogte. Ook was ik een drietal weken eerder bij het fotobureau Sygma in Parijs langsgegaan en zij hadden interesse in mijn werk getoond.

Op het moment dat de orkaan toesloeg, lag ik dus heerlijk te slapen in een eersteklas wagon en hoorde er niets van. We waren nog te ver van de kust. De volgende ochtend bij zonsopgang zagen we omgewaaide bananebomen, huizen zonder daken en beschadigde electriciteitspalen. Op het station stond een vriend van Pavel ons op te wachten. Hij reed ons naar de rand van de stad. Daar werd het effect van de storm in alle heftigheid duidelijk. Een vloedgolf van soms zes meter hoog had heel het laaggelegen kustgebied van Bangladesh geruïneerd.

Inmiddels was het prachtig weer, met een blauwe lucht, er heerste een doodse stilte. Op de grond was het een slagveld. Ieder huis had zijn doden; hele families waren weggevaagd. Op een droog stukje grond werden de gevonden doden snel begraven.

Chittagong was verlamd: geen stromend water, geen elektriciteit, geen telefoon. In ons El Faisal hotel zaten de werknemers bij kaarslicht rondom de transistorradio. Op de BBC hadden ze het over 30 doden, wij wisten dat het om duizenden ging. Het dodencijfer werd later op meer dan 130 duizend geschat.
 
De volgende ochtend besloten we naar het zwaar getroffen eiland Kutebdia te gaan. We vertrokken vanaf Cox’s Bazar met een geleende speedboat. De zee was nog erg onrustig en de boot kon de golven maar net aan. Toen we het eiland Mohaskali bereikten, zagen we overal dode mensen en dieren in het water drijven. Hier en daar groepjes overlevenden, wanhopig zwaaiend. We stopten bij een groepje; mannen, vrouwen en kinderen die tot hun middel in het water staan. Overlevenden van Kutebdia.  Ik maakte foto’s van desperate mensen. Een jonge vrouw droeg een baby bij zich van tien dagen oud. We namen die twee mee naar Cox’s Bazar en beloofden de anderen dat we bij de plaatselijke autoriteiten zouden aandringen op snelle hulp.
 

Op de derde dag maakte ik weer foto’s in Chittagong. Een Koreaanse directeur stond machteloos voor zijn verdronken textielfabriek waarmee hij belastingvrij een fortuin hoopte te verdienen. In de wijk Patinga hing overal de geur van rottend vlees. Het leger deelde rijst uit en de particuliere hulpverlening kwam op gang.

Terug in Dhaka kwam de wereldpers binnen. Alleen al met de vlucht uit Bangkok 36 zenuwachtige dames en heren die zo snel mogelijk met een helicopter naar de zwaarst getroffen gebieden wilden reizen. De BBC sprak nu over meer dan honderdduizend doden en bergen lijken op het eiland Kutebdia.

Het probleem was dat ik mijn rolletjes nog het vliegtuig in moest proberen te krijgen. Onder de binnenstormende collega’s was er één die ik kende van een vorige trip. Voja Miladinovits, een Joegoslavische freelancer met Deens paspoort die in Bangkok woonde. Hij werkte met Sipa, zware concurrent van Sygma. Hij zag me zitten in de coffeeshop van het hotel, keek naar mijn modderige zweterige kleren en begreep meteen dat ik al op de plaats des onheils was geweest.
‘Waar zijn je rolletjes,’ vroeg hij enigszins verhit. Ik wees naar mijn cameratas.
‘You are sitting on gold,’ beweerde hij.
Het verhaal was volgens hem in Europa en Amerika zo groot geworden dat iedereen zat te springen om foto’s.
Ik vertelde Voja dat ik in totaal 13 rolletjes Velvia had geschoten. Dat waren de films die over waren van de Novib-opdracht en die ik eigenlijk aan Asiaweek in Hong Kong had beloofd. Zij waren de eersten die reageerden nadat ik ze had gemeld dat ik naar Chittagong zou gaan.

