zaterdag 11 februari 2012 De verbindende schakel in fotografie
De verzamelaar
Volgende
29 juni 2008 »
door Lise Lotte ten Voorde

Naar aanleiding van de online Fotoveiling brengt PhotoQ een reeks interviews met privé-verzamelaars, waarvan de eerste nu wordt gepubliceerd. Lise Lotte ten Voorde trekt erop uit om deze verzamelaars aan de tand te voelen over het hoe en waarom van hun verzameling. Elke maand, zo is het streven, verschijnt er een nieuwe aflevering in deze serie persoonlijke verhalen met tips, verrassende ontdekkingen en af en toe een voyeuristisch inkijkje. Om te beginnen: Hans Kemna.

Hans Kemna is vooral bekend vanwege de belangrijke rol die hij speelt in de Nederlandse theater- en filmwereld. Als Kemna Casting was hij sinds de jaren 60 actief als casting director, in het begin nog enig in zijn soort. Veertig Jaar later heeft hij zijn bureau verkocht, maar hij werkt nog altijd. ‘De leukste dingen doe ik nog altijd zelf’, vertrouwt hij ons toe. De overige tijd besteed hij onder andere aan het verzamelen van foto’s. Zijn verzameling, 500 afdrukken groot inmiddels, wordt vooral gekenmerkt door fotografie waarin de mens centraal staat. Beroemde Nederlandse fotografen als Koos Breukel, Hellen van Meene en Rineke Dijkstra zijn vertegenwoordigd in zijn collectie, evenals een aantal bekende (Wolfgang Tillmans) en minder bekende buitenlandse namen.
 

In de aanloop naar de tentoonstelling, van 15 maart tot en met 8 juni 2008 te zien geweest in de museum De Hallen in Haarlem, voerde Kemna uitvoerig gesprekken met curator Xander Karskens en directeur Karel Schampers. Tijdens de laatste dagen van de opbouwperiode fluisterde die hem toe: ‘Zorg dat t knarst; ‘t moet wringen!’ In een doorwaakte nacht was het die uitspraak die maakte dat hij het onschuldige jongetje in het park van Rineke Dijkstra en de mannelijke prostituee naast elkaar bedacht. De twee beelden versterken elkaar op een bijzondere manier, alhoewel je wel even door de provocatie heen moest kijken. Rineke zelf was er niet zo blij mee.

Toch was het resultaat niet choquerend of provocatief, maar eerder verhalend en een getuigenis van zijn liefde voor schoonheid, niet in de laatste plaats die van het mannelijk lichaam. Met de tentoonstelling is Kemna voor het eerst naar buiten getreden met zijn collectie. De tentoonstelling maakt deel uit van een serie waarin privé-verzamelingen van hedendaagse kunst centraal staan. Ook kwam er een catalogus uit die bestaat uit foto’s van de muren in zijn Amsterdamse huis. Te zien is hoe deze, als tijdens de romantiek, van onder tot boven zijn volgehangen met lijsten van allerlei formaten.  We zien hoe ook op de grond tegen diezelfde muren stapels ingelijste foto’s staan, elkaar te verdringen om een plekje vooraan. Omdat niet voor alle foto’s plek is, staat een deel op zijn zolder, ook in lijsten tegen elkaar aan gestapeld. Die lijsten laat hij er altijd direct omheen doen, als een beschermingsmaatregel voor de afdruk. Overigens staan de foto’s nooit lang op dezelfde plek; Kemna wisselt regelmatig. Hij maakt steeds kleine presentaties met een onderwerp of kleur als thema. Soms maakt hij zelf een beeldverhaal met een aantal foto’s, net als is gebeurd in de tentoonstelling met de serie over het WTC in New York.

Tijdens zijn jeugd in Rotterdam ging Kemna om met enkele kunstenaars, van wie hij af en toe werk kocht ‘voor een vriendenprijsje’. De fotografie maakte in die tijd een langzame opmars en toen schilderijen te duur werden, besloot hij voortaan alleen nog fotografie te kopen. Uit die tijd stamt ook de foto die pontificaal in het midden van één van de zalen in de Haarlemse Hallen hangt. Op die foto is hij zelf te zien, gezeten op een bankje op de Rotterdamse Lijnbaan. De foto stond weggestopt op de zolder van fotograaf Jan Schaper, die Kemna goed kende. Toen ze samen foto’s zaten te bekijken voor een tentoonstelling bij galerie Cokkie Snoei in Rotterdam, herkende Kemna zichzelf, waarop Schaper laconiek reageerde met ‘Welnee joh, dat ben jij niet’.
 

Vijftien jaar geleden kocht Kemna een portret van de Britse zanger Damon Albarn door Wolfgang Tillmans. ‘Nu ga ik een collectie aanleggen’, besloot hij toen. Hij had op dat moment al zo’n zestig foto’s, maar besloot op dat moment om serieus te gaan verzamelen. Met die eerste aankoop van Tillmans, die nog steeds ook zijn favoriete foto is en dus altijd aan de muur hangt, sloot hij een onuitgesproken verbond met de man en zijn werk. Dat verbond leidde ertoe dat hij inmiddels zestig foto’s van diens hand heeft en daarmee één van de belangrijkste verzamelaars van zijn werk ter wereld is. Het mag dan ook geen wonder heten dat Tillmans zelf het ontwerp maakte voor twee muren in de tentoonstelling. Hij koos dertig werken en tekende tot op de millimeter nauwkeurig welk werk waar moest komen te hangen. Voorwaarde was wel dat alle foto’s in een witte lijst gestoken moesten worden. Overigens was hij niet zelf aanwezig bij het installeren; hij was op dat moment druk met de voorbereidingen van zijn eigen overzichtstentoonstelling in Berlijn.

Het andere portret dat Tillmans van Damon Albarn maakte –en dat onder het eerste hangt in Haarlem en Amsterdam- kwam pas later in Kemna’s bezit, doordat een collega-verzamelaar zijn hele collectie van de hand deed. Het was een unieke kans waarbij Kemna in het bezit kwam van bovendien nog een paar andere foto’s van Tillmans. Tillmans’ werk spreekt hem zo bijzonder aan omdat het heel divers is. Net als Kemna’s verzameling, is het werk van Tillmans op een heel intuïtieve en organische manier tot stand gekomen, zoals Karskens schrijft in de catalogus van de tentoonstelling.  Kemna waardeert de eigenschap om lak te kunnen hebben aan alle conventies en te zoeken naar welke stijl of genre op dat moment het best ingezet kan worden voor het beoogde resultaat. Toch voeren portretten en andere thema’s waarin mensen de hoofdrol spelen de boventoon in zijn verzameling. Niet zo gek, als je bedenkt dat casting – naar mensen kijken – zijn werk is.

Tijdens de rondleiding die hij geeft, vertelt hij een leuke anekdote over de foto die Inez van Lamsweerde maakte van haar partner Vinoodh Matadin. Op de enorme foto zien we Matadin op zijn rug liggen met een rood shirt waarbij zijn gezicht net uit de opening steekt. Van Lamsweerde schonk hem die foto, in ruil voor een veel kleinere foto van Paul Blanca, een vroegere vriend van haar.

Zo bijzonder als het contact met Tillmans is, gaat het niet met iedere fotograaf wiens werk hij koopt. Wel ontmoet hij ze allemaal persoonlijk, al is het contact met de één makkelijker dan met de ander. ‘Rineke [Dijkstra] houdt niet zo van de exposure, daarom ben ik zo blij dat ze hier wel is komen kijken.’ Bovendien voegt dat contact een inhoudelijke dimensie toe als je weet wie en welk verhaal er achter een foto schuilgaan. Natuurlijk speelt ook mee dat je bij zo’n prijzige aanschaf graag wil weten naar wie het geld gaat.
Door ontmoetingen met verschillende fotografen is Kemna inmiddels redelijk bekend als verzamelaar. Het gebeurt nu zelfs dat - jonge - fotografen bij hem thuis komen om hun portfolio te laten zien.

In de twee jaar voorafgaand aan de tentoonstelling, had Kemna regelmatig ontmoetingen met Xander Karskens over de selectie en hoe die gepresenteerd zou moeten worden. Ze hebben heel duidelijk gekozen voor een persoonlijke benadering waarbij, net als in Kemna’s thuissituatie, sequenties van foto’s verhalen vertellen die niet persé het verhaal van de maker zijn. Door Karskens’ invloed is Kemna anders naar zijn collectie gaan kijken. Niet alleen wil hij, nu alles weer thuis hangt, zijn muren anders gaan indelen, hij wil ook anders, bewuster, gaan aankopen. De lijn die hij al volgt wil hij aanscherpen. Hij wil gaten gaan opvullen en, waar mogelijk, sleutelwerken aanschaffen, om zo tot een inhoudelijk zeer sterk geheel te komen.

Toch geeft hij aan dat verzamelen voor hem vooral een persoonlijke verrijking is. Hij houdt ervan zich te omringen met mooie dingen. ‘Verkopen doe ik alleen als ik geen pindakaas voor de boterhammen meer kan kopen.’ Hij zal zich daarom nog steeds vooral laten leiden door zijn gevoel en smaak. Iets wat we onderstreept zien door zijn meest recente aankoop: een werk van, hoe kan het ook anders, Wolfgang Tillmans. Een sleutelwerk, aldus Karskens, dat ook een prominente plaats zal innemen op de overzichtstentoonstelling in Berlijn.

Hij geeft aan nog geen plannen te hebben voor een volgende tentoonstelling of publicatie. Kemna heeft echter de smaak te pakken, dus het zal misschien niet heel lang duren voor we nog zo’n fraai inkijkje krijgen. Xander Karskens: ‘[Deze] fotocollectie [is] te beschouwen als een samengesteld, subjectief zelfportret. De verlangens, fantasieën en wensen van de verzamelaar worden teruggekaatst in de blikken van de individuen aan de muur. Zo bezien verlangen zij net zo naar hem, als hij naar hen. En [zijn zij] dus eigenlijk een stukje van Hans Kemna zélf.’
 
 

 
Plaatsen/Stemmen op:  
 
Archief
© 2008 - 2012 PhotoQ | Contact | Colofon | Development by IDCA Technologies