Nächstes Mal mehr
| Volgende |
29 juli 2008 »
2 weken geleden vroeg Edie Peters me in dagboek stylo over mijn ervaringen in Berlijn te schrijven. Ik stemde in en zal om de 1,5 à 2 maanden mijn persoonlijke blik vanuit Berlijn verwoorden op PhotoQ en deze illustreren met jawel: foto’s.
Half februari 2008 kreeg ik van het Fonds BKVB te horen dat ik vanaf 1 april een jaar mocht gaan werken in Künstlerhaus Bethanien in Berlijn. Ik sprong met de telefoon in mijn hand een gat in de lucht. Het gat kleurde lichtroze. Voor de artist in residency programs via het fonds BKVB is er altijd per residentie maar 1 kunstenaar die wordt uitgekozen, vandaar dat er roddels in de lucht zweven dat het zo vreselijk moelijk is om uitgekozen te worden. En dan vooral wanneer je het vergelijkt met bv. aanvragen om een start - of basisstipendium te krijgen, gewoonweg omdat er van die subsidies meer te verdelen zijn.
Goed, allemaal luxe problemen van kunstenaars in NL, want wij hebben het vergeleken met menig ander land helemaal niet zo slecht met de financiële ondersteuning. Dat bleek wel nadat ik na 6/7 weken na het fabuleuze telefoontje in Künstlerhaus Bethanien aankwam. (op het luxe probeem kom ik zo terug) Met de vrachtwagen van de NL ambassade werden de flitsers, dummys, props, negatieven, papierenachterwanden, camera’s, talloze boeken, 4 holländische fietsen en de thermoskan met koffie verhuisd. Ik opende de deur van het atelier en voelde gelukzalige energetische paarse golfjes over mijn hele lijf stromen. Een jaar lang aan mijn eigen projekten werken in zo’n grote ruimte (75 m2) te kunnen werken. Wat een vrjheid!
Hoewel ik wel eens eerder een atelierbezoek gedaan had in Bethanien is de ruimte wanneer deze van jezelf is uiteraard nog mooier. Een houten vloer, grote ramen, veel hoge witte muren en in het midden 2 prachtige pilaren met bovenaan engeltjes, die in de gaten houden of je wel hard genoeg werkt. Vroeger waakten ze over de zieken, want het gebouw waarin Künstlerhaus Bethanien zich bevindt, komt uit 1850 en is tot ongeveer begin jaren 70 een ziekenhuis geweest. Het was ook het dichtst bijzijnde ziekenhuis bij de Muur, dus menig over de muur klimmend en vaak vallend persoon, waarbij dat niet goed afliep, is in dit ziekenhuis terechtgekomen. De rails waaraan vroeger de gordijnen hingen om de patiënten in deze grote kamer (nu mijn atelier) te “verdelen” en privacy boden, zijn nog te zien. Best en gek gevoel.
Ik ben blij dat ik niet in het Bethanien hoef te slapen, en een woning heb ik Mitte/Prenzlauerberg. Weliswaar 9 trappen omhoog, maar dan heb je ook wat: een bad, afwasmachine, 70 m2 ruimte en lichtbruine vloerbedekking.
Nu kan ik gelijk vervolgen met het luxeprobleem van NL kunstenaars. Er zijn ongeveer 20 kunstenaars in Künstlerhaus Bethanien, sommige hebben een groot atelier, anderen een kleine, sommige een beurs erbij om van te leven en van materiaal te voorzien, anderen niet. Slechts Nieuw Zeeland, Zweden en Noorwegen en Nederland geven de kunstenaar ook nog een woning om te verblijven, anderen slapen in hun atelier of moeten zelf een woning huren. Zo merk je al snel het verschil en ook krijg je als de “the new Dutch” wel te horen dat je het allemaal goed voor elkaar hebt. Daar wordt op de gangen van Bethanien al over gepraat.

Begrijpelijk rationeel dat het systeem zo in elkaar zit. Rijke landen hebben de kunstenaars meer te bieden. Vreemd gevoelsmatig. Wanneer ik zit te kletsen met een jonge curator uit Zuid-Afrika (er is ook 1 studio voor curatoren in Bethanien) die woont en slaapt in zijn atelier voor 3 maanden en heeft geen subsidie om van te leven of reizen of boeken te kopen. Als we uit eten gaan na een opening van een “Bethanier” of een afscheidsborrel doen met iemand die vertrekt uit het Künstlerhaus, heeft hij geen geld om een biertje te kopen, want een Berliner bier kost evenveel als 2,5e maaltijd in Zuid Afrika.
Ik kan slecht tegen onrecht en ongelijkheid en zit op de fiets naar huis vanuit het restaurant en barretje me druk te maken over deze verschillen, betrek dit kleine voorval gelijk even op wereldniveau en kan niet meer slapen, omdat ik gierende halfwakkere dromen blijf houden over armoede, machtmisbruikende mensen, achtervolgingen en gebreken. De volgende ochtend op de fiets naar mijn atelier gieren er allerlei plannen door mijn hoofd van grootschalige geëngageerde projecten die ik moet gaan aanzetten.
(nee Anouk, denk ik dan, eerst afmaken waar ik nu meebezig ben: een korte film, een boek van 2 omvangrijke series foto’s en mijn website totaal vernieuwen.)
Op mijn atelier pak ik mijn stoffige zwarte waterkoker, die al in mijn atelier stond, plak er een briefje op en zet hem voor de deur van Ntando (de Zuid-Afrikaanse curator). Nu kan hij tenminste zelf koffie zetten, want er was ook al geen keukengarnituur in zijn atelier aanwezig. Ik loop terug en zet met mijn eigen waterkoker een kopje thee en ga aan de slag.
De volgende keer zal ik ingaan op mijn nieuwe projekten, want ik merk namelijk dat de lappen tekst gemakkelijk van onder mijn typvingers de leegte vullen en ik wil jullie/de lezer niet vermoeien met mijn futiele zaakjes.
De volgende keer zal ik ingaan op mijn nieuwe projekten, want ik merk namelijk dat de lappen tekst gemakkelijk van onder mijn typvingers de leegte vullen en ik wil jullie/de lezer niet vermoeien met mijn futiele zaakjes.
Generaal wil ik als laatste vertellen dat Berlijn “het” natuurlijk helemaal is! Hier gaat een wereld voor me open, zoveel inspirerende initiatieven poppen er iedere dag de lucht in.
De keuze aan grote musea, galeries met gevestigde kunstenaars, projectruimten, jonge beginnende galeries, festivals en “vertoningen” is echt enorm. Iedere week is het afwegen naar welke openingen we zullen gaan, welke salon, waar met kunstenaars onder elkaar gepraat wordt over het werk. Welk feestje. Het gaat maar door: debat hier, artist talk daar. filmvertoning met diner hier, bbq in het park en neem je vrienden mee, daar. Ontzettend inspirerend omdat je in razend tempo ontzettend veel nieuwe mensen van over de hele wereld ontmoet. Ik houd erg van vragen en heb inmiddels een meterslange lijst met tentoonstellingen die ik nog moet bezoeken, sites die ik dien te verkennen, andere fotografen en kunstenaars van wie ik echt meer over het werk wil leren.
Maar je kunt niet ales doen; wie overal is, is nergens.
Een rollercoaster aan bruikbare informatieve en inspirerende golven vloeien er in Berlin over mijn hele gestel en door mijn binnenste heen. Als ik midden in deze nieuwe grote stad fiets, voel ik mijzelf ontzettend vrij en weet ik nu al dat ik langer dan april 2009 wil blijven.
Er rest nog een ding dat ik over het nieuwe wonen en werken in Berlijn wil zeggen.
Het is opletten geblazen dat het niet te gezellig wordt. De afleiding is gemakkelijk te groot, de discipline moet van onderuit je tenen vastgelegd worden met een stevig touwtje aan je werkplek. Er dient ook gewerkt te worden.
Ik ben blij dat mijn innerlijke natuur mij de creëer-drive geeft, om mijn ideeën en gedachtengangen om te zetten in acties, dus, ja, er worden nieuwe werken gemaakt.
Over de inhoud van deze nieuwe projekten en werken en over mijn bezoek aan het fotofestival in Leipzig: www.f-stop-leipzig.de volgt nächstes Mahl mehr!
Plaatsen/Stemmen op:
















Reacties (1)
Plaats een reactie
Maximaal 2000 tekens, 2000 tekens over.