Volgens hem was het beter als ik ze allemaal naar Sygma in Parijs zou sturen. Die zaten er om te springen, hadden een gigantisch verkoopapparaat en konden ze nog altijd een paar dagen later naar Hong Kong sturen. Ik hield er niet van, beloofd is beloofd maar aan de andere kant was dit de kans van mijn leven.
Ik had geluk dat juist die avond de enige wekelijkse Biman Bangladesh Airlines-vlucht van Dhaka naar Parijs vertrok. Ik moest proberen om een passagier te vinden die de rolletjes wilde meenemen. Een pigeon noemden we dat. Dhaka International Airport is niet een vliegveld waar je op mag zonder ticket. Gelukkig werkte er de broer van de manager van het hotel en zo kon ik via een zij-ingang binnenkomen.
 
De vlucht naar Parijs was aan het inchecken en ik vroeg een aantal passagiers of ze de rolletjes wilden meenemen. Het is nu moeilijk voor te stellen dat iemand dat zou doen, vooral na 9/11. Toen waren de mensen vooral bang dat het om drugs zou gaan. Ik stelde voor dat ik mee zou lopen tot aan de X-ray. Dat risico kon ik wel nemen dacht ik, vooral met Velvia van 50 ASA.
 
Een jonge Franse toerist die in Katmandu was geweest hapte toe. I always wanted to become a photographer myself, klonk als muziek in mijn oren. Ik gaf hem mijn laatste cash zodat hij uit eten kon gaan in Parijs en vertelde hem dat Sygma met een groot bord met zijn naam erop op het vliegveld zou staan.
En zo gebeurde het. De rolletjes kwamen netjes aan en 24 uur later had ik een cover in l’Express, double-spread in Paris Match en veel meer.
Het lukte me uiteindelijk ook nog om de outtakes op tijd terug te krijgen in Hong Kong, voor Asiaweek. Daar van gingen weer kopieën naar Hollandse Hoogte met een paar rolletjes zwart-wit waar mee ik weer een week later op 10 mei de voorpagina van zowel Trouw als de Volkskrant haalde.
 
 
 
Weblog van Kees Metselaar: www.photokees.com
 
Plaatsen/Stemmen op:  

Reacties (4)

1. fred hoogervorst op Zondag 12 oktober 2008 15.07
wat een verhaal, kees, het analoge tijdperk knaagt nog steeds, digitaal is de kreet, goede herinneringen aan de doka in Schoonhoven waar ik dag en nacht woonde en sliep. Zelf twee jaar gewoond in Dhaka, ook wel iets meegemaakt, maar jouw beelden steken nog steeds onder het netvlies !! Harteljke groet en sukses. Fred

2. Bertien van der Kolk op Woensdag 15 oktober 2008 11.47
Ik heb erg genoten van je artikel. Ik kan het me allemaal goed voor de geest halen hoe zoiets gegaan moet zijn. Bedankt voor het verhaal. Groetjes en wellicht tot ziens, Bertien

3. Ellen Metselaar op Zondag 19 oktober 2008 11.52
Een indrukwekkend relaas Kees! Ik kende dit verhaal niet. En ook die spanning om die rolletjes in Parijs te krijgen. Je schrijft heel prettig leesbare tekst; kun je niet een bundel met ervaringsverhalen gaan samenstellen? Groeten en dikke kussen van Ellen.

4. Margreet Metselaar op Woensdag 12 november 2008 20.38
Ellen heeft gelijk, je zou al je belevenissen op moeten schrijven, we weten veel te weinig van onze grote broer!! Ik vind het ook erg leuk om de kinderen jouw ervaringen te laten lezen, ze zijn beretrots op oom Kees Knäckebröt..! Dikke pakkerds!

Plaats een reactie

Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.

 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies