Oog & Naald
| Vorige | Volgende |
21 februari 2010 »
Dit is vechten tegen een lichte wrevel. Cynisme tegenover schijnbare onschuld en bewondering voor een gehaaide verpakking.
Is het nog van belang om te weten waar Pat Boone voor stond?
Ik kreeg altijd een kauwgomgevoel als ik die naam hoorde. Pet Boem, belachelijk vonden we dat toen. Als tienjarige wist je dat het gevaar daar niet vandaan kon komen.
Bij V&D verkochten ze hoogglans prentbriefkaarten van hem. In witte letters stond er een z.g. handtekening op. In dezelfde letters als op de kaart van Doris Day die er naast hing. Mooi gebit, zoals in elke tandpastareclame. Keurig gekapt en een glad gezicht; je kon er alle kanten mee op. Ruitjesoverhemd, wel vlot natuurlijk, maar tegelijk een boerenbontsfeer.
Dat ze die kaarten juist bij Vroom & Dreesman verkochten had een teken aan de wand moeten zijn. Elvis verkochten ze daar niet. Die was van de nozems die zaterdagsnachts de Langestraat op en neer reden met hun knetterende Benelli’s. Veel meer was er niet te doen. En nozems kwamen overdag niet in dat warenhuis, tenzij ze gingen trouwen en hun vriendin een uitzet wilde. Stonden ze er opeens heel anders bij met hun leren jekkies en kippekontjes in de Brylcream.
Ik kon het horen bij hunkerende meisjes als ze het over hem hadden. Die diepe zucht: “Pèhhht”. ‘Elvis’ eindige altijd in gesis, waarvan je nooit kon raden of het verachting was of iets dat je geheim moest houden. De paar keer dat ik Pat op de radio hoorde was het altijd wel lauwwarm, nergens kriebelige onrust in je buik. Zwembadmuziek.
Kortom, de redelijkheid zelve. En toch klopte het niet. Zo glad en toch zo populair. Teveel aan ieders smaak aangepast. Vandaag weer aardappelen.
Je had maar te accepteren wat je werd aangeboden. Als hij het materiaal van anderen gebruikte dan wist je niet beter. Op deze LP staan zijn hits van 1955 tot 1957. Openingsnummer is ‘Ain’t That A Shame’. Was eigenlijk van Fats Domino. Pat had een klein probleem tijdens het opnemen. “He wondered if it was O.K. to cut ‘Ain’t that a shame’ since it was ungrammatical! Pat still introduces the song as ‘Isn’t that a shame’, schrijft iemand op de achterkant.
“At my front door”, kwam van de El Dorados, een zwarte doowopgroep. Het gleed wel naar binnen als levertraan, maar wat een nasmaak. Het ergste was zijn cover van Tutti Frutti. Elvis had daar al een wildere versie van opgenomen, zodat je ze kon vergelijken. Het was allemaal niets bij de stampende versie van de auteur zelf: Little Richard. Ondersteboven door een rammelende achtbaan waarvan iedere beveiliging het heeft begeven.
Dat Boone toch veel succes had met zijn nummer, zat Richard niet lekker. De regel: “Boy you don’t know what she’s doing to me” zou teveel broeierige gedachten kunnen oproepen. Daarom zong Boone liever: “pretty little Susie is the girl for me”. Later zei hij: “Rhythmically it sang just the same, and we discovered right away that the kids didn’t care what the words were. There were other times too”.
Maar Little Richard voelde zich ook geremd in zijn carrière. Blanke mannen die over de ruggen van zwarten het grote geld binnen haalden. Boone verdedigde zich zoals burgemeesters in oorlogstijd dat wel vaker doen. Door zijn versies werden de originelen voor het eerst op witte radiostations gedraaid. En Elvis deed toch ook niet anders?
Maar ja, die deed er iets mee waardoor het van hem werd. Boone kon alleen maar reproduceren. Dat gaf hij later ook ruiterlijk toe: “Little Richard, Fats, those guys, had that wonderful sense of rhythm that I think came out of not just gospel roots… I do’nt know if there is such a thing as ethnic rhythm. I knew I wasn’t capturing the gut feel that they had. It’s more painfully apparent now as I listen to my songs.”
Allemaal terug te vinden in deze foto. Beschaving tegen chaos. Brains against sex. Geen negermuziek nodig, wij kunnen ook swingen. Zoals ze ‘s avonds klassieke muziek draaien om Hoog Catharijne junkievrij te houden.
Maar welke popster heeft zich ooit laten verkopen op zijn belezenheid? Alleen Bob Dylan kan hier een beetje aan tippen. Op de hoes van ‘Bringing it all back home’ doet hij of hij opkijkt terwijl hij een tijdschrift leest.
Eigenlijk is dit een schoolfoto van Pat Boone. Behalve de houding van dat been voldoet het aan alle regels. Je moest net doen of je gestoord werd tijdens intellectuele arbeid. Lezen of schrijven, dat wisselde per fotograaf. Boone lijkt hier betrapt tijdens de lunch als hij nog snel z’n homework bij wil spijkeren. Hoewel, eigenlijk nergens brood te zien; hij las liever natuurlijk. Maar wat een smile.

De Amerikaanse versie van deze LP heeft een andere titel en is niet aangesneden. Opeens blijkt er een stapeltje partituren onder die boeken te liggen. Wat een toeval. En vliegen er twee meeuwen de rechterbovenhoek uit. Pat’s linkeroog valt exact in de kruising van twee kruislijnen van de gulden snede. Dat is geen toeval als je ziet met welke precisie die kop tussen de vierde en de zesde pilaar zit gewrongen. Blijven er aan iedere kant vier vrije over. Daar is over nagedacht.
Eigenlijk hoort er ‘Low Memorial Library of Columbia University’ op dat gebouw te staan. Pat’s groene handtekening is belangrijker. Het gaat alleen maar om het gevoel, gewoon een achtergrondje, zingt het zachtjes.
Maar deze locatie is niet voor niks gekozen. Het succes overviel Pat toen hij hier studeerde, volgens de legende. De hoestekst: “Pat says,”Everytime I look at the cover I’m reminded of the mental switches I had to make, like singing a rock and roll song to millions of people sitting before their television sets and then, with barely enough time to remove my make up sitting in a classroom trying to learn something about Nathaniel Hawthorne and Waldo Ralph Emerson”.
Die combi is door DOT, zijn platenmaatschappij slim gebruikt als marketingtool. Een keurige student waar je als jongere tegenop kon kijken en tegelijk een ideale schoonzoon voor volwassenen. Kunnen Jiskefet’s Lullo’s nog een puntje aan zuigen.
Het enige attribuut dat op deze foto ontbreekt is een pijp. Alles duidt op bezadigdheid. Dat vest, die golfsokken en die witte buckskin schoenen. De enige verrassing zit in de kleur oranje. Staat voor gevaar. In veel Amerikaanse veiligheidskleding zit oranje verwerkt omdat het beter zichtbaar is. Onderliggende boodschap: opgepast, let op mij.
Bij Pat Boone moet je tussen de regels lezen. Even aan die christelijke uitstraling voorbijgaan. Dat er door zijn verwaterde versies wat vaker zwarte muziek op witte radiostations te horen was, is een verdienste. Dat hiermee die muziek tandeloos werd, is hopeloze romantiek of gestaald kaderdenken.
Rock ‘n Roll zal altijd het symbool blijven voor onaangepastheid en ons iedere keer weer overvallen. Dat keurige mensen als Rob de Nijs of Harry de Winter zich dat maar al te graag toe eigenen doet daar niets aan af. Elvis zong ook kwijlliedjes over zijn moeder of zijn dooie oude hond. Veranderingen gaan altijd trager dan je zou willen.
De T-Ford had nog kenmerken van een koets. Helaas kan je dat alleen weten als je een Citroën DS hebt gezien.
Ik voel me nog steeds wrevelig. En die smile maakt het alleen nog maar erger.
Plaatsen/Stemmen op:
















