dinsdag 22 mei 2012 De verbindende schakel in fotografie
Oog & Naald
Vorige Volgende
10 januari 2011 »
door Fran van der Hoeven

Vandaag eindelijk de LP gevonden die mijn onderzoek naar la Femme Fatale in het algemeen en op musettehoezen in bijzonder kan beëindigen. Ooit begonnen met Dick Contino’s hoes. Amerikaanse accordeonist in rusticaal decor.

Denk je nog Amerikaans label; die foto hebben ze daar even in de studio in elkaar gezet. Maar je ziet die elementen: accordeonist, straatlantaarn en luchtig geklede vrouw (met sigaret) te vaak op andere hoezen om het niet als hét Amerikaans musettecliché te herkennen. Waarom?  
 
‘An Accordeon In Paris’ komt uit 1963 en de foto is gemaakt met een hoog oh-la-la gehalte. Parijs als poel des verderfs. Toen al ouderwets; de bloeitijd van deze femmes was allang voorbij. Brigitte Bardot had dat veranderd. Gevallen vrouwen bij lantaarnpalen kwamen vaak voor in de Amerikaanse film. Geen raamprostitutie. “Follow me upstairs”, zing Anita O’Day in ‘Love for Sale’. Op de foto’s van Brassaï in duister Parijs zie je de dames ook op straat staan, maar nooit zo direct met zo’n paal. Dat is meer voor een cultuur where everyone must advertise. 
 
Rickie Lee Jones ‘Pirates’, 1981. Foto Brassaï, 1932
 
De streetlamplady is kort na de oorlog op haar hoogtepunt, meestal in de film noir. Volgens de ‘The Sinister Street Lamp”-blogspot begon die film noir-golf in 1931 al met ‘Little Ceasar’ en verdween eind vijftiger jaren zo’n beetje met ‘I Want To Live’ uit 1958.
 
 
 
Zo ging het er in 1946 aan toe op de set van de film “T-MEN”. Achterop zit een vergeeld strookje papier geplakt:
 
CORNER MEETING….. Dennis O’Brien contacts Evangeline (DENNIS O’KEEFE and MARY MEADE) to obtain information regarding members of the counterfeiting and dope-smuggling ring. A scene from “T-MEN”, an Eagle-Lion film, inspired by actual case histories in the United States Treasury Department files.
 
Door de lage ISO waarde was er toen veel licht nodig op een set. Als er gerookt wordt zie je de rook razendsnel oplossen in de warmte van de lampen. Donkerte was moeilijk weer te geven. Bij een ‘La Nuit Americaine’ werd er een blauwfilter op de lens gezet en kon je in daglicht gewoon verder draaien. Deep down zien we schaduwen als blauw maar vertalen ze als zwart.
 
Het kon ook suggestiever. Dennis houdt hier z’n luciferdoosje wel erg hoog. Dat is voor ons. Wij willen graag geloven dat een afgestreken lucifer een gezicht mooi cirkelvormig kan verlichten in het duister. Ook haar schaduw op de muur benadrukt een duistere indruk. Al kan die nooit van de z.g. lichtbron, boven haar, afkomstig zijn. Het belangrijkste detail, haar been in netkous, moet meteen onze aandacht trekken en krijgt daarom ook zo’n onlogisch lichtje.
 
 
 
Ingrid Bergmann in “Arch of Triumph” (1948). Hoorde ik haar echt even “Hello Handsome” fluisteren? Hier zou dat licht van boven, haar gezicht (onder een alpinopet) onherkenbaar hebben gemaakt. Daarom die baret opzij, wat meteen uitdagender werkt. Chapeau!
 
 
 
 Pyke Koch (1901-1991) Het Wachten, 1941 Collectie Centraal Museum, Utrecht
 
Ook Koch had ook moeite met dat licht van boven. Maar schilders mogen alles. Vijf dames onder een lantaarn. Teveel om in het voorbijgaan tot een keus te komen. En te weinig verleiding; alle jassen staan wel open, maar niet erg uitnodigend. Pikant is wèl de samenhang tussen het lint om de zuil met stokken achter linker dame en de sympathieën van Koch uit die tijd. 
 
 
Dit is moderner. Haarstijl en lakjas eind zestiger jaren? Minder open en bloot, lijkt eerder of ze de weg even kwijt is. Na de minirok is een split ook niet meer nodig. Nederlands platenlabel. Geen indicatie voor fotograaf of locatie. Lantaarntype en straattegels op foto doen Amsterdams aan. Breed trottoir, monumentale gevels en straatnaambordje weer niet. Herkent iemand deze locatie? (Reacties worden met discretie behandeld).
 
De beroemdste streetlamplady was Lili Marleen. Je hoort meteen Marlene Dietrich, maar het lied werd eerder op de plaat gezet door Lale Andersen in 1939. Omdat Goebbles de tekst te deprimerend vond werd het een verboden hit.
 
“Vor der Kaserne,
Vor dem groβen Tor,
Stand eine laterne.
Und steht Sie noch davor,
so woll’n wir uns wiederseh’n
Bei der Laterne wollen wir steh’n
Wie einst, Lili Marleen 
 
 
Vandaag hoes gevonden waar miss Andersen zelf ook onder een lantaarn te zien is. Maar ze leunt niet, lijkt er meer aan voorbij te gaan. Ze heeft de mythe van de verlichte vrouwen overleeft.
 
Lale Andersen stierf in 1972. Bijna 40 jaar geleden! Die foto moet dus nog ouder zijn. Tijdloos, al is dat door die paar details niet zo moeilijk. Haar kapsel en die jas kunnen nog steeds mee. Coltruien verouderen niet en verbergen handig een verouderde hals. Maar eigenlijk is het haar gezichtsuitdrukking. Teveel persoonlijkheid om als eerste ‘sex for sale’ te etaleren. Bijna onvoorstelbaar dat ze in 1905 werd geboren.
 
Tijdloos die Lale, net als Lili.
 
 
PS  Ik kreeg van Roeland Fossen een mailtje met de terechte opmerking dat Brassai wèl een foto van een Parisienne onder een lantaarnpaal heeft gemaakt, ook al beweerde ik het tegenovergestelde in Oog & Naald 31. Keek even in mijn boekenkast en inderdaad, pagina 69 van ‘Brassai, The Monograph’. Had ik mijn huiswerk maar beter gedaan! Hoop dat iedere lezer net zo oplettend zal blijven.  
 
 
 
 
 
 
Plaatsen/Stemmen op:  
 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies