zaterdag 11 februari 2012 De verbindende schakel in fotografie
De verzamelaar
Vorige Volgende
6 april 2009 »
door Lise Lotte ten Voorde

Op een regenachtige maandag in maart vertelt Josje Janse – de Ronde Bresser op zeer ontspannen wijze over de foto’s die ze sinds vijftien jaar verzamelt. In een hoekje van haar Amsterdamse appartement staat de ladekast waarin ze haar verzameling bewaart. Op die kast onder andere drie foto’s waar de zon en de maan een belangrijke rol in spelen. Deze vierde aflevering van ‘De Verzamelaar’ laat licht schijnen over de fotografie waar Josje Janse graag voor op jacht gaat.

Janse’s verzamelwoede heeft altijd al onder de oppervlakte gesluimerd. Zelf typeert ze het als haar eksterachtige karakter om mooie dingen om zich heen te willen hebben. Van porseleinen paardjes als klein meisje tot stapels en stapels prentbriefkaarten die van elke vakantiebestemming werden meegebracht. De liefde voor fotografie begon toen ze als assistent voor fotogaaf en verzamelaar Willem Diepraam werkte. Negen jaar lang was ze getuige van het plezier dat een juist verworven foto bracht. Toen een erfenis haar in staat stelde zelf te gaan verzamelen, hoefde ze dan ook niet lang te twijfelen voor ze zelf naar een veiling ging om daar haar eerste aankoop te doen. Die eerste foto was gemaakt door Andre Kertész en valt bij uitstek in de categorie ‘grafisch’. “Die foto heeft alles wat je wil. Hij is vol kleur ondanks dat hij in zwart wit is en een eindeloos intrigerend lijnenspel. Hij is ook een beetje geheimzinnig omdat je niet meteen ziet wat het is.” Het laat zich raden dat ze er onder geen beding afstand van doet.
 

Na die eerste volgden er nog bijna 300 anderen. Tijdens het selecteren voor de tentoonstelling van Janse’s verzameling in museum Huis Marseille (2005), bleek dat deze zich globaal in vier kernen liet opsplitsen. Vrouwen, niet alleen achter maar vooral vóór de camera, stadsgezichten & landschappen, oorlog of de keerzijde van het bestaan en foto’s die vooral een grafische kwaliteit bezitten. Haar keuze baseert ze voornamelijk op wat er te zien is en niet zozeer op de fotograaf of wie er is afgebeeld. Een mooi voorbeeld waarin de vorm duidelijk de overhand heeft over het onderwerp, is een foto van Marilyn Monroe, gemaakt door de relatief onbekende fotograaf Erich Hartmann. Hij fotografeerde haar op de achterbank van een auto, op de voorgrond een man achter het stuur en links van hem een hond. Ze vermoedt niet dat ze gefotografeerd wordt; alleen de hond kijkt in de camera. Ze zijn gehuld in een diep zwart, waardoor de kijker zich heel sterk een voyeur voelt. Het bijzondere van deze foto is dat hij ook intrigerend zou zijn wanneer het niet Marilyn Monroe maar een andere vrouw geweest zou zijn.

De aankoop van ‘Immigrant Woman (New York, 1910)’ van Lewis Hine heeft meer tijd in beslag genomen. Toen het de eerste keer langskwam kocht ze het niet om daar vervolgens heel veel spijt van te hebben. “Dat beeld zat constant in mijn kop en toen heb ik echt overal gevraagd of ze dat beeld hadden. Uiteindelijk was er een galerie in New York die de foto had. Het was helaas wel een uitsnede, maar ook nu blijft het een prachtige foto door de beweging in de kleding en de krachtige blik in de ogen van die vrouw.“ En inderdaad, het is net een Botticelli door de manier waarop de kleding zich om het lichaam heen drapeert. In dit geval heeft ze duidelijk baat gehad bij het feit dat foto’s in oplages worden gemaakt en dat ze dus vaker aangeboden worden.

Een vrouwenportret van Julia Margaret Cameron uit 1867 getiteld ‘Mother Mary’ behoort duidelijk tot haar favorieten, samen met dat eerste beeld van Kertész –van wie ze meer foto’s heeft- en een foto van Ignato Which uit 1937 waarop een merrie haar veulen lijkt te beschermen, terwijl links in beeld een moeder in diezelfde houding maar gespiegeld haar kind afdroogt. Die eerste twee vertonen in vorm een grote tegenstelling. Het portret van Cameron is een klassiek vrouwenportret zoals je dat ook aantreft op de schilderijen van Velasquez of Leonardo Da Vinci. Janse vindt het een icoon, het toppunt van vrouwelijkheid, terwijl de foto van Kertész bijna abstract is en vooral grafisch heel erg interessant.
 

Terwijl op de achtergrond de Westertoren een deuntje speelt, wordt duidelijk dat Janse zich werkelijk heeft omringd met foto’s. Niet alleen op en rond voornoemde ladekast, maar ook aan de meeste wanden en in de gang staat een grote verzameling lijsten. Vlak naast de deur hangt een grote foto van Frank van der Salm. Een blok woonflats in geel, roze en blauw wordt als door een waas van de kijker gescheiden. De levendigheid die de wirwar aan draden en balkons doet vermoeden, doet recht aan de overvolle hal met sporen van het familieleven en een komen en gaan van gasten en beelden.
 

Tegen het einde van het gesprek, als ik moet kiezen welke foto’s ik bij het interview wil laten zien, komt er een foto van Koen Wessing op tafel. Een uur lang is het voornamelijk gegaan over buitenlandse fotografen, en dan vooral die uit Amerika. Misschien heeft het iets te maken met de exotische waarde ervan. Samen besluiten we dat deze foto van twee dames op een balkon in Dublin, die duidelijk wachten op het vallen van de avond (de een kijkt op haar horloge en lijkt zich af te vragen of de rollers er al uit mogen), niet mag ontbreken. “Laat die zien. Ik vind dat er soms te weinig aandacht is voor Nederlandse fotografen.” En dat is gek, omdat een aanzienlijk deel van haar collectie bestaat uit werk van Nederlanders. “Eigenlijk zou ik met gemak alleen Nederlandse fotografie kunnen verzamelen omdat er heel veel goede fotografen zijn. Het is bovendien leuk omdat ik de foto dan vaak bij hen zelf kan kopen. Dat vergroot toch een beetje het plezier.”

Op de sofa tegenover de tafel waar we aan zitten te praten staat een pakketje dat naar Duitsland moet. Met pijn in het hart doet ze afstand van een paar foto’s “die ik zou moeten kunnen missen”. Omdat haar verzameling niet exorbitant groot is valt het echter des te meer op als er een foto uit ontbreekt. Omdat ze al zoveel moois heeft en het moeite kost iets weg te doen, koopt ze daarom minder aan dan in de eerste jaren. Het blijft echter een magische ervaring om de veilingen te bezoeken “omdat je er dingen tegen komt die je daarna nooit meer ziet. Dan verdwijnen ze achter slot en grendel van een privéverzameling of een museum in een ver buitenland.”

U ziet, ook voor de dromers is er op de veilingen plek. En wie weet, wat u ten deel valt over een jaar of tien. Nu al nieuwsgierig naar de volgende aankoop? Josje Janse vertelt af en toe over haar collectie. Houd, als u zo’n praatje bij wilt wonen, www.fotosalon.nl in de gaten.
 
Plaatsen/Stemmen op:  
 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies