Oog in Oog
| Vorige | Volgende |
29 november 2008 »
Het ontstaan van een kunstwerk is, althans wat mij betreft, als een donderslag bij heldere hemel. Je ziet het niet aankomen. Je wist niet dat je het in je had. In het landschap van de ziel kom je op een plek waar je nooit eerder geweest bent, maar die je toch herkent. Wat een verrassing. Je wordt door jezelf overdonderd. Een bliksemstraal zet een bijna heilige plaats, die altijd donker geweest is in een helder licht. Alles is nu duidelijk. Al is het maar in een flits.
‘Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten,’ dichtte Willem Kloos. Dat is een mooie illusie. Een illusie die we in stand moeten houden. Waar komt dat eeuwige cynisme toch vandaan dat grote woorden zo belachelijk heeft gemaakt, dat je ze bijna niet meer durft uit te spreken? Grote woorden zijn prachtig, vooral als je er kleine naast zet. Cynisme is ook prachtig, zolang je je er tenminste niet door laat intimideren.
Leven, liefde en dood zijn grote woorden. Maar waar zou kunst anders over moeten gaan?
Over de straat soms?
Als ik iets zou willen verbieden, maar ik wil niets verbieden, dan zou ik alle fotografen vijf jaar het recht willen ontzeggen om met hun camera de straat op en de wereld in te gaan. Behalve natuurlijk die fotografen die zich zelf bescheiden verslaggever blijven noemen en gewoon hun nobele handwerk uitvoeren, zonder artistieke pretenties. Wie kunstenaar wil zijn moet eerst maar eens een atelier aanschaffen en in zijn eigen duistere ziel kijken.
Ik lig nog steeds wakker van het feit dat een clubje persfotografen (Magnum) in het Stedelijk Museum heeft mogen exposeren. Zoals ik ook wakker lig van het feit dat foto’s van lege parkeerplaatsen (Martin Parr) tot kunst worden verheven.
Gelukkig lig ik graag wakker, want dan krijg ik mijn beste ideeën.
Bovenaan mijn verlanglijstje voor Sinterklaas staat de wens dat de fotografie wat meer over het denken gaat denken.
Leven, liefde en dood zijn grote woorden. Maar waar zou kunst anders over moeten gaan?
Over de straat soms?
Als ik iets zou willen verbieden, maar ik wil niets verbieden, dan zou ik alle fotografen vijf jaar het recht willen ontzeggen om met hun camera de straat op en de wereld in te gaan. Behalve natuurlijk die fotografen die zich zelf bescheiden verslaggever blijven noemen en gewoon hun nobele handwerk uitvoeren, zonder artistieke pretenties. Wie kunstenaar wil zijn moet eerst maar eens een atelier aanschaffen en in zijn eigen duistere ziel kijken.
Ik lig nog steeds wakker van het feit dat een clubje persfotografen (Magnum) in het Stedelijk Museum heeft mogen exposeren. Zoals ik ook wakker lig van het feit dat foto’s van lege parkeerplaatsen (Martin Parr) tot kunst worden verheven.
Gelukkig lig ik graag wakker, want dan krijg ik mijn beste ideeën.
Bovenaan mijn verlanglijstje voor Sinterklaas staat de wens dat de fotografie wat meer over het denken gaat denken.
–
PS: bovenstaande foto komt van American Photo: Underrated Photographers: Duane Michals
Plaatsen/Stemmen op:

















Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.