vrijdag 10 februari 2012 De verbindende schakel in fotografie
Oog & Naald
Vorige Volgende
1 november 2009 »
door Fran van der Hoeven

This is THE STONES new disc within. Cast deep in your pockets for loot to buy this disc of groovies and fancy words. If you do’nt have the bread, see that blind man knock him on the head, steal his wallet and low and below you have the loot, if you put in the boot, good, another one sold!

Dit staat in een begeleidend schrijven op de achterkant van deze LP uit 1965. Die plaat is titelloos en wordt ‘The Rolling Stones No. 2’ genoemd.  
 
Verruwing is van alle tijden. Alles om maar aandacht te krijgen. Daarvoor hadden The Stones de voormalig assistent van Beatlesmanager Brian Epstein aangenomen.
 
Andrew ‘Loog’ Oldham. “The middlename was courtesy of a Dutch father”- volgens Q Magazine.
 
In zijn tweede autobiografie ‘2 Stoned’ schrijft hij dat deze tekst spontaan in bad ontstond. Hij wilde weten of hij in de buurt van de schrijverij van Anthony Burgess (‘Clockwork Orange’) kon komen. Dat de Blindenbond ontplofte en er tot in the House of Lords vragen over kwamen, was mooi meegenomen.
Met de uitspraak “Would You Let Your Daughter Go With A Rolling Stone?” bespeelde hij ook al de publieke opinie, net zoals het uitvergroten van het ‘pisincident’.
Bill Wyman werd betrapt toen hij met de anderen tegen een muurtje van een benzinstation had staan pissen omdat hij de sleutel van het toilet niet kreeg. Oldham vond het beter om Mick dat in z’n schoenen te schuiven, toen een reporter hem dat vroeg. Zou U toch ook hebben gedaan?
 
The Stones werden tot outlaws gemaakt. Ze moesten een reputatie krijgen. Oldham zorgde wel dat ze steeds in het nieuws bleven. Het gevolg is dat nu keurige mensen die niets hebben meegemaakt zich nu ook graag met sex and drugs and rock ’n roll associëren. Zoals de meeste Harley-rijders eigenlijk brave huisvaders zijn.
 
Maar toen was dat ongekend; negatieve publiciteit om een product te verkopen. Niemand was daar Oldham in voorgegaan; hij kon zijn eigen grenzen stellen. Waar Elvis nog kon wegkomen met een zekere onschuld, de ik-weet-niet-wat-me-overkomt-als-ik-die-muziek-hoor houding, wilde Oldham dat ‘oncontroleerbare’ doelbewust gebruiken.
 
Natuurlijk ondervonden The Stones door hun lange haar en hun onconventionele gedrag veel tegenwerking en heeft Oldham dat uitvergroot. Maar uiteindelijk ging het om het soort muziek dat ze maakten. Duister, dreigend en opwindend. Jagger’s androgyne gedrag en teksten waren shockerend in de nog steeds formele Engelse muziekcultuur.
 
De foto voor de tweede LP is van David Bailey. We zitten opeens tussen een stelletje half aangelichte randdebielen. Alsof je de verkeerde pub bent binnengelopen en de messen even onder tafel zijn geschoven. Een oude vete zal voorgoed uitgevochten worden, als jij de tent hebt verlaten. Maar nou moet je oprotten.
 
 
De samenhang met Robert Freeman’s zwart/wit foto voor de hoes van ‘With The Beatles’, ook hun tweede LP, is opvallend. Je zit er dicht op en alles is van links aangelicht, geen details in de achtergrond. Maar Freeman houdt z’n kamera op ooghoogte, waar Bailey een groothoek gebruikt. Je kijkt er niet zo vlak tegenaan. The Beatles hebben hun haar in model en iedereen draagt een coltrui. Dit is aanstormende eendracht. Zoals pionnen op een schaakbord; strenge eenvoud. Nothing can stop us now. Ringo lijkt er in deze opstelling maar een beetje bij te bungelen, als je ‘m met je hand bedekt blijft de foto werken.
 
Bailey had één man meer tot z’n beschikking, waardoor je de onderkant van de foto niet kan negeren. Hier zette hij de lelijkste Stone met het altijd vermoeide gezicht, Bill Wyman, en de meest jongensachtige rat van het gezelschap, Keith Richards, neer. Zij vormen de onderbuik, je moet over hun wantrouwende blikken heen om de rest van het zootje in de ogen te kunnen kijken. Buiten de hautaine Brian Jones op rechts hebben Charlie Watts, in het midden, en Mick Jagger op links weinig uitstraling. Dan kijk je de eerste twee weer aan en ontmoet alleen maar dezelfde weerzin/laatdunkendheid.
De enige tekst is het DECCA logo. Geen titel, geen groepsnaam. Iedereen hoort te weten wie The Stones zijn.
 
De sfeer in zo’n foto moet een samenhang hebben met de inhoud. Het eerste nummer zet de toon voor de hele LP: ‘Everybody needs somebody to love’ van Solomon Burke. Alsof je in een swingende zwarte kerkdienst terecht gekomen bent. Preacher Jagger zweept je op met z’n tamboerijn en het jennerige “Let me hear you say Yeah!”
 
Maar het gaat eigenlijk over de bonkerige bas van Bill Wyman. Al het gitaarwerk is daar een verlengde van, er is maar één korte gitaarsolo die uiteindelijk na twaalf seconden ergens wegsterft als een jankende hond in de verte. Brian en Keith lijken samen dezelfde slaggitaar vast te houden. De afgeknepen bekkens van Charlie Watts houden de siddering vast tot de imitatie van een negerinnenkoortje door Jagger en Richards, de dienst besluit.
 
Om even later weer in een pijlsnelle bolide over de Highways te scheuren in Chuck Berry’s “You can’t catch Me”. En met Muddy Waters’ “I can’t be satisfied” geven ze een voorproefje van hun uiteindelijke doorbraak later dat jaar met “I can’t get no Satisfaction”. Op de foto is het nog niet zover, ze zijn nog voornamelijk een hele goede coverband.
 
Deze LP komt uit in januari 1965. Negen maanden later ligt de opvolger er al. Het lijkt wel of het succes van Satisfaction ze overvalt. Als coverfoto wordt een andere foto uit dezelfde sessie met Bailey gebruikt. Nu draait alles om het jongenskopje van Keith Richards. Geen tijd voor iets nieuws? Of nog steeds bruikbaar, want als het jaar daarna ‘Paint it Black’ als single uitkomt leunen ze nog steeds op dat broeierige beeld, al is het nu meer een artists’ impression.
 
 
“In general Andrew wanted the photographs to promote the Stones as sullen, moody, dark and mysterious. He’d stand in the background telling me he wanted everything stark and gritty. Andrew was a very influential catalyst. He brought two elements together and somehow pointed you in the right direction and then let you spark, and something would happen. That was a great talent.He had a clear concept of what the Stones should be and conceptually the Stones were Andrew’s” (-Gered Mankowitz, over zijn fotografie voor de hoes van ‘December’s Children’, de vierde LP van The Rolling Stones).
 
Maar Mankowitz was wat jonger dan Bailey en meer te kneden.
 
Bailey: “I wasn’t really involved in rock ‘n roll. I just happened to be friends with Mick; it all stems from that. I’d never take direction from people like Andrew, whether I’m right or wrong. I always do it my way. I was just photographing them. Andrew never choose the shots; I presented them.”
 
“My attitude was there is no point in using me if you do’nt want what I give you.”
 
En anders kan je oprotten.
 
 
 
Plaatsen/Stemmen op:  
 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies