vrijdag 10 februari 2012 De verbindende schakel in fotografie
Oog & Naald
Vorige Volgende
12 juni 2010 »
door Fran van der Hoeven

Too close for comfort. Waar Sanne Sannes ons nog geriefelijk naast Liesbeth List liet liggen (O&N jan ‘09), sta je hier zo dicht op Isaac Stern dat het onaangenaam wordt. Ik kan hem bijna ruiken en hij is zich van niks bewust want zijn ogen zijn gesloten. Ik voel me een voyeur.

De fotograaf drukt je met je neus op dat gezicht. Zoals men een jonge hond zindelijk denkt te maken als er iets onaangenaams onder de tafel ligt.
Waarom? De intensiteit van die expressie? Die bekende kop? Of de suggestie dat als je naar deze plaat luistert er niets tussen jou en Isaac kan komen?
 
De tekst geeft een aanwijzing. 25 Jaar op de bühne en Columbia Masterworks presenteert met trots Isaac Stern. Waarschijnlijk wilden ze het groots aanpakken. Beroemde fotograaf en het model larger than life. Zo groots dat het Columbia label en de informatie over repertoire en uitvoerenden te weinig ruimte kregen. En er onnodig tekst over het vioolblad loopt. Too much for comfort.
 
Misschien is deze foto een uitvergroting. Maar die snel toenemende onscherpte op de hals en die op de rechterkant van Stern’s gezicht kan je alleen maar bereiken door er dicht op te zitten. We worden geacht ons te concentreren op de gepijnigde frons, de ingespannen wenkbrauw, de bedrukte plooitjes van het ooglid, iedere porie van de wang en de zinnelijke linkermondhoek van de violist. Buiten het stukje viool dat in hetzelfde scherptegebied zit, is alles onscherp.
 
Als je je hand legt op die frons lijkt alle concentratie overdreven, het is dan net of Stern staat te slapen. Zo vredig is de uitdrukking van die gesloten ogen.
Boven zijn rechterwenkbrauw nergens een uitdrukking die op een gespannen gevoel duidt. Deze fotograaf heeft wel even op Stern’s mimiek gelet voordat hij aan het werk ging.
 
De rechterhand is buiten beeld. Speelt hij eigenlijk wel? Misschien houdt hij alleen de krul vast. Zoals je stemt, alle snaren op hun beurt even laat klinken om de zuiverheid te testen. En je meteen de stemschroeven al of niet steviger aan kunt draaien. Het zou dus gewoon een openingsfoto kunnen zijn. Even warmdraaien, nog geen nootje Brahms te horen.
 
De stok en het haarlint verdelen het beeld in tweeën. Licht en donker, man en instrument, expressie en vakmanschap en die scherpte en onscherpte.
 
Stern’s mimiek staat voor diepe concentratie, volledig in jezelf keren. Niks meer willen zien omdat het afleidt. Toch moet de meesterviolist geweten hebben dat hij zich in een studio bevond, dat er een fotograaf en misschien nog wat assistenten om hem heen stonden en op alles letten wat hij deed. Zelfs aanwijzingen geven hoe hij er bij moest staan. Het is niet te zien.
 
Essentieel is het stukje rechterschouder; het zorgt voor diepte. Anders zou zijn hand op een vreemde manier aan zijn kin vast zitten. Toch wel toevallig hoe die gekromde rechterwijsvinger net de kin raakt en de stok precies langs zijn linkermondhoek glijdt. En is het toeval dat die strijkstok ook precies op de kromming van de oorschelp ligt? Perfecter kan niet. Hoe langer je kijkt hoe argwanender je wordt. Als je er zo dicht op zit is het gevaar dat er iets essentieels buiten beeld valt levensgroot. Helemaal als er, zoals hier, toch beweging wordt gesuggereerd.
Wat een geluk dat die hand nog net zichtbaar is. Of die stok niet zwabbert.
 
Stern staat helemaal niet te spelen.
 
Maar wat doet hij dan? Dit zou het moment kunnen zijn dat hij net de eerste afstreek gaat maken en zich zoals een topsporter volledig concentreert op een vliegende start. Het zou ook dat stemmen kunnen zijn, maar waarom dan zoveel expressie?
 
Irving Penn staat niet bekend om extatische uitdrukkingen in zijn portretten. In tegenstelling tot Avedon is zijn werk eerder statisch te noemen. Geen geren door de studio met Twiggy of Verushka. Hij benadrukt niet dat we naar iets kortstondigs als een fractie van een seconde kijken. Bij hem lijkt alles eeuwig, alsof het er altijd al was. Je het nooit geweten hebt en het zich nu pas aan je openbaart. Mensen worden bij hem sculpturen. Presenteren zich alsof ze die eeuwigheid met zich mee dragen.
 
Daarom is deze hoes bijzonder. Door de elementen die je in zijn andere werk niet tegen komt. Sensatieachtig door die close-up, rellerig door al die onscherpte, ongeloofwaardig door het acteren en die suggestie dat we kijken naar een moment waarop, toevallig, alles samenkomt. Bijna een getrukeerde nieuwsfoto.
En nog komt ie er mee weg.
 
 
 
Plaatsen/Stemmen op:  
 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies