dinsdag 22 mei 2012 De verbindende schakel in fotografie
Oog in Oog
Vorige Volgende
22 juni 2009 »
door Rommert Boonstra

In wat voor tijd leven we en wat is de rol van de fotografie in dit tijdsgewricht?

Ik heb de filosoof Jos de Mul er maar weer eens op nageslagen. Zijn boek ‘Het Romantische Verlangen’ uit 1990 blijft actueel. Niet alleen weet hij kort en krachtig te formuleren hoe kunst en filosofie zich tot elkaar verhouden, maar hij laat ook concrete kunstwerken in gesprek gaan met de wijsbegeerte. Een stout stukje.

De Mul is van menig dat we in een tijd leven waarin Modernisme en Postmodernisme hand in hand gaan. Het Postmodernisme ligt in het Modernisme besloten en is er, in zijn woorden, het slechte geweten van. Als kenmerken van het Modernisme noemt hij het streven naar een universele wetenschap en vooruitgangsgeloof. Maar paradoxaal genoeg heeft dat universele denken tot verbrokkeling en tot onttovering geleid. Postmodernisme staat daarentegen voor differentie,  pluralisme, particularisme, en scepsis tegen de vooruitgang. Het heeft oog voor tradities. Maar de postmoderne houding kan door zijn neiging om alles te relativeren weer uitlopen op een passief nihilistische of een fatalistische houding.

We kunnen de tegenstelling overstijgen door wat De Mul het romantische verlangen noemt. Daarbij wordt de Modernistische hoop op een betekenisvolle eenheid gekoppeld aan de erkenning van de onvervulbaarheid van dat streven en wel door middel van de ironie. Er is een onoplosbare opgave, maar we moeten blijven proberen hem op te lossen. En ironie (wat iets heel anders is dan cynisme) geeft ons daar de kracht voor.

Hoe staat de fotografie in dit krachtenveld? ‘De oorsprong van de fotografie ligt in de behoefte om het wereldbeeld te objectiveren,’ zegt De Mul. ‘Er ontstaat in de negentiende eeuw een nieuwe notie van realiteit en over die realiteit doet de fotografie uitspraken. We hebben niet alleen te maken met een nieuwe techniek, maar ook met een geloofsartikel. Waarheid en objectiviteit worden belangrijke begrippen. Hoewel er in elke foto natuurlijk subjectieve elementen zitten, onder anderen door de keuze van de lens en het standpunt dat de fotograaf inneemt. Het interessante is dat in stromingen als Dada, Surrealime en Postmodernisme de fotografie, dat zogenaamde objectieve en moderne medium, gebruikt wordt om objectiviteit en moderniteit ter discussie te stellen. Dat maakt de fotografie, meer dan enig ander medium, tot een slagveld.

Fotografie kan objectief zijn zonder waarheid te bevatten, maar het omgekeerde is net zo goed mogelijk. Het gevolg is: een voortdurende strijd.

In de schilderkunst zie je dat natuurlijk ook wel. De linies verschuiven. De ene keer is de figuratie verdacht en hang je als magisch realist in een achterzaaltje en de volgende keer ben je als bij toverslag weer van eminent belang.

Dat levert heel wat discussie op, of om het filosofisch uit te drukken: een discours. Volgens Hegel was het discours over kunst belangrijker dan de kunst zelf, dus wat dat betreft zitten we goed. In Nederland heeft het Surrealisme nooit veel voet aan de grond gekregen. Het strookt niet met onze nuchterheid en ons pragmatisme. Maar zijn we nog wel nuchter en pragmatisch? Na alle gekte rond Pim Fortuyn begin je je dat wel af te vragen.

Je ziet de Romantiek steeds verder terugkomen. Niet lang geleden werd een schilder als Caspar David Friedrich nog als een zwijmelaar gezien. Nu hoort hij opnieuw bij de top. Kunst wordt weer meer een voortzetting van de religie met artistieke middelen. Een poging tot zingeving. En voor die zingeving moeten we een beroep doen op de verbeelding, want de zin moet telkens weer uitgevonden worden.’

Homepage Jos de Mul
 

 
Plaatsen/Stemmen op:  
 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies