vrijdag 12 maart 2010 De verbindende schakel in fotografie
Oog & Naald
Vorige Volgende
2 januari 2010 »
door Fran van der Hoeven

Dit is waarom ik het doe. Foto’s van mannen met instrumenten. Altijd O.K. Nooit geen kwaad in zin. Hitler met harp is dan echt fictie. Maar je opa met een elektrische gitaar zou dus wel kunnen. Geldt helaas alleen nog maar voor oude zwarte heren. Veel oude blanke mannen met elektrische gitaren zitten bij ons in retroland. Overdag makelaar, ‘s avonds op de basgitaar en rammen maar. Still sweet little sixteen.

Hound Dog Taylor is hier 56 en tijdloos. Fotograaf Peter Amft lijkt zich op zwarte muzikanten gefocust hebben als je zijn website bekijkt. Chuck Berry en Willy Dixon zitten voor ditzelfde achtergrondpapier. Maar deze van Taylor is de strakste.  
 
Uit andere foto’s valt op te maken dat Amft ook een tijdje aan de ziekte van groothoek extremis heeft geleden. Dikke koppen waar kleine voetjes onder uit steken. Maar mensen tot cartoons omtoveren is zelden bevredigend. Zoals vuurwerk dat na wat oh’s en ah’s toch weer dooft tegen een donkere hemel. Op deze foto zit de groothoek net genoeg in de weg om het een echt fotografisch beeld te maken.
 
Een ode aan het bovenlicht. Hier ontmoet Nadar die andere grootheid in mensenfotografie, August Sander. Het licht en achtergrondje van 1880, de waardering voor de ambachtsman uit 1920.
 
Het is de eerste plaat van het Alligator label, nummer 4701, uit 1973. Eigenlijk is dat hele label opgezet om Taylor en zijn band uit te brengen. Daarom is er meteen flink uitgepakt. Hard karton beplakt met chamois kraftpapier en dunne lijntjes er in alsof het om geschept papier gaat, wat de sfeer van ambachtelijkheid nog meer vergroot. De kleur van het papier moet ook de tint van de drukinkt hebben bepaald: bruin. Oud bruin zoals bij bier en doorrookte cafés, robuust en vertrouwd.
 
Theodore Roosevelt Taylor was een lange, tanige zwarte bluesmuzikant met zes vingers aan zijn linkerhand. Amft heeft die hand als een lotusbloem vereeuwigd. Op de wijsvinger een flinke eeltbult. Onwillekeurig denk ik aan Irving Penn en de linkerhand van Miles Davis op de binnenhoes van ‘Tutu’ of Corbijn’s foto van die stompe rechter heggenschaar van John Lee Hooker. Waarom eigenlijk alleen maar zwarte handen? Het stalen pijpje aan Hound Dog’s linkerringvinger verraadt de school van Elmore James, de eerste succesvolle slidegitarist.
 
 
Flessenhalsmuziek. Het plaatselijk glijden over de snaren levert een massaler geluid op dan het indrukken ervan. Bovendien kan je de noten makkelijker oprekken of afknijpen door met een glazen flessenhals, of tegenwoordig stalen pijpje, tussen de frets heen en weer te glijden.
Deze prachtige gitaar is een goedkope Japanse import, een Guyatone uit het midden van de zestiger jaren volgens Jacques de Vries van “de Plug”. En de versterker die werd gebruikt leek gemaakt van strokarton. Sears Silvertone, volumestandje 10. Als het maar flink resoneerde.
 
Dat is het geluid wat Hound Dog najaagt: door een hoop vervorming en ruis heen de pure naaktheid, van wat nog net mogelijk is. De allerlaatste warmte trekkend uit koude, kale, waaihoeken waar het grootsteedse vuil zich in elkaar heeft gedraaid. Chicago, the Windy City.
 
Op de achterkant van de hoes staat dat Hound Dog en zijn Houserockers vrijdag- en zaterdagavonden te vinden zijn in The Expressway Lounge “a dim crowded club on 55th Street. On Sunday afternoons they play at Florence’s on Shields, where their audience is mostly other bluesmen.”
‘Their’ staat voor Taylor op zijn gitaar, Brewer Phillips die ook op gitaar dwars door Taylors muziek heen kan denderen, of met hem mee laveert en zo een veel breder geluid kan maken. Maar ook net zo makkelijk de lead partij overneemt. Ted Harvey is een droge, harde drummer.
 
Een bas is niet nodig want deze muziek is snoeihard. Alles staat op overspannen: de rauwe stem, de harde aanslag, de gruizige vervorming en de verbeten songs. Het maximale van het haalbare. Als die gitaar aan flarden gaat betekent een nieuwe nog geen gat in je portemonnaie. Kopen bij Zeeman en erbij lopen of het Haute Couture betreft.
 
Daarom vind ik die foto ook zo lekker. Je krijgt wat je ziet; pezige, ruige stampmuziek zonder daarmee een zekere lenigheid in de weg te zitten. Als ik maar één plaat mee zou mogen nemen naar dat onbewoonde eiland zou het deze zijn, om z’n aardsheid en onversneden optimisme.
 
De groothoek van Amft maakt alles uitgerekter en eleganter. Je moet het geheel zien en je niet teveel concentreren op de onderdelen. Een lilliputter hoedje op een kop die niet op deze romp past en een compacte gitaarbody met een indrukwekkende hals en die enorme kop met tuners waarmee je de snaren aanspant. Als een bijnaam voor een gitaar hier van toepassing is dan is het wel “Aks”, zo’n hakbijl waarmee je blokken hout te lijf gaat. Wat een houwdegen.
 
Alles extreem. In hoeveel rusthuizen in Amerika spelen oude zwarte mannen nog de sterren van de hemel? Dat belooft wat als het onze tijd wordt.
 
Ik wou dat ik zo’n opa had gehad.
 
 
 
Plaatsen/Stemmen op:  
 
Archief
© 2008 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies