Oog & Naald
| Vorige | Volgende |
20 september 2009 »
Niets leuker dan al associërend het verhaal achter een beeld te bedenken. En gerieflijk als iemand anders je dan bij de hand neemt. Fotograaf of ontwerper. Als ie z’n vak maar beheerst.
Ik herinner me een foto van Robert Doisneau en een scène uit Casanova van Fellini.
Doisneau laat een aantal mensen zien die op een richel langs een winkelpui zitten. Waarom is niet meteen duidelijk, dus je probeert dit raadseltje zelf op te lossen. Waarom maak je daar nou een foto van?
Die mensen lijken allemaal even oud, het zijn zes mannen en een vrouw. Van die zes mannen hebben er vijf een soort uniform aan. Ze zitten voor een winkeltje, er hangt een enorme voet in de etalage en er staat ‘Pedicure’ boven de deur. Nou en? Opnieuw die uniformen nog eens bekeken. Niets uniformeel eigenlijk; verschillende broeken en afwijkende schoenen. Twee dragen er zelfs sandalen. Het enige dat ze verbindt zijn de petten. Het lijken politiepetten maar zijn niet zo streng als ik me herinner… Twee mannen hebben een brede draagriem over hun schouders lopen, anderen een buitenmodel brieftas op schoot: postbodes!
Mannen die van hun voeten afhankelijk zijn. Die liever zitten dan staan. Voor ze aan het werk gaan; de winkel is gesloten en het licht nog zacht, even langs de pedicure voor hun steunzolen.
Ik bewandel precies het weggetje dat monsieur Doisneau ooit heeft uitgestippeld, maar het voelt toch als een eigen overwinning.
Bij Fellini was het wat ingewikkelder. Hoe kon dat kaarsje in die scheepslantaarn blijven branden, ja zelfs nauwelijks flikkeren, terwijl Donald Sutherland als Casanova toch duidelijk een gierende storm trotseert op zijn gondel? Gewoon een gasvlammetje natuurlijk. Pfff. O.K., vooruit dan.
Maar storm? Jazeker, Fellini laat zelfs even de zwarte golven zien waardoor het ranke scheepje zich een weg moet banen in deze verschrikkelijke nacht. Oei, landbouwplastic… Onder die zwarte banen staan vast windmachines die het plastic doen opbollen en weer laten dalen om golfslag te suggereren. Staat veel te lang in beeld. Ik wil dat helemaal niet weten. Dat hij dat niet in de gaten heeft.
Totdat het kwartje valt; Fellini wil juist dat we het zien. Dat we niet teveel in het verhaal meegaan, het is maar film. Alles is met schrootjes aan elkaar gezet.
Dan valt er opeens nog veel meer om. Je moet maar durven. Hoever kan je je publiek loslaten zonder het te verliezen. Het is de grootsheid van de goochelaar die je laat zien hoe het konijn uit de hoed komt, maar als je eenmaal in de zaal zit, je toch weer te slim af is.
Opeens hoor ik Sinatra in mijn hoofd “The Tender Trap” zingen. Over het idee dat alles is voorbestemd.
“You hurry to a spot - that’s just a dot - on the map
You’re hooked, you’re cooked; you’re caught - in the tender trap.”
Iedere ervaring wordt opgeslagen en komt ons van pas bij een volgende. Deze hoes trok meteen m’n aandacht. Natuurlijk stop je even als je eerst alleen de bovenkant van deze plaat in een platenbak ziet. Daarom staat de naam van de groep ook onderaan. Monochroom beeld, allemaal oudere mannen en het gaat hier niet om het verkopen van een product. Eerder gezellige samenzang, sta ik wel in de goede bak te kijken? Wat is dit? Ook hier moet ik associëren.
“The Gadjits”; rare naam voor een groepje. Zit wel erg dicht in de buurt van gadget. Speeltje? Getuigt niet van al te veel zelfvertrouwen. Maar misschien heeft die hobbyachtige sfeer op de foto daar mee te maken. Feestplaat, misschien? Maar dan die titel: “At Ease”. Klinkt toch meer als een commando.
Alle mannen hebben korte kapsels en alle monden staan open rond deze vrolijk gestemde pianist. Geen grote verschillen in kleding. Dit moeten samen zingende militairen zijn. En het is warm. Het hemdje van de Tony Soprano look-a-like zet de toon. Achter hem een licht behaarde onderbuik en zo’n verstelbare broekriem. Ik zag dat soort riemen voor het eerst op soldatenfoto’s uit de tweede wereldoorlog. Ze zijn nog steeds te koop.
Je krijgt niet het gevoel dat dit echt verouderd is. Hoewel uitgeschoren nekken en hard flitslicht kenmerkend zijn in foto’s van de veertiger en vroege vijftiger jaren. Het moet ‘m in de kleding zitten. Die ‘Chino’s’, opnieuw door Levi’s op de markt gebracht als ‘Dockers’, maar ook de overhemden.
Dat onderscheidt ze. Soldaten hebben altijd jasjes aan, lopen nooit in overhemden. Kan te weinig in. Ze zijn altijd onderweg. Geen vaste behuizing. Zijn het piloten? Nee, die zijn veel te individualistisch.
Het zijn mannen die in ploegen aan dek werken of in de machinekamers. Twee van de vier jongens die hier te zien zijn, hebben een bril. Dat randloze brilmontuur van de man linksboven is in die tijd in Amerika populair. Glenn Miller-achtig, maar dan zonder die afgeslepen hoekjes. Voor de infanterie kwam je niet in aanmerking als je slecht zag. Het geweer vereist een scherpe blik en wat als je zo’n bril kwijtraakte tijdens een schermutseling? Of een gasmasker op moest?
Dit zou wel eens in de South Pacific kunnen zijn. In het ruim van een vliegdekschip. En die pianist is Italiaanse import. Ik zie meteen een benauwd appartement op een broeierige zomeravond in Little Italy voor me. O sole mio.
Blikjes bier om de kelen te smeren en de hitte te verdrijven. Blikjes? Toen al? Met schroefdop? Op de achterkant van de hoes is te zien dat deze Brasso-achtige flesvorm afkomstig was van de firma “Blatz”. Pilsener brewed in the USA since 1851.
En die Gadjits zelf? Bestaan al lang niet meer. Ska repertoire en een hitje met “Beautiful Girl” in 1997. Heeft allemaal niets met dit beeld te maken.
Misschien is het een uitsnede, maar dan wel met gevoel gedaan. De intimiteit wordt vergroot. De muzikant in wit tegen donkere achtergrond, in de gulden snede. De blikrichtingen van de anderen; de ontwerper versterkt het door “At Ease” iets lager te zetten dan de groepsnaam, alles komt tezamen bij die toetsen. Iedereen op z’n gemak en de zanger los van alles. Een klassieker.
Plaatsen/Stemmen op:
















