Oog in Oog
| Vorige | Volgende |
3 november 2009 »
Ruimteschip. Space Odyssee. In de smalle tunnel van een MRI scan droom ik over een baan om de aarde. Ik had eigenlijk naar de muziek van Arvo Part willen luisteren. Naar het draaierige Arbos. Of naar De Profundis, dat van zover en zo diep weg komt, dat het geloof in de oneindigheid er merkbaar door toeneemt en dat de nauwe buis waar ik in ben geschoven zonder moeite geheel andere dimensies had kunnen geven. Maar dat behoort niet tot de technische mogelijkheden.
Ik heb wel iets met machines. In de jaren 70 kwamen de heren Guillain en Barree onverwachts bij me op bezoek om een verlamming af te leveren, waar ik niet om gevraagd had. Toen mijn ademhaling stokte (want dat is wat een ademhaling af en toe doet) sloten zachte zusterhanden me aan op een apparaat dat beter werkte dan ik en dat in mijn naam zuchtte en steunde. Met de wonderlijke regelmatigheid die apparaten eigen is.
Berusting. Het klinkt zo berustend. Maar de berusting die zich van mij meester maakt in de futuristische buis van de scan is van opgewekte aard. Met een vage glimlach om de lippen staar ik in een eindeloze leegte. Is dat niet de leegte waarin we thuis horen? Onze plek van bestemming? Ik knik instemmend. Want over het algemeen kun je beter instemmen met datgene wat toch niet te vermijden valt.
En terwijl ik in de leegte staar, staart de machine in mij. We proberen elkaar beter te leren kennen.
Plaatsen/Stemmen op:
















Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.