dinsdag 22 mei 2012 De verbindende schakel in fotografie
Oog in Oog
Vorige Volgende
29 november 2008 »
door Rommert Boonstra

Toen ik vier jaar was ging mijn opa dood. Hij lag opgebaard in zijn huis aan de Paterswoldseweg in Groningen en mijn vader tilde me op om in de kist te kijken.
Sedertdien achtervolgt me het gevoel dat ik iets niet begrijp.

Een jaar of vijfendertig later lag ik maanden verlamd op een bed. Om de zoveel uur draaide een verpleegster me op mijn andere zij. Dat was zo’n beetje het belangrijkste wat er gebeurde. Ik had ruim de tijd om naar het zuchten van het beademingsapparaat te luisteren.
Het bestaan werd er niet duidelijker op.

Toen ik weer opkrabbelde bleek de wereld, zoals ik die gekend had, totaal te zijn verdwenen. Ik kon de draad niet meer oppakken. Er was geen draad meer. Wat me gered heeft zijn de liefde en de kunst. Ze kwamen beide zomaar  uit de lucht vallen.

Ik werd de regisseur van mijn eigen fotografische wonderwereld. ‘Tussen droom en daad staan praktische bezwaren,’ zei de dichter 
Elsschot, maar op mijn atelier bleken droom en daad naadloos in elkaar over te lopen. Ik kon er doen wat ik wilde. De enige die me in  de weg stond was ik zelf.

Op het atelier bouwde ik mijn theatrale décors, waarin muggen olifanten werden, brood in goud veranderde, lichte woorden opwogen tegen de zware, de voorouders tot leven werden gebracht en het heelal opgehangen kon worden aan een roestige spijker. De camera als toverstokje.

Maar sedert het begin van 2008 heb ik geen atelier en ook geen camera meer nodig. Ik zwerf plunderend en brandschattend op mijn gigantische computer (het moderne equivalent van een wit paard) door de oneindige plaatjeswereld van Wikimedia Commons waar alles alles ontmoet en geniet van de extase van romantische overdaad en surrealistische waanzin. De apocalypse komt er de calypso tegen.

‘Als je een vlieg in God zet,’ zei Meister Eckhart, ‘dan is die vlieg in God nobeler dan de hoogste engel is in zich zelf. Alle dingen binnen God zijn gelijk en zij zijn God zelf.’ Daar sluit ik mij met  een ja en een amen bij aan.
Magritte wist het ook: ‘Alles wat we zien verbergt iets anders; we willen altijd zien wat is verborgen door wat we zien.’ En dan haal ik Nietzsche er ook nog maar even bij, die zei: ‘Kunst is een genezende tovenares.’
Daarmee is bijna alles gezegd. En toch blijft er ruim voldoende ruimte om iets toe te voegen.

Als we toch dansen op de rand van de vulkaan, laat het dan de Apocalypso maar zijn.
 
Plaatsen/Stemmen op:  

Reacties (1)

1. Arie Klok op Dinsdag 02 december 2008 10.25
Mooi man, Mooi verhaal, reikt over je graf heen lijkt mij Heb je ook een <3> mijn item gemaakt? Hou mij aanbevolen Beso Grande

Plaats een reactie

Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.

 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies