dinsdag 22 mei 2012 De verbindende schakel in fotografie
Oog & Naald
Vorige Volgende
21 augustus 2011 »
door Fran van der Hoeven

En vacances. Uit m’n ooghoek zie ik op een uitvalsweg van het dorp een verlaten pand achter een rij bomen. Geen mens in de buurt; even kijken. Enorme chaos in een verlaten fabriekshal. Niemand te zien.Tussen de honderden dozen, kledingstukken, meubels, gereedschappen en gebruiksvoorwerpen ga ik meteen koortsachtig op zoek naar foto’s en platen.

Hier lijkt een tsunami te hebben huisgehouden. In deze vuilhoop valt geen enkele systematiek te ontdekken. Veel is nat geworden, vervuild en kapot.
 
Het moet ooit als een depot-vente bedoeld zijn geweest. Op een verdieping vind ik een stel kartonnen dozen. Er staat een doos elpees tussen. Ik scheur een flap open.
 
Ik hoop op oude Barclay- of Franse Philipspersingen. Onbekende hoezen uit de vijftiger- en zestiger jaren met muziek die iedereen is vergeten. De eerste LP, vooraan in de doos, is ”Greatest Hits” van Simon & Garfunkel. Dan weet je eigenlijk genoeg, maar je moet toch verder. Na wat Klassiek, Beegees of Barbra Streisand, eindelijk een paar aardige jazzplaten. Helaas maar één Franse jazzman: Guy Lafitte. Niet echt oud; opgenomen in maart 1978.
En dan stuit ik op de brede tronie van Eddy Mitchell, klassiek gefotografeerd
door Studio Harcourt. In witte smoking met Lee Towers hazeklem.
 
Studio Harcourt heeft sterrenstatus. Enigszins vergelijkbaar met de omvang en clientèle van de Nadar studio’s in 1860. In 1934 begonnen door de gebroeders Lacroix, krantenmagnaten, Robert Ricci, zoon van Nina, en Cosette Harcourt (Germaine Hirschfield 1900-1976). Zij had ervaring met het maken van portretten en productfotografie.
 
Gevestigd in een weelderig hotel aan de avenue d’Iéna (Arc de Triomphe) werd de studio de plek voor tout Paris. Gefotografeerd worden door Studio Harcourt
betekende dat je iemand was. Gebaseerd op Hollywoodfotografie kreeg ieder portret een eigen mystiek. Er moeten batterijen aan lampen op hebben gestaan. Negatiefretouche op het hoogste niveau. Een maximum aan helderheid en zeer specifiek gebruik van schaduwen. Het gevoel van spotlights is overheersend. Zoals Huf aan ieder iets elegants kon meegeven, kreeg je bij Harcourt een Olympisch verleden mee. “En France, on n’est pas acteur si l’on n’a pas été photographié par le studio Harcourt”, schreef Roland Barthes in 1957. Die formule werkt nu nog. 
 
 
 
 
Een ‘Portrait Prestige’ kost je hier vandaag de dag 2000 Euro, een ‘Portrait Instant Harcourt’ 900 Euro TTC, en een modellenboek (“Book Comedien”) kunnen ze ook voor je maken: 2500 Euris. Dan krijg je “5 Portraits Instant Harcourt, 5 facettes de votre personalité”. Maar je kunt ook bij ze gaan eten met vrienden en gefotografeerd worden onder studiolicht of parfum d’interieur bij ze kopen. De atmosfeer van de studio is door Fabrice Olivieri, Parfumeur Crèateur, in een geur omgezet. “Une fragrance sensuelle, un design contemporain et élégant - Cette fragrance vous plonge dans l’êpoque Art Deco, oû la beauté est faite de luxe et de modernité”. Een exclusief flesje Harcourt Champagne behoort ook tot de mogelijkheden.
Zie ook: http://www.studio-harcourt.eu/fr/
 
Eddy Mitchell heeft het altijd in één richting gehouden, een mengsel van pure rock ‘n roll en country. Begonnen als zanger bij Les Chausettes Noires. De eerste Franse rockgroep die in november 1959 een contract bij Barclay tekende. Op deze LP “Happy Birthday” zingt hij nog even soepel “Faut Pas Avoir Le Blues” (“Singing The Blues”) met dezelfde deftige dictie die een Franse intellectueel nou eenmaal hanteert als hij wat zegt. Rock ‘n Roll bestond vijf en twintig jaar in 1980, vandaar de titel. Zijn lage stem straalt iets vertrouwds uit. Alsof het allemaal wel goed zal komen. Een Beertje. Hij groeide mee met ‘l’Idole’ Johnny Hallyday, aan het eind van de eind vijftiger jaren. Is een van de ‘copains’.
 
Alles wat met Franse popmuziek te maken heeft moet je langs de gouden standaard van Godfather Johnny leggen; al ruim 50 jaar aan de top in Frankrijk. Jimi Hendrix stond bij hem in het voorprogramma bij zijn eerste optreden in Parijs. “J’avais rencontré Hendrix dans une boîte à Londres, le Blaise’s. J’étais avec Otis Redding, ce soir-là. Lorsque j’ai entendu ce grand guitariste noir, j’ai été subjugué. Il était là, les cordes de sa guitare entre ses dents. C’était fascinant! Je lui alors proposé de venir faire quelques galas en France avec moi. À ce moment-là, il interprétait ‘Hey Joe’, qu’il n’avait pas encore enregistré. C’est ce qui m’a donné envie de l’adapter.”
 
Ik lees nu bijvoorbeeld: “Generation Johnny - Les Idoles des années 60”, een overzicht van Franse popmuziek waarin hij de rode draad is. Geen superlatief is op hem nog van toepassing. Als ‘God in Frankrijk’ ergens op slaat, moet dat met hem te maken hebben. En toch zo bescheiden gebleven; Sarkozy mange ton coeur.
 
Tot 1960 werd Rock ‘n Roll gezien als een geintje. Gevestigde musici reageerden schamper op deze krijsende baby. In Frankrijk maakten Henri Salvadore, Michel le Grand of Boris Vian pastiches op dit nieuwe genre. Dit waren jazz liefhebbers die het al heel hip vonden om in pseudo-slang een plaatje als “Va t’faire cuire un oeuf, man!” met ‘n rockloopje eronder op te nemen. Geintje of niet; de onderlijn bleef het belachelijke en niet francofiele van deze nieuwe muziek. De noodzaak van Rock ‘n Roll werd niet erkend. Die rare Presley was echt niks voor de van Franse cultuur doordesemde tiener van toen.
 
 
Het moest een Belg zijn die deze code d’honneur doorbrak: Jean Philippe Smet noemde zich vanaf 1958 voortaan Johnny Hallyday. Naast de onvermijdelijke covers werd er al snel speciaal voor hem materiaal in een rock stijl geschreven. Europees rockrepertoire bestond toen nauwelijks. “Kom van dat dak af” had niet de potentie verder te komen dan Roosendaal.
 
 
Of ‘Willem wordt wakker”; je hoefde Amerikaanse songs alleen maar te vertalen en je had al een hit. Hallyday was zo slim om ook liedjes te zingen die van hem waren en daarnaast de zoveelste Franse kopie van Elvis, Little Richard of Buddy Holly te laten horen.
 
Achteraf zijn die covers natuurlijk nog leuker dan de originelen. Zoals je in een krant van 1932 nog steeds de advertenties kan waarderen. Voor Latijnssprekende volkeren bekt het Engels niet, en Amerikaans al helemaal niet. Iedereen die wel eens naar de Franse radio heeft geluisterd weet dat er meer wordt gekletst dan muziek gedraaid. Vraag een Fransman nooit de weg; kort en bondig zijn is niet de eerste prioriteit. Kortom, het economisch taalgebruik van de één staat de voorliefde voor breedspraak van de ander in de weg. Een songtitel als “Doo-Wah-Diddy-Diddy” kan niet anders vertaald worden dan “Vous Les Copains, Je Ne Vous Oublierai Jamais”.
 
De stuwende werking en directe sexgeladen motoriek van de Rock ‘n Roll staat haaks op de Europese voorkeur voor nuances. Iedere poging je die stijl toe te eigenen is gedoemd te mislukken. Tenzij je het meent. Presley leek niet anders te kunnen, zoveel overtuiging zat er in zijn voordracht.
Cliff Richard was nooit geloofwaardig. Hij wilde te graag een allround zanger neerzetten. Bovendien mistte hij iets directs en essentieels: Het Gevaar.
 
Hallyday combineert de uitstraling van een haai met de ogen van een python en maakt een volkomen losgeslagen, onverantwoordelijke indruk. Je weet dat je met namaak te doen hebt, maar dat maakt het nog enger. Je kunt niet vertrouwen op een code of eer zoals bij de Mafia bij dit soort types. Ze komen uit het niks en hebben dus niks te verliezen; het gevaarlijkst van allemaal. Servische huurmoordenaars of Russische criminelen, dat niveau. Amicale drinkebroers met een iets andere agenda.
 
 
Vijftig jaar later heeft Johnny het uiterlijk van een demonische aristocraat met uitstekende jukbeenderen en een ringbaardje. Hij is net 68 geworden. Eddy voert strijd tegen André Hazes-vervetting.
 
 
Maar nog steeds rebellen en altijd op z’n Frans: très distinguée, très Harcourt.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Plaatsen/Stemmen op:  
 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies