Oog in Oog
| Vorige | Volgende |
9 juli 2011 »
Ik heb een aantal hoogstaande lieden verzocht om op één van mijn foto’s te reageren.
De eerste bijdage is van Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam en publicist.
Hij schreef verschillende boeken waaronder De ontplofte aap.
De eerste bijdage is van Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam en publicist.
Hij schreef verschillende boeken waaronder De ontplofte aap.
–
Jezus, wat een kale zooi, dacht God, nadat hij de hemel en de aarde had geschapen en het licht aan aangeknipt. Op die manier is er geen pret aan te beleven. Ik kan de aarde op deze manier toch niet aan de eeuwigheid overlaten, iedereen zal ontevreden zijn. Het moet wel een beetje prettig toeven zijn, en zeker voor de simpelen van geest die weinig anders om handen hebben dan een beetje om zich heenkijken. D’r moet wel wat te zien zijn.
Zo mopperend en mijmerend ging Hij zitten op de rand van een klein kratertje dat Hij de dag ervoor met wat eenvoudig knalwerk had gemaakt, en sloeg Zijn script er eens op na. Hmm, nog vier dagen de tijd, beetje krap en zondag moet het klaar zijn, anders krijg ik gezeur. Het script waar de voorgeschreven bezigheden van de week in staan beschreven gaf weinig detail. Het repte over “allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin”. Vogels moesten vliegen, zeemonsters de zeeën bevolken en er moest ook nog vee zijn en kruipende dieren. Het brak Hem op dat Hij geen referentiekader had. Hoe ziet een zaadvormende plant er uit? En een vee? En waarom moet Hij altijd alles alleen doen?
Hij stond op van de kraterrand, sloeg zich het stof van de broek en probeerde iets uit. Een vreemde groene stengel, aan de top voorzien van een eigenaardig knotsje, verhief zich traag uit het bruine sediment. Dat kan sneller, dacht Hij. Even later ontrolde zich een minstens even vreemd geval in de vorm van bruine krullen die na enkele minuten waren omgevormd tot de groene bladeren van een varen. Dat leek er meer op. God keek weer even in Zijn script. Zaadvormende planten, zo las Hij daar, maar dat zijn deze dingen vast niet. Snel toverde Hij een tak vol roze bloesem te voorschijn, in de verwachting dat dat op termijn wel iets van zaden zou gaan opleveren.
Nou ja, voorlopig is het leuk om te zien, dacht Hij, en besloot om eens een kruipend dier te proberen. Het werden er meteen twee, die zich temidden van de verder nog geheel kale stofvlakte uiterst onprettig voelden en elkaar uit angst maar stevig vasthielden. Gods volgende poging betrof een vliegende vogel. Bij gebrek aan een goede vogelgids, waar Hij een voorbeeld uit had kunnen halen, werd het een raar wezentje met transparante vleugels en twee grote sprieten aan het achterlijf. Da’s ook al niks, dacht God, en het werd hem droef te moede. Na nog enkele mislukte pogingen tot schepping van iets wezenlijks besloot Hij zich om te vormen tot wat pluizig zaad. Een zwoel zonnewindje stak op dat moment op, en voerde Hem weg, het heelal in. Niemand heeft ooit nog iets van Hem vernomen.
Jaren later heeft een Ander het nog eens geprobeerd, en gelukkig met meer succes.
Jelle Reumer
–
Plaatsen/Stemmen op:
















Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